Op een zomerdag volle zonne van ’t jaar Onzes Heren 1350 rijdt de eerste burgemeester van Brugge over de Steenstrate, verder de Brugse Heerweg genoemd, naar de hoge heuveltop van Aartrijke. Hij zit te monkelen van kontentement. Want hij ziet Aartrijke geerne. Het is zijn familiedorp. Hij heet immers Simon van Aartrijke.