Menheere van ’t Ypertje, ‘k Was met de kermisse en keer naar Zoetenaaie gegaan om […]
Maar; het was jammer van het huis des Heren. Ja! Zeer jammer. Deze kerk was op die vreselijke dag ’s morgen nog de schoonste en de grootste van Veurnambacht. Bij het vallen van de avond was ze nog een rokende hoop as.