Er was eens een gezin met twaalf jongens en er kwam een dertiende bij. Dat kind groeide of bloeide echter niet. Zijn vader werkte bij een boer en hij pakte hem altijd mee in zijn onderlijfzakje.
Het was in augustus 1937 dat een ivoren slagtand werd gevonden bij het graven van een steenput op de koer van de herberg ‘De Vlaamsche Leeuw’ in de Kouterstraat, op een diepte van ongeveer vier meter in een pleitocene grondlaag.