In Vlaanderen is de ellende alleen maar toegenomen de voorbije jaren. Brugge zit op zijn […]
Een huismoeder op Sint-Pieters, die aan de kraan van het stadswater een pot water getapt had om soep te koken, stond niet weinig verbaasd er een grote dikke paling in te zien krinkelen.
Het verhaal dat volgt, hoorde ik vertellen van mijn grootmoeder· Melanie Peperstraete-Candaele. Ze woonde waar miJn zus Maria nu nog woont: Nieuwstraat 11, Westvleteren, op de Vijflijnenhoek, in de volksmond ook Bukhoek en Gilven Henhoek geheten.
Mens! Welk een weelde van kramen en -venters. Stoffen met gehele hopen: ‘ Drie ellen voor nen frank’ – Kramen met stokvis, rogge en haring: ‘Verse vis, verse geernaarts … ‘ – ’n Tapijt uitgespreid op de grond, met ’n hele vracht sigaren: Vijftig frank voor nen bak! Vijf en veertig! Veertig! Vijf en dertig frank!
Op een drietal steenworpen van onze peurplekke stond er een oude herberge, de Gapaard. Iedere keer dat we kwamen visen ging hij in zeven haasten een pot pakken. Potten pakken kost geld. En bij hem thuis waren ze hondegierig. Ze hadden voor zonelief wel een vislijne gekocht, omdat ze van mijn thuis wisten dat we met vele en lekkere vis naar huis kwamen, maar zijn ‘permis’ om te vissen moest Thomas van zijn drinkgeld betalen.