banner
Jun 10, 2018
4950 Views

De mammoet van Merkem

Written by

Het was in augustus 1937 dat een ivoren slagtand werd gevonden bij het graven van een steenput op de koer van de herberg ‘De Vlaamsche Leeuw’ in de Kouterstraat, op een diepte van ongeveer vier meter in een pleitocene grondlaag.

banner

Het mag misschien gewaagd heten te spreken van een ‘mammoet’ van Merkem. Niettemin zijn er fossielen gevonden van een voorhistorisch dier te Merkem, en alles wijst er op dat er nog meer resten in de grond liggen.

Het was in augustus 1937 dat een ivoren slagtand werd gevonden bij het graven van een steenput op de koer van de herberg ‘De Vlaamsche Leeuw’ in de Kouterstraat, op een diepte van ongeveer vier meter in een pleitocene grondlaag.

De aardkundige dienst van België, op de hoogte gebracht van deze vondst, noemde het een belangrijk feit, en het Koninklijk Natuurhistorisch Museum van Brussel verklaarde dat dergelijke vondst een zeldzaamheid was in de streek en dat deze van groot wetenschappelijk belang was. Beide organisaties hebben echter geen verdere moeite gedaan om verdere opsporingen te doen, ondanks deze belangrijke ‘zeldzaamheid’.

De putgravers, na eerst verscheidene grondlagen te hebben gevonden, bestaande uit zand en leem, stootten op een hard voorwerp dat hun op het eerste zicht een pompdarm bleek te zijn. Het kon maar verwijderd worden bij middel van een hijstoestel, na enige weerstand te hebben geboden en daarna te zijn afgekraakt buiten de omtrek van de put.

Het was een stuk beenof tand als de slagtand van een olifant. En na onderzoek in het Natuurhistorisch Museum van Brussel werd uitgemaakt dat het wel degelijk een slagtand was van een voorhistorisch dier van het olifantengeslacht. Waarschijnlijk had men te doen met het overblijfsel van een mammoet.

Het kon echter niet uitgemaakt worden of het hier om een Elephas Antiquus of een Elephas primigénius ging. Die eerst is een olifant die hier leefde in het warm klimaat, een voorzaat van de Indische olifant en waarvan er ondermeer overblijfselen gevonden zijn in Hoboken en te Laken. De tweede soort was een mammoet die leefde in het ijstijdperk en waarvan er een volledig geraamte van ontdekt werd in Lier.

Dit stuk tand is nog heel goed bewaard en bevindt zich thans bij de heer Louis Verlende te Lo omdat het op zijn eigendom werd gevonden. Het prijkt in de hal als een kostbare jachttrofee. Het heeft een lengte van 1,60 meter en is polsdikte. De ouderdom kan natuurlijk ook enkel benaderend worden uitgedrukt. Men kan aannemen dat de ouderdom gaat van 130.000 jaar tot 20.000 jaar voor Christus.

De mammoet of langharige olifant gaat door als de grootste olifant die ooit bestaan heeft, met een schouderhoogte tot 3,50 meter. Zijn soort is op de aarde helemaal uitgestorven. Hij leefde vooral in het noorden van Europa, Azië en Amerika, dus ook in onze streken, met nog andere dieren gedeeltelijk uitgestorven of naar andere klimaten verhuisd, zoals de steppenwisent, de wolharige neushoorn, het reuzenhert, het edelhert, de eland, het paard, het rendier en de spelonkbeer; in de laatste periode van het ijstijdperk.

Het verschil tussen mammoet en huidige olifant bestaat er hoofdzakelijk in dat deze laatste geen haar heeft. Hij kan het natuurlijk best missen omdat hij in warme streken verblijft. De mammoet was heel warm gekleed, vooreerst lange grove haren van roestbruine kleur en daaronder kortere en zacht haren. Het geheel maakte een dikke vacht uit als deze van een schaap, maar dikker en zwaarder. Aan de hals waren de haren bijzonder lang en afhangende zoals de manen van een paard en een leeuw.

De slagtanden van de mammoet groeiden in gebogen vorm terug naar de kop van het dier, met de uiteinden naar binnen, zodat bij oudere dieren deze elkaar moesten kruisen. De mammoet bezat minder staartwervels dan de olifant en had aan de voor- en de achterpoten binnentenen, hetgeen de huidige olifanten niet hebben. De slagtanden konden een lengte van meer dan 6 meter bereiken.

In ons land werden op meerdere plaatsen overblijfselen van mammoeten gevonden. De belangrijkste vondst is deze van Lier, waar men in 1860 aan de ingang van de stad bij het graven van een afleidingskanaal van de Nete, op een diepte van 6 meter, ook in een pleistocene grondlaag, het ganse geraamte van een nog onvolwassen mammoet heeft blootgelegd; hetwelk nu volledig opgesteld staat in het museum van natuurlijke historie te Brussel.

Men spreekt van de mammoet van Lier, en terecht, maar waarom zou het gewaagd zijn om te schrijven over de mammoet van Merkem. Alleszins zitten hier in de grond nog resten van een voorhistorisch dier, vele omstandigheden staven deze mening. De opgegraven tand stond recht met de punt omhoog, denkelijk dat hij dus staande werd gehouden door de schedel, daarbij heeft hij bij het uittrekken weerstand geboden en vertoont een breuk.

Het vergt natuurlijk heel wat voorbereiding eer aan verdere opzoekingen kan gedacht worden, omdat de gebouwen zeer dicht van de vindplaats liggen en dat bijvoorbeeld om de schedel met de slagtanden bloot te leggen reeds een put nodig is van 4m op 4m.

Uit de getuigenis van metsers en vaartgravers kan men afleiden dat op het grondgebied van Merkem nog soms grote beenderen zijn gevonden op diepten van 3 tot 4 meter.

Buiten ons land werden op veel plaatsen insgelijks overblijfselen van mammoeten gevonden. Vooral in Siberië, langs de noordelijke Ijszee en langs de rivieren heeft men hele geraamten, ja zelfs ongeschonden lijken gevonden. Goed bewaard in de bevroren grond en dit op zeer geringe diepte.

De mammoet van Beresovea (rivier in Siberië) werd gevonden in 1900-1901. Veel weke delen waren nog ongeschonden, o.a. een groot deel van de huid met beharing, enkel de slurf ontbrak geheel.

Later in 1908 vond men aan de Sangajoerachrivier een mammoetoverblijfsel met slurf, ook gedeelten van het hoofd en oog waren nog goed bewaard, zelf de oogappel en gezichtszenuw waren nog zo goed dat ze geschikt bleken voor ontleedkundige waarnemingen.

In Moravië heeft men de overblijfselen van zowat 60 geraamten gevonden op een betrekkelijk kleine oppervlakte. Deze overblijfselen waren enigszins gerangschikt op hopen, wat de bewering staaft dat de mammoet een tijdgenoot was van de mens.

Heemkunde Merkem

Uit ‘De Poperingenaar’ van 1944 – www.historischekranten.be –

Article Categories:
vergeelde krantenknipsels
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *