Die Boudewijn van de Ijzer is me het kereltje wel. Sterk, dapper, zijn reputatie die hem in lijn brengt met zijn ijzeren imago.
Wellicht heeft Vandewynckel de hele woensdag en de volgende nacht gepiekerd over de voorgehouden scheiding en moet hij wraakplannen hebben gesmeed. Donderdagmorgen, rond 5u was Vandewynckel opgestaan en was het landbouwwerk begonnen met de paarden te gaan voederen. Dan is hij terug naar de hoeve gegaan, waar hij naar de kamer van de schoonzuster is getrokken.
Daar was ‘ne keer ‘nen oude pastoor die een maarte huurde; en als ze bij hem inkwam, zei heur de pastoor: ‘Gaat ge ’t hier kunnen gewone worden, peist ge, Triene?’
Je bent niet hoe oud je bent
en niet de maat van de kleren die je draagt
Je bent geen gewicht
of de tint van je haren