Het wintervuur werd voor de eerste keer ontstoken, de arbeiders begonnen te werken bij kaarslicht. […]
Het spoor van die vreugde en de oorsprong van dit feest hebt gij in uw taal, o Vlaming. Woelen, hoelen, woelstok, hoelstok, kent gij toch, en dat zou men eertijds ook hoel en joelen uitgesproken hebben; daarvan hebben de Fransen joli gemaakt en wij jolijt, dat is te zeggen blijdschap, in de oude taal.