Anno 1125. ‘T was ook eerst in den maend mey dat de fruytboomen hebben begonst […]
Tot de 13de eeuw, tijdstip van de grote ontginningen, bestond ons land vooral uit onvruchtbare grond.
Na de beruchte winter van 1709 is deze van 1739-40 de hardste geweest in de 18e eeuw, en met de langste nasleep van slecht weer en schaarste. In zijn dagboek heeft de Ieperse patriciër en magistraat Guillielmus Josephus de la Tombe het volgende aangetekend over die maanden van ellende.