banner
Jul 23, 2019
1116 Views

Boerinne, ‘k’n kan niet meer

Written by

Boerinne, ‘k’n kan niet meer. De boerin hoort diepe, lastige snikken en ziet Fluppe voort trakelen, de poort uit. Ze weet niet waar het haar houdt en ze schreeuwt lijk een kind. ’s Anderendaags komt Fluppe niet terug en de boer gaat naar ’t woonstje

banner

Fluppe Raepsaet

In het arm huizekotje aan den hoek van het beukenbos, slaat het drie uur van de morgen. ’t Is al gewillig één uur, dat Fluppe te luisteren ligt naar het aanhoudende gezang van de nachtegaals en naar de beginnende zang der meerlaars.

Aldoor het klein oostervensterke ziet hij den dag priemen en in het klein kamertje zelf ziet hij al duidelijk de oude kast staan, juist in ’t midden van den zijmuur, en, daartegen, de stoel, waarop zijn broek ligt; slechts in de hoeken blijft de nacht nog hangen.

— Mar’Th’reze, ’tis drie. ‘k Ga.
Fluppe slaat een groot kruis, staat stenend op, trekt zijn kleêrs aan, al een Onze Vader prevelend, en verlaat de kamer.
— God beware u, Fluppe, wenscht de vrouwe.
— Danke, Mar’Th’reze en slaap nog een uur of drie, Fluppe stopt een volle pijpe met een toemaatje er op; kuilend stapt hij buiten en trekt de deur op slot.

Ziet ge Fluppe?… Een grove, beenderige vent, middelmatige grootte; een zware kop, vol grijs stekelhaar; een smal voorhoofd; kleine diepe nijpoogen; een schabouwelijke dikke neus, en knolvormig; gespannen lippen de onderste de bovenste opstekend zoodat deze bolvormig als een barmtje onder den neus oprugt; een brede kin gespleten in ’t midden.

Gebogen gaat hij, hard doorstappend, blootvoete in de hoge, versleten klompen, die blinken van ouderdom en waarin het harde vel van zijn hielen bij iedere stap muziek maakt, door de wrijving tegen het gletsche hout. Hij gaat en trekt paffend grote wolken uit z’n pijp, En, rokende, meet hij met de ogen de hemel en ziet er, in één trek, de wending van de wolken en de aanleg van de dag: zó zal de zon rijzen, met een voorschoot of een sluier; dààr zit de wind; van ginder komt ’t geluchte. Zonnige dag, of regen.

Van den hemel vallen z’n blikken op d’aarde. ’t Is een groeitenacht geweest; de vruchten zijn gerezen; Pé Vercruysse’s vlas kruipt er door; Jan Ven’s zal te vei zijn en Leo Declerck’s – z’n boers, – is gepast, maar z’n oogst, die ís toch zwaar en ’t zal er buischen, als de kwaâ vlagen afstormen en ’t zal werk regenen.

— Al gevallen goed! Hoor nu, Wallaey’s hofhaan kraait. Zou de meid er al op zijn! Ouw! geluisterd, of de kern ronkt. Neen, Hij, Fluppe, is de eerste in pije van geheel ’t geweste en in tien minuten zal de melk ingegoten zijn, en, met de mouwen en barvoete, zal hij er staan op het hof in de waskemer en ’t kraam zal er in gang zijn.

’t Is te kloppe vijftig jaar, dat Fluppe, al de dagen die de Heer verleende, naar Leo’ Declerck’s hof gaat, ’s zomers ten drie ure ’s morgens ’s winters ten vier ure. De morgen is voor hem het schoonste van de dag; hij en de rijzende zon en de wind en de wolken zijn vrienden en kennissen van over ouds en haais en ze hebben geen geheimen voor elkaar. Ik ga, zegt Fluppe, omhoog en rond loerend. De zon of haar voorlopend lichtspel lacht: Fluppe, ‘k zal vandaag uw zweet aftappen, ofwel: ge ziet me niet veel vandaag. De wind vezelt: Fluppe, nog een half uurtje en ge’n hoort mij niet meer, ofwel: ‘k zal gaan puischen!

De wolken maken hem teken of ze open- schuiven, of zabberen zullen. En Fluppe hoort. en ziet alles met vaste zekerheid; hij kent de dag vooraf, zal er zijn werk naar regelen en met het eerste beginnen: kernen.

Dat heeft hij nu al vijftig haar lang zo gedaan, op hetzelfde hof, de bazen dienende van ouder tot kind, en, nu, is hij vijfenzeventig, oud, taai lijk welster, maar versleten. Hij is te pulveren versleten; hij voelt het, dat hij op is, doch hij wil het niet; hij wil niet. Wie zou er dan kernen? en al dat werk op touw zetten? Wat zou de boer doen zonder hem?? ’t Zou algeheel niet gaan, en ook, ’t zou hem zelf niet gaan. De boer en de boerin zouden ’t weten, moest hij, Fluppe, blijven zitten!

Nu zijn het geen mensen meer, lijk in de oude tijd; al knorren en morren en tegenruttelen en geerne in den haaibaai, en ook, niet te betrouwen, neen, niet te betrouwen, al geen kanten, voor geen tinnen knoop. Fluppe stapt peizend en snuisterend op het hof en de hond schuifelt door de neus en kwispelsteert, ginder, onder den appelaar.

— Dag, Baron.
— Han, han-han! Boeaa!

De peerden springen recht in ’t stal en een koe neunt
— Soei, soei, de beesten al in pie.

Fluppe klopt op de achterdeur en de meid staat geeuwend op en opent. ’t Is nu ook vijftig jaar, dat jonge meiden en eigen jonge dochters de deur voor hem ontgrendelden en met hem de melk helpen uithalen en de kern vullen en nog nooit heeft een ’t eerste onbetamelijk woord uit Fluppe’s mond horen vallen, al waren ze wel gans alleen en afgezonderd. Fluppe was altijd een zwijger. Zwijgen en voortdoen en neerstig slaven, om gedaan en treffelijk.

Halfweg het kernen rust Fluppe een stonde; de boerin draait dan een potje koffie; snijdt een witte boterham af, die ze dik met verse boter bestrijkt en schenkt een grote borrel; bijdewijle houdt de meid de kern in gang, en, als Fluppe alles verorberd heeft, keert hij naar z’n werk terug, tot de kernte af is en het klutsen aanvangt.

Fluppe kent z’n kern op de draad en giet heet, of koud water, al naargelang; niemand, noch boer, noch boerin, mag naar z’n werk omzien; hij, Fluppe, kent dat alleen en alleen te gronde; en hij is jaloers van z’n kernen.

Dat ze er meê doen wat ze willen ‘als ’t werk af is en de boter in grote rollen vergaard die kruipen, mààr, éér! niemand, niemand mag er snuite van hebben, wadde!

Vijftig jaar is van tel in ’s mensens leven en Fluppe voelt het in z’n leên hangen. Zou het er wel mee opgeschept zijn? Hoe komt het toch, dat hij vandaag angst voelde, eer hij aan ’t kernen viel? Gisteren is dat begonnen, als de kernte halfwege was: een grote moeheid in de rug, lijk een zwaar gewicht, dat vast- ligt en duwt.

En zweet! En zweet! En hoe zal ’t nu gaan? Fluppe viel aan ’t werk al reeds zwetend van angst, dat die aardigheid hem mocht overvallen.

Rrrron rrron, ging de kerne en de melk ruiste en sloeg rond, op en neer, zoodat het schuim aldoor de spleten van het deksel rees en rond den ijzeren kern- stok draaide en er vaste vormen kreeg. Oei, God!, die pijn. Fluppe bidt een Onze Vader om verlossing. Neen, neen, ’t mag nog niet gedaan zijn. Nog maar vijf en zeventig. Neen, nog niet, Later.

God dank! De boerinne roept, Fluppe laat den kern voor eenige minuutjes aan meid over en sleuvert zijn koffie in en maalt z’n witte boterham en lapt z’n druppel uit. Nu zal ’t beter gaan. Algelijk die rugge! Die rugge!

Rrrron rrron, gaat de kern, traag en steeg. De boerinne weet niet wat gepeisd van Fluppe. Die kernte zal nooit af zijn alzo. ’t Is al verloren, Fluppe ver steegt. Och ja, een oude man ook.

De kern valt stil en Fluppe komt in de keuken.
— Boerinne, ‘k’n kan niet meer.
— Maar Fluppe, in Gods name! Pak nog een druppel, man.
— Boerinne, ‘k’n kan niet meer. De boerin hoort diepe, lastige snikken en ziet Fluppe voort trakelen, de poort uit. Ze weet niet waar het haar houdt en ze schreeuwt lijk een kind. ’s Anderendaags komt Fluppe niet terug en de boer gaat naar ’t woonstje.

Fluppe zit te roken in den heerdhoek, bij Mar’Th’reze, die koffie drinkt.

— Fluppe, waarom komt je naar je werk niet?
— Boer, ‘k’n kan niet meer; ‘k moet het opgeven. ’t Is gedaan.
— Vraag ik al dat werk, Fluppe? Kom en zorg. — Zolang je leeft is er zorge voor je op m’n hof; daar zie!
Zie’je wel, Fluppe, neuzelt Mar’Th’reze.

Een flikker straalt in Fluppe’s oogen en een glim speelt op z’n lippen; hij kijkt door het venster naar Declerck’s hof, trekt de neusgaten wijd open en beziet z’n boer, lijk in verrukking.

— Zoo, Fluppe, ’t is aanveerd? Fluppe slaat de blikken neer, alsof hij in z’n ziele keek, diep, diep; de glim vliegt van z’n wezen, én:

— Dank je, boer, ge zijt goed lijk overouds, maar ‘k wil geen brood eten met schaamte.

Uit ‘Grepen uit aardig menschenleven’ van Warden Oom

Article Categories:
sappige vertellingen
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *