Arnulf de Bevere komt in 940 naar Vlaanderen
In Vlaanderen kan hij zich thuis voelen. Vlaamse graaf Arnulf I van Vlaanderen en Arnulf de Bevere zijn immers neven aan moeders kant. De vader van Arnulf I, Boudewijn II, was immers de zoon van Alfred De Grote. Beide Arnulfs hebben dus allebei dezelfde illustere grootvader. Arnulf I van Vlaanderen kan natuurlijk de ervaring die zijn neef heeft met het bouwen van burchten en versterkingen en zijn militaire expertise heel goed gebruiken. Vooral in het oogmerk van zijn strijd tegen de agressieve hertog Willem van Normandië. Arnulf de Bevere wordt op geen tijd de belangrijkste vazal van de graaf van Vlaanderen. Bij afwezigheid van de graaf, dient de Bevere het bestuur van het graafschap op zich te nemen. In ruil voor zijn expertise krijgt hij domeinen en gronden ter beschikking.
Isaak is na zijn nachtelijke vlucht gearriveerd in Ieper en dat blijkt een misrekening want hij dacht dat hij naar Gent aan het rijden was. Hoe zouden de wegen er eigenlijk uitzien aan het begin van de 12de eeuw? Ik krijg er maar geen beelden van binnen. Een verblijf in Ieper zint Isaak in elk geval niet. Hij vlucht verder naar Steenvoorde, een landbouwexploitatie in handen van zijn schoonzoon Guido. Die raadt hem aan om naar Terwaan te trekken en zich daar als monnik te vermommen. Het nieuws van zijn vlucht heeft zich echter als een lopend vuurtje verspreid en zorgt voor een ongeziene klopjacht. Het zal geen sinecure zijn om zich voor de buitenwereld verscholen te houden.
En zo kom ik dus op mijn beurt terecht in het leven van Karel de Goede. Nog eens 200 jaar later. Mijn hoofdpersonage wordt geboren kort na 1080 als zoon van de Deense koning Knoet en de Vlaamse Adela van Vlaanderen die de dochter is van graaf van Vlaanderen Robrecht de Fries. Karel van Denemarken is dus de kleinzoon van de graaf van Vlaanderen. Het is ook de reden waarom de kleine Karel hier zijn jeugd slijt en waar hij uitgroeit tot adviseur van zijn neef graaf Boudewijn Hapkin.
Pater Odiel Desideratus Slembrouck Enkele jaren geleden, bij het schrijven over de geschiedenis van Diksmuide, […]
