In menig huisgezin
Waar veel gewonnen wordt,
Komt men op ’t eind van ’t jaar
Soms nogal veel te kort.
De willetjes groeien in de busschen
en de kaantjes groeien der tusschen,
om de willetjes te blusschen
’t Is beter een veugel in de hand als twee op d’haeghe.
Wat baat de keerse en bril, als den uyl nie zien en wil.
– omdat er te veel lediggangers zijn
– omdat er te veel schuimers zijn
– omdat er geen eerlijkheid bestaat
Over de prijs van de boter Waar zijn de gelukkige tijden op de welke de […]