Daar is niets zo lastig als vrouw te wezen en u goed uit de slag te trekken. Eerst en vooral moet ge net zijn, anders wordt ge niet gesteld. Een man mag nog zo lelijk zijn als ‘nen beer, toch zal hij geerne gezien worden. Hij kan ‘nen baard dragen over heel zijn gezicht, en als hij ‘ne grote mond heeft, ziet dat niemand.
Clemansje Ze was geen meer van de jongste, Clemansje, zeker half veertig en nog altijd niet getrouwd. Een beeld van schonigheid was ze juist ook niet, alzo dozijnegoed. Maar fraai en kristelijk gene van meer. Ze was thuisgebleven, en intussen, na moeders dood, was ze buiten tand en de kanse verkeken. Ze gerochte zelfs verlegen met heur eigenzelven.