Levenswijsheden uit de jaren 30 Van de mensen die doen en laten wat ze willen, […]
Er vliegt een ekster uit z’n gat.
Gods ezel, Maria’s peerd – Rijd er op tot je gat smeert.
In je laatste hemde zitten er geen zakken.
Als ’t kermis is staan er kramen,
en in den hemel moet je niet kramen
en in d’helle wordt je gestekt door de bramen.
Gemak voor eere, zei de vint, en è reed terikke op ze zwijn deur de markt.
Hoe meer volk hoe meer neringe, zei Uilenspiegel en é zette z’n kraam in è fruttenierenest
Ha maar me kind Gods, zei Bogaert tegen z’n hoendje, je zijt gelukkiger of ik, je moe’ gij niet te biechte gaan.