banner
nov 2, 2018
1661 Views

Vijf burgemeesters naar Parijs

Written by

Op een zomerdag volle zonne van ’t jaar Onzes Heren 1350 rijdt de eerste burgemeester van Brugge over de Steenstrate, verder de Brugse Heerweg genoemd, naar de hoge heuveltop van Aartrijke. Hij zit te monkelen van kontentement. Want hij ziet Aartrijke geerne. Het is zijn familiedorp. Hij heet immers Simon van Aartrijke.

banner

Op een zomerdag volle zonne van ’t jaar Onzes Heren 1350 rijdt de eerste burgemeester van Brugge over de Steenstrate, verder de Brugse Heerweg genoemd, naar de hoge heuveltop van Aartrijke. Hij zit te monkelen van kontentement. Want hij ziet Aartrijke geerne. Het is zijn familiedorp. Hij heet immers Simon van Aartrijke.

Op het kruispunt van de twee heerwegen, Steenstrate en Zeeweg, staat de burgemeester van Gent op hem te wachten. Samen rijden ze welgezind voort, gevolgd door hun twee gewapende ordonnansen. Onderweg groeit het groepje burgemeesters nog aan: Kortrijk, Ieper. Rijsel.

Die vijf burgemeesters rijden over de oude Romeinse wegen naar Bavaai en verder naar Parijs, waar ze verwacht worden door de Franse koning, die kermesse houdt voor de burgemeesters van al de grote steden, waarover hij als leenhere, meer bij name dan in feite, de plak zwaait.

Om de goede vrede te bewaren met graaf Lodewijk, een franskiljon van ’t zuiverste ras, trekken die vijve dan maar op naar Parijs. Kom, we gaan naar een kermesse en we laten het om geen reden aan ons herte komen.

Zie ze daar rijden met hun hoge kaproenen op, met hun heldere hozen en bontgekleurde mantels uit ’t beste wereldberoemde Vlaamse laken van Brugge gesneden: rood, helgroen, geel, blauw… Ze rijden preuts onder ’t hoge gewelf van de beukendreven, lachen en babbelen, precies lijk ’t kwetterend veugelvolk boven hun hoofden.

En komen drie dagen later het koninklijk hof van Parijs opgereden. Het krioelt er van burgemeesters. Van alle kanten en soorten: dikke lijk biertunnen, magere opgeschoten boonpersen, babbelaars en zwijgers, azijnpissers en geestigaards. De Vlamingen salueren met een kort handgebaar, laten hun peerden aan de knechten over, en gaan onder een afdakje staan wachten tot hun name wordt afgeroepen. Maar dat duurt, dat duurt.. Want iedere burgemeester wordt door een ridder naar zijn plaatse geleid.

‘Patiëntie, vrienden!’, zegt burgemeester Simon die het Vlaamse groepje aanvoert, ‘onze toer komt ook wel!’

Zeker, veel patiëntie hebben de Vlamingen nodig. Want al de Franse burgemeesters zitten al aan tafel als er eindelijk een tafelknecht komt en wenkt: ‘kom maar af, Vlamingen!’. Dus geen ridderlijk gevolg voor de Vlamingen. De Vlamingen treden de zaal binnen, buigen voor de koning. Buigen ook voor de koninginne, die een kleurtje schiet. Die Vlaamse burgemeesters zijn ook zo fijn en koleurig uitgedost!

Denkt ze er misschien aan, hoe koningin Jeanne van Navarra, een halve eeuw geleden, bijna de stuipen kreeg als ze de Brugse dames in hun vorstelijke kleuren zag? Je weet wel: ik peinsde hier allene koninginne te zijn, enz..

Maar de Vlamingen verschieten ook. Zou je niet vloeken! Naast de feesttafel staat een aparte tafel geschoven. Geen zetels om aan te zitten, maar allene vijf houten stoeltjes zonder kussens. Al de andere burgemeesters hebben een magnifieke zetel en een dik fluwelen kussen met het geborduurde stadswapens onder hun drie letters.

De Vlaamse burgemeesters kijken verontweerdigd. Heel de zale houdt zijn assem in. De burgemeester van Kortrijk, die moeilijk het affront kan slikken, legt er een groten deure. Maar burgemeester Simon houdt hem in bedwang met het bevel: ‘Doen zoals ik!’, zegt ie tot zijn confraters.

Meteen gespt hij zijn lakenmantel los, plooit hem over zijn arm tot een kussen, dat hij op zijn stoel legt. ‘Die hem uit de nood niet kan helpen, is geen kermesse weerd’, lacht ie tegen zijn gezellen. En alle vier doen ze lijk Simon, gaan op hun zachte mantelkussens zitten, kijken naar niemand omme, babbelen en eten en drinken met volle Vlaamse ate en zate. Doen lijk thuis.

De koning zit wat bleekjes te glimlachen. Zijn hatelijke vernedering, waarmee hij de Vlamingen wil straffen voor hun Guldensporenzege, heeft geen pak op de Vlaamse burgemeesters.

Het koninklijk feestmaan duurt een viertal uren. Dan wordt het tijd om heen te gaan. De Vlamingen hebben geen haaste. Er zitten hoop en al nog een half dozijn burgemeesters na te babbelen als de Vlamingen opstaan. De stoeltjes, waarop de mantelkussens liggen, schuiven de vijf Vlamingen onder tafel, knikken kort en goed naar de laatste gasten en stappen fiks en weerdig zoals het burgemeesters past, naar het hoofd van de tafel, buigen voor de koning, buigen voor de koninginne, om daarna dankbaar en welgemoed afscheid te nemen.

De koning is geen beetje op zijn gemak. Zit daar zo nijdig en nerveus alsof ie van een ussel gestoken is. Hij roept tegen een knecht: ‘Potuil, zie je niet dat die Vlamingen hun mantels vergeten?’

De hofknecht houdt de burgemeesters tegen. ‘Heren’, zegt ie, ‘ge hebt de mantels vergeten’. Meteen loopt de knecht om de mantels te halen. Maar Simon van Aartrijke keert zich om en antwoordt luide en trage, zodat ook de vorsten het kunnen horen: ‘Beste dank! Maar wij Vlamingen zijn beleefde mensen die weten dat het hoogst onwellevend is het kussen van je zetel mee te nemen naar huis.’

En weer buigen de burgemeesters alle vijf en stappen het af. En laten de fijne mantels liggen. Je zou zeggen om reklaam te maken voor het Vlaamse laken.

Koning Filips kan niet verder dan weer te knikken. Om zijn gezicht te redden zegt hij tot de koninginne: ‘die Vlamingen, die Vlamingen, wat een pretentie, een soort apart!’

Maar de koninginne die het snapt dat de koning door die Vlamingen op zijn cijfer gezet wordt, antwoordt gevat: ‘wie kaatst mag de bal terug verwachten!’

Zo komen de Vlaamse burgemeesters met een onbesmet blazoen weer thuis. En vertellen het overal rond, hoe de koning Vlaanderen wilde affronteren en zelf kaal ervan afgekomen is.

Geen wonder dat men toen van een mens die zo hoofs en beleefd kon spreken en handelen als een Vlaming zei: ‘hij vlaemt!’

Zeggen ze dat nu nog?

’t Houtmanneke in ’t Manneke uit de Mane’ van 1983

Article Categories:
sappige vertellingen
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *