‘Anno 1393. De Zuytpoorte der stadt Veurne wort verandert.’ De nieuwe werken aan de vestingen […]
In 1076 sterven heel wat dieren en mensen door de bittere winterkoude. De strenge vorst […]
De graaf van Vlaanderen is niet vergeten dat de Noormannen hun troepen in 861 hebben […]
Het jaar 1087 brengt rampzalige toestanden met zich mee voor Vlaanderen. Een verschrikkelijke aardbeving scheurt […]
Filips van de Elzas lijkt in tegenstelling tot zijn vader niet erg gehaast om er in te vliegen en om de barbaren uit het land te verjagen. ‘Eerst wat sightseeing’ denkt hij, en dus neemt hij alle tijd om de heilige plaatsen waar hij al zo vaak over gehoord heeft te bezoeken.
Waar geld en welvaart worden gecreëerd, gaan politici zich moeien. Dat leert de geschiedenis al vroeg. Handelsboycots, accijnzen, politieke inmenging zullen nog voor het jaar 1300 het nodige kwaad aanrichten in Ieper & Co.
De winter van 1126 is verschrikkelijk. De mensen en de beesten vergaan van de koude. De vruchten op het land bevriezen ter plekke waardoor er daarna haast geen voedsel beschikbaar is en er veel mensen sterven van de honger.
Sinds een paar jaar bezit de gemeente Godewaarsvelde, gelegen aan de voet van de Katsberg, naast Miel de Trommelaere, een tweede reus: Degrar I.
Bij mijn bezoek aan het Ieperse stadsarchief stoot ik per toeval op een krantenknipsel uit 1930. Een heel erg informatief stukje journalistiek uit vroegere dagen. Spijtig genoeg kan ik niet rekenen op enige bronvermelding.
Kardinaal Petrus à Colle komt officieel de kruistocht verkondigen en meldt zich ook aan in de Sint-Walburgakerk van Veurne waar hij een groot sermoen afsteekt en de inwoners van de casselrie oproept om in deugd en godvruchtigheid hun duit in het zakje te doen en mee te helpen aan deze goddelijke opdracht. De inwoners van de casselrie Veurne slagen er in een schip gevuld met gereedschappen, goederen en proviand klaar te krijgen om de lange zeetocht naar het oosten te maken.
Deze Diederik De Curte, deze zoon zo gelukkig ter wereld gekomen op het ogenblik dat zijn vader met plezier een onbekende arme vreemdeling gastvrijheid aanbod, huwde met de dochter van de heer van Boezinge en dan dan af is het edel en ridderlijk geslacht van De Curte afgestamd, dat dikwijls hoge ambten van het land bekleed heeft en in de zeventiende eeuw uitgestorven is.
Hoe onze (bed)overgrootouders dachten over het huwelijk kunnen de lezers van ‘De Kronieken van de Westhoek’ alvast hier eens ervaren. Alvast een interessante invalshoek en vooral zéééééér grappig.