Anno 1178. Ontrent ’t eynde van january is’er zoo overvloedige sneeuw gevallen, dat die schielyk […]
In Poperinge leer ik Pieter Dathen kennen. De voorloper die voldoende welbespraakt is om het calvinisme te prediken. Een monnik met een rosse baard. Een type ‘Willem Vermandere’ maar dat is een subjectieve benadering van mijn kant waarbij elke verdere vergelijking hier mee ophoudt.
De administratieve zaken van de heerlijkheid werden beheerd door de schepenen van de parochie onder voorzitterschap van de baljuw. De heer van Vlamertinge bezat hoger, middelbaar en lager gerecht. De terechtstellingsplaats was het ‘Galgheveldt’. Hij bezat het recht om bomen te planten langs de baan van Ieper naar Poperinge, op het grondgebied van deze heerlijkheid. Dit recht werd bevestigd door een akte van algemene bekendheid, afgeleverd door de magistraat van de parochie.
Na zekere tijd kwam Maximiliaan 88, zoon van Frederik III aan het hoofd van ons graafschap Vlaanderen. Maximiliaan kon niet overweg met de oproerlingen. Vandaar bezttingen, boetes, leveringen, kortom al de nadelige gevolgen van een bezetting. Door deze onmenselijke straffen, zoals halsrechting, het heffen van nieuwe belastingen, de waardevermindering van het geld, werd hij door het Vlaamse volk verwnest, vervloekt en gehaat.