De herberg is de grote school van het zedenbederf. Het is daar dat de jongeling, die nauwelijks de schoolbanken verlaten heeft, het eerst en het meeste slechte klap hoort, het is daar dat hij de lichte vrouwspersonen tegenkomt die hem zijn eerlijke schaamte doen verliezen.
De eerste sporen van ons volksonderwijs zijn te vinden omstreeks het midden der zeventiende eeuw. Er berust in het Rijksarchief te Brugge een losse kerkrekening uit het jaar 1660, het jaar dat tussen Spanje en Frankrijk de vrede gesloten werd. In die rekening is de naam opgegeven van Joost Belettere Coster-scolemeester, hij was te Beselare geboren in 1641. De Belettere’s waren in die tijd een gezaghebbende familie, die op ons dorp een voorname rol speelden, te oordelen naar de ambten die zij bekleedden : baljuw, burgemeester, schepenen, leenmannen, enz.
We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens?