banner
nov 27, 2025
37 Views
Reacties uitgeschakeld voor Veurnse boerenjongens

Veurnse boerenjongens

Written by
banner

‘Anno 1393. De Zuytpoorte der stadt Veurne wort verandert.’ De nieuwe werken aan de vestingen zorgen er voor dat één van de stadspoorten nutteloos wordt. De weg die er naar toe leidt is opgebroken. De Zuidpoort dient afgebroken te worden en plaats te ruimen voor de stadsmuren. Er is een nieuwe Zuidstraat aangelegd en er wordt nu een nieuwe stadspoort gebouwd in het verlengde van de nieuwe burgweg.

Pauwel geeft wat details rond de precieze locatie van die oude Zuidpoort. Die ligt ongeveer 130 meter ten oosten van de nieuwe poort, bij het binnenkomen van de Roggestraat die later de naam van de Boterweegschaalstraat zal krijgen. Die straat zal met zijn huizen en belendende steegjes in de loop van de jaren opgeslorpt worden door de abdij van Sint-Niklaas. ‘Dese Rochestrate nam met der oude Zuytpoorte aenvangh, ende liep noortwaerts voorby het out refugiehuys der voornoemde abdye, ende van daer langst de strate die nu de Clooster- ofte de Zuyvelmarcktstraet genaemt is, tot den Zuyt-oosthoeck der marckt.’

Die Zuivelmarkt staat op vandaag bekend als de Appelmarkt. De relatie tussen het volk van Veurne met de buitenbevolking van Veurne-Ambacht is op zich al een delicaat geval. Het supprimeren van de eeuwenoude Zuidstraat, al eeuwen de gebruikelijke toegangsweg voor de landhouders en de keurheren van Veurne-Ambacht om met have en goede de Burg te bereiken, zorgt er voor dat ze nu over hun land moet sjokken om ter plaatse te geraken en er hun vergaderingen te houden.

Er zijn nog wel drie andere toegangswegen, maar de omweg om die te bereiken is er te veel aan. En daar knelt het schoentje. De vier toegangswegen worden bestempeld als ‘vrije wegen’ die als het ware een verlengstuk vormen van Veurne-Ambacht om tot bij de Burg te geraken. De nieuwe Zuidburgweg, in het begin dus een gewone landweg, vervangt dus de vroegere Zuidstraat. Maar de nieuwe toegangsweg wordt het Veurnse gerecht niet bestempeld als een vrije weg en dat betekent in praktijk dat wie binnenkomt aan de nieuwe Zuidpoort zich al binnen de Veurnse jurisdictie bevindt.

De nieuwe toestand zorgt voor allerhande nieuwe conflicten en meningsverschillen: ‘ider ceer dat gerechtsdienaren der ceure eenige lijfstraffelicke gevangen opbrochten ende daer mede door de nieuwe Zuytpoorte trocken, wierden die vande gerechtsbeambten der stadt hun afgenomen ende vastgeset, om dat de wet van Veurne over de selve recht soude doen. Sy seyden sulcx te mogen doen, om dat sy over de jurisdictie der stadt ende door onvrije wegen trocken, midts de vier burchwegen alleen vrije wegen waren, ende dat die der casselrie hunlieder gevangen door die vrijelick naer den Burgh mochten leyden.’

‘De wet is de wet’, zeggen de magistraten. Maar de moeilijkheden stapelen zich op. Dus dringt er zich een aanpassing van die wet op. Er vertrekt een verzoek naar de hertog als hij het niet zou willen believen om de nieuwe Zuidburgweg treffelijk te willen aanleggen en te vergunnen als vrije toegangsweg tot Veurne en zijn Burg. Op 14 maart 1393 krijgen ze antwoord. Filips de Stoute staat de nieuwe Zuidburgweg toe, de straat die loopt door de Zuidpoort, parallel met de oude Zuidstraat en van daar via de westzijde van de markt tot aan de Burg. Hierdoor ‘mochten die der casselrie vrijelick trecken naer den Burch, sonder vande dienaren der stadt eenichsins daer in belet te wesen.’ Als ik de schrijver mag geloven, blijven er ondanks die vergunning nog verdere problemen bestaan tussen de magistraten van Veurne en zijn buitengebieden.

We stappen over naar het jaar 1396. Die van Veurne zitten nog altijd met hun gat vol schulden. Allemaal natuurlijk door de afbetalingen van de infrastructuurwerken aan hun stadsmuren. Er worden oplossingen gezocht om de handel en de nijverheid te dynamiseren en zo extra geld in het laatje te brengen. Er mag wat fut in komen. De welvaart van de burgers moet absoluut op zijn vroegere niveau terugkeren. Dat wordt weer eens lonken naar de hertog.

‘Ten jare 1396, versochten sy ten dien eynde vanden hertogh om datter eene vrije feeste ofte jaermarckt binnen Veurne van alle soorten van coopmansgoet soude mogen ingestelt wesen.’ Een jaarmarkt die 3 dagen kan duren. Op de feestdag van Sint-Jacob, 25 juli. ‘Verders dat het hem gelieven sou van acht dagen vrijdom van gevanck ende aenhoudingh te geven voor de selfde feeste, om dat de cooplieden hunne goederen ter selve brengen ende ten tooge souden stellen, ende acht dagen vrijdom daer naer, om met hunne goederen te vertrecken.’ In de praktijk vragen de Veurnenaars dus dat al wie wat op zijn kerfstok heeft, zich zonder zorgen naar Veurne en zijn jaarmarkt mag verplaatsen zonder het gevaar te lopen om opgepakt te worden.

Vooral wie schulden heeft, kan hier van profiteren. De vergunning komt er. Zij het met een aantal randvoorwaarden. Wie schulden heeft aan de hertog zelf, zal niet kunnen rekenen op immuniteit en Filips wil over een periode van negentien dagen een extra belasting van twee Parijse denieren op elke gesleten stoop wijn. Uiteraard bovenop de bestaande taksen. Er wordt ook een ‘dobbel boete’ opgelegd voor alle misdrijven die er tijdens de periode van de jaarmarkt worden gepleegd.

Ik kan er me wel wat bij inbeelden. Veurne en zijn landbouwrijke buitengebieden. De jaarmarkten zijn een schot in de roos en zorgen voor ‘groote neeringe en profijt’ bij de mensen. Er wordt wonderlijk veel goed verkocht en dat zorgt er voor dat de Veurnse jaarmarkt tot één van de beste van Vlaanderen mag gerekend worden. In die dagen dan wel, reageert Pauwel, want halfweg de 19de eeuw geeft de ooit zo levendige markt meer en meer een vervallen indruk. Het zal wel door ‘versuymtheyd’ zijn, piekert onze schrijver. Er komen problemen tussen de keurbroeders van Veurne-Ambacht samen met het landvolk van Lo tegen de poorters van laatstgenoemde stad.

De stadmensen van Lo bezitten optrekken en landerijen in de buitengebieden, maar ze betalen niet de minste lasten en pointingen op de opbrengsten ervan. Ze wijzen hiervoor naar hun privileges. Daar kunnen de keurbroeders van Veurne-Ambacht niet mee leven. ‘Om alle geschillen diesaengaende te vereffenen ende te samen in vrede te leven, wiertter vastgestelt dat men sich soude gedragen aen het seggenschap van balliu, lanthouders, schepenen ende ceurheers van Veurnambacht, die om dese saecke te beslissen vergaedert zijn op den 25ste januari 1396.’ De uitspraak getuigt van evenwicht en begrip voor die van Lo. Al de taksen die momenteel geëist worden, kunnen van tafel geveegd worden. Tot aan de dag van deze uitspraak.

De poorters van Lo die regelmatig gaan verblijven in de kasselrij, zullen voortaan ‘pointingen’ betalen. Wie een permanent verblijf heeft in de stad Lo en drie keer per jaar een periode gaat werken op het land, zal geen belastingen betalen. De timing en de details zijn precies: ‘drijemael ’s jaers, elck mael veertigh dagen: te weten in den ougsttijdt, om hun vruchten te vergaderen, in den herfst, omme hunne landen te bewercken ende te besaeyen, ende oock in het lente-saisoen.’ De overeenkomst wordt mee goedgekeurd door de burgemeester en de schepenen van Lo zelf.

Het vijfde ‘capittel’ gaat van start: ‘Vanden tijdt dat de Vlamingen, onder ’t beleet vanden sone des hertoghs van Bourgondien, naer Hongarien trocken, tot den vrede van Atrecht in 1433.’ ‘Anno 1396. Jan den Onversaagden, sone des hertogs, treckt met een groot leger tegen de Turcken op.’ De koning van Hongarije roept de hulp in van Filips de Stoute om de opmars van Turken te stoppen. En dat is een kolfje naar de hand van zoon Jan zonder Vrees, die in Veurne dus als ‘de onversaagde’ wordt omschreven.

Jan zal dus in eerste instantie een leger moeten optrommelen. De adel is natuurlijk van de partij om hun jonge prins te volgen. Oorlog voeren is niet gratis, dus wordt er koortsachtig op zoek gegaan naar de nodige financiële middelen. En volk is er nodig. Veel volk, ‘en dies poochden sy hun ten uuttersten om geldt daer voor te becommen ende volck te werven.’ In de Westhoek wordt Claes Uuttenhove ingeschakeld. De notoire ridder is aangesteld als hoogbaljuw van Veurne en Veurne-Ambacht en hij mobiliseert tweehonderd jonge mannen. Zijn zoon Klaas, ‘een jongen ende cloecken edelman’ wordt aangesteld als kapitein van de Veurnse divisie die ook nog de steun krijgt van het lokale blauw bloed.

De jaarboeken omschrijven het weer sappig en geurig alsof ik zelf aan het opstappen ben met dat legertje: ‘Vele jonge Veurnambachtsche edellieden vervoegden sich by de vermelde vrije bende, om ’t gewenschte insichte te betrachten ende hun leven te wagen voor den naem Christi.’ Ik mag inderdaad niet over het hoofd zien dat de Turken er op uit zijn om de Christenen te verdelgen. Islam en christendom.

Onbewust transponeer ik de jongelingen van Veurne die in 1396 naar Hongarije vertrekken in de onwetende waaghalzen die zich anno 2013 naar Syrië begeven om zich daar in een onbekend avontuur te storten. Het leger vertrekt uit Vlaanderen in de meimaand van 1396. Het doel van de reis is om Nicopolis te belegeren. Ik schakel even over op ‘Google Maps’. Mijn Nicopolis in Hongarije blijkt nu Nikopol te zijn in Bulgarije, op de grens met Roemenië. Een afstand van 2.250 km met een reistijd van zowat 24 uur.

In 1396 zal het wel lichtelijk anders zijn. Ik vraag me af of die Veurnse boerenjongens het traject al dan niet te voet moeten afleggen. En ze moeten dan nog eens terugkeren! Ik krijg daar geen nieuws over, maar het oude verslag van de tocht is anderzijds wel duidelijk. ‘Commende in Hongarien trocken sy benevens ’t Hongaersch leger op, om de stadt Nicopolis te belegeren, alwaer Bajazet, soudaen der Turcken, met een leger dat boven de hondert duysent mannen beliep hun quam vinden. Aldaer wiertter eenen schroomelijcken slagh geslegen, tot grooten naerdeele ende verderfenisse der Christenen.

Den meerderen deel vanden Vlaemschen ende Franschen edeldom die er in deel nam, bleven daer dood. Jan, des hertogens sone, met noch eenige der treffelijckste heeren wierden door de Turcken gevangen; sy lieten hun het leven op hope van groot rantsoen van hun te trecken: hunlieder meeningh was gegront.’ 200.000 dukaten kost dat spelletje. Losgeld om de zoon van de hertog vrij te krijgen. Om de terugkeer van de Veurnenaars heb ik me onterecht zorgen gemaakt; ‘er zijnder seer luttel wedergeceert om de mare van hunlieder ongeluck te brengen; sy wierden al gedoodt ofte in slavernie gehouden.’ Ook de jonge kapitein Klaas van Uuttenhove ondergaat een gelijkaardig lot. Hij wordt voor lange tijd als slaaf vastgehouden in Turkije, waar hij zich uiteindelijk zelf kan bevrijden en uiteindelijk toch terug kan keren naar Vlaanderen.

Dit is een fragment uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 5
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.