Bekendmaking van de hulpmiddelen om de verdronken personen tot leven te verwekken. Uit het jaar 1773 te Ieper.
EHBO in de 18de eeuw
Bekendmaking van de hulpmiddelen om de verdronken personen tot leven te verwekken. Uit het jaar 1773 te Ieper.
1. Van zodra men een verdronkene uit het water getrokken heeft zal men hem aanstonds ontbloten van zijn natte kleren en hem omwikkelen met warme dekens of slaaplakens en hem naar een nabijgelegen huis brengen waar men hem zal leggen voor een gematigd vuur vermits een overgrote hitte schadelijk is. Voorts zal men bij het verdragen of vervoeren er moeten op letten dat de mond onbelemmerd is en naar omlaag gekeerd wordt.
2. Men moet hem terstond wrijven met warme of wollen doeken die geweekt zijn in warme Franse brandewijn, over het hele lichaam in het bijzonder op en langs de hele ruggengraat, welke wrijving men niet licht mag ophouden vermits men voorbeelden heeft van verdronken personen die pas na verloop van 6 Ã 7 uur de eerste tekenen van leven hebben gegeven. Men moet op dezelfde tijd in de mond van de verdronkene warme lucht blazen, wel oplettende van ten tijde van het inblazen de mond en de neusgaten van de verdronkene toe te duwen en zijn tong zoveel mogelijk naar beneden te drukken. Tot deze inblazing kan men zich bedienen van een hol riet, afgebroken pijpkop of een ander buisje. Verder kan men hem de neusgaten en de inwendige keel kittelen met een pluim of met de baard van een pen, niespoeder in de neus blazen alsmede de neus, mond en de slagen van het hoofd met een doek inwrijven, nat gemaakt met een sterk geestachtig water als lavendelwater, ‘eau de la reine d’Hongrie’, spiritus salis armonsaar of elke andere spiritus. Het is ook zeer goed het lichaam bestendig te roeren en op diverse wijzen neer te leggen zonder het op de rug te laten liggen. Want men heeft bevonden dat die gesteltenis geenszins zo voordelig is. Men zal nog de verdronken persoon van tijd tot tijd op de palmen van zijn handen en voeten slaan, hetzij met de hand hetzij met de zool van een schoen of met iets anders dat hiertoe dienst kan doen en er vooral zorg moet voor dragen om hem zo luttel als mogelijk ongeroerd kan laten.
3. Zijnde nog een zeer voordelig middel om zulke persoon tot leven te verwekken van hem warme lucht in te blazen in het fondament. Dat kan gebeuren door een blaasbalg door de schede van een mes wiens punt is afgesneden men in de aarsdarm steekt, door een pijpsteel enzovoort. Maar er is niets beter en krachtiger dan de rook van tabak in het lichaam te jagen, hetgeen men ook dan doen door de schede van een mes zoals hierboven gezegd, trekkende hiertoe van tijd tot tijd de rook uit een brandende tabakspijp. Of men steekt de steel van een brandende tabakspijp in de aars, omtrent drie vingers diep. Men bedekt de pijpenkop met een papier dat doorboord is met veel gaatjes en men neemt de kop in de mond terwijl men met geweld de rook uit de pijpkop blaast langs de steel in de darmen van de dronken persoon.
4. Men moet verder op het spoedigste bezorgd zijn om bij de verdronkene bloed te doen trekken, hetgeen bij preferentie of voortzetting dient te gebeuren in de hals, in de kropader, maar als men niet beter kan zal moet men zich vergenoegen met de ‘armslaatinge’ en ondanks het feit dat het nodig is om het hoofd warm te houden moet men voorzichtig zijn om de mond en de neusgaten niet af te sluiten.
 5. Het is verderfelijk van de verdronkene met de benen omhoog en het hoofd omlaag te hangen op het ongegrond voorwendsel van hem het ingezwollen water te doen lossen, zijnde als even schadelijk van hem te rollen in een tond gelijk het soms gebeurt.
6. Van zodra zulke persoon enige tekenen van leven begint te geven, en niet eerder, zal men hem trachten een weinig gekamferde brandewijn te doen inzwelgen en bij gebrek daaraan een lepel gemene brandewijn. Kort daarna zal men hem een spuwpoeder of spauwdrank doen innemen, welke nochtans niet moet beletten van hem verder in te strijken als hiervoor omschreven.
7. Wanneer de verdronken persoon weer bij zichzelf komt, klaagt hij gemeenlijk van uiterlijke kou, dan moet men hem in een geveerd bed leggen, kannen, flessen of pullen met ziedend water gevuld in zijn bed stallen waar hij mag nemen warme thee met veel honing. Men zou hier heel wel doen dat twee personen zich naakt aan beide zijden van de verdronkene in bed erbij te voegen.
8. Het voornaamste en bijzonderste van deze hulpmiddelen bestaat in de spoed en naarstigheid die men toebrengt en dat het betaamt verscheidene middelen seffens en zonder tijdverlies uit te voeren. Zo verzoekt men eenieder van bij de eerste tijdstonden te willen waarnemen van niet te wanhopen, al mocht de verdronken persoon zeer lang onder water hebben gelegen hebben en hem zeker niet te verlaten tenzij met de vaste verzekering dat het onmogelijk is hem nog tot leven te verwekken. Want het is zeer dikwijls gebeurd zoals hier voordien gezegd en het kan niet genoeg herhaald worden dat men de eerste tekenen van leven ooit nog gemerkt heeft tot 7 uur na deze arbeid.
9. Verder verwittigt men eenieder dat men op enige tekenen van leven in geen volle gerustheid mag blijven op het lot van de kranke, maar dat men moet een medicijnmeester bijroepen zodat hij verder zorg kan besteden vermits men menigvuldig verdronken personen gezien heeft die ondanks een verbetering weinige dagen daarna schielijk overleden zijn.
10. Eindelijk bemerkt men dat al deze middelen ook in het werk gesteld kunnen worden voor die personen die lijken versmacht te zijn door de damp van boskolen, van rijzende vochten zoals drijvend bier of voor mensen die zichzelf gewurgd hebben of door moordenaarshand gewurgd werden, maar enkel in schijn dood zijn.


