Boerinne, ‘k’n kan niet meer. De boerin hoort diepe, lastige snikken en ziet Fluppe voort trakelen, de poort uit. Ze weet niet waar het haar houdt en ze schreeuwt lijk een kind. ’s Anderendaags komt Fluppe niet terug en de boer gaat naar ’t woonstje
Dat ze in Nieuwkerke in vroegere tijden geen groot gedacht hadden van hun katholieke priesters kan je zo lezen in onderstaand krantenartikel uit 1887
Een boer, die aan de oever van een rivier woonde, had grote bezittingen. Men zag er paarden, koeien, schapen en vele geiten, ganzen, allerlei varkens, hanen, kuikens en meer van dergelijke beesten. En hij had de leiding over knechten en meiden, want er was daar in huis veel te doen.
We brengen vandaag een sage, opgenomen door wijlen Jozef Doise (geboren te Westvleteren op 13 maart 1908 en aldaar overleden op 3 december 1965) gewezen schoolhoofd van Westvleteren, uit de mond van Romain Gruwier, landbouwer te Westvleteren.
Gy donkel – gy liefhebber Bê ja! Wel ja!
Bejipt – kwaad lastig
Beyte è bitje – wacht een ogenblik
Bré-ege – breister
Te Brugge woonde een paruikmaker, die met veel gasten werkte. Op een achternoen kwam een heer in de winkel en vroeg de meester of hij hem voor ’s anderendaags ’s morgens een paruik kon maken.
Daar was ‘ne keer ‘nen oude pastoor die een maarte huurde; en als ze bij hem inkwam, zei heur de pastoor: ‘Gaat ge ’t hier kunnen gewone worden, peist ge, Triene?’
De landbouwer Hendrik Claire had sinds lang schuldige betrekkingen met een jonge vrouw aangeknoopt. Deze woonde over enige tijd nog bij hem in. Maar, omdat zijn wettelijke huisplaag het rozenpotje ontdekt had, was hij verplicht geweest zijn hartsvriendin uit de voeten te maken.
Donderdag, om 7u30 ’s avonds kwam een vreemdeling, een Engelsman, het hotel ‘Het Gouden Hoofd’ binnen en vroeg om er te slapen. De meid wees hem de kamer en toen hij deze betrokken had, keerde ze naar beneden terug.
Dat was op d’ hofstede van Marcel Pieters op Godewaersvelde en die hofstee heeft verzonken […]