Tijdens het vreselijk onweer dat hier dinsdagavond met geweld losbrak, ging Marie Kestelyn, 23 jaar oud, huiswaarts van een weide op 2 km afstand van de hofstede.
Boerinne, ‘k’n kan niet meer. De boerin hoort diepe, lastige snikken en ziet Fluppe voort trakelen, de poort uit. Ze weet niet waar het haar houdt en ze schreeuwt lijk een kind. ’s Anderendaags komt Fluppe niet terug en de boer gaat naar ’t woonstje
d’ Er op los goan lijkt Stoffel op ze katte (onbezonnen en geweldig te werk gaan)
Werken gat uit, gat in (zonder orde)
Naaien met ê zoaterdagsteke (rap, zorgeloos en met grote steken)
Geen krieken zonder stenen,
geen vlees zonder benen,
geen mannen zonder willen,
geen vrouwen zonder grillen.
Daar is geen beter bate
als gezonde middelmate
en die ’t midden houden kan
houdt het beste, wijf of man
‘k Hèn werkelijk nood aan een dag tusschen de zaterdag en de zundag.
Mensen die al alles weten, leren nieten.
Water smaakt beter o’j moet betalen ervoor
Ge moe leven binst da’j kunt.
Vertrouwt nooit etwie die stomder is dan joen.
E n’is te lui om strooi ’t eten.
E n’is te lui datten ze gat opheft.
E n’is te lui om dood te doen.
Een oud wijf dat hout ging rapen, ontmoette onderweg een klein jongske.
— Kom met mij mee, sprak zij, ik heb veel koeken en veel speelgoed.
In plaats van voorts hout te rapen, laadde zij het kind in een zak op haar rug en trok er mee huiswaarts.
Bulte Wollekens had een ijselijk grote bulte op zijn rugge. Het was ‘ne fijne vioolspeelder, en hij ging alle avonden gaan spelen naar den buiten in d’herbergen, waar dat er iets te doen was, en hij keerde altijd met de dikke beurze weêre naar huis.
Een katholieke muzikant aangevallen Rond 10 uur vertrok Cyrille Merlevede, wonende in de schrijnwerkerij Watoustraat uit de Katholieke Kring en ging langs de Hondstraat huiswaarts. Halverwege de straat gekomen, riepen enige mannen hem toe; ‘nog een van die kaloten die benauwd heeft.’ Merlevede bemoeide zich daar echter niet mee.