Omtrent de ‘Meiboom’, tusschen Oostvleteren en Woesten, kwam er een automobiel aangereden. Het rijtuig van Vasseur reed langs de tramlijn en de automobiel, die naar het schijnt zonder licht was, wilde rechts oversteken, maar helaas er was geen ruimte genoeg en eene schrikkelijke botsing had plaats: eerst tegen het rijtuig en dan tegen de borduur van den steenweg.
Donderdag avond rond 8 ure, kwam Elie Vasseur, beestenkoopman, wonende in de ‘Bascuul’ aan de Meenenpoort te Yper, met peerd en rijtuig van Oostvleteren naar Woesten gereden.
Op het voertuig zat ook eene vrouw, de echtgenoote van Dasiré Versaevel, wonende aan Zillebeke-Statie, met het kindje van Jules Vasseur, insgelijks beestenkoopman en wonende te Westvleteren. Zij kwamen van den doop te Westvleteren en de vrouw bracht het wichtje, dat nauwelijks 4 dagen oud was, naar Yper om voort op te voeden.
Omtrent de ‘Meiboom’, tusschen Oostvleteren en Woesten, kwam er een automobiel aangereden. Het rijtuig van Vasseur reed langs de tramlijn en de automobiel, die naar het schijnt zonder licht was, wilde rechts oversteken, maar helaas er was geen ruimte genoeg en eene schrikkelijke botsing had plaats: eerst tegen het rijtuig en dan tegen de borduur van den steenweg.
De kap van ’t rijtuig werd platgeduwd gelijk een ‘accordeon’ en het peerd dat gevallen was, lag met zijnen kop naar het gerij gekeerd. De inzittenden werden onder ’t rijtuig geworpen.
Elie was nogal haastig rechtgesprongen en vroeg verschrikt aan de vrouw: ‘Leonie, leeft gij nog?’ en hielp haar uit den neteligen toestand. Elie heeft verschillige wonden bekomen, maar gelukkig niet erg. Hij mankt een weinig en zijne zijde is blauw uitgeslegen. De vrouw is aan haar arm en oor gekwetst en het wichtje heeft geen letsel bekomen.
Het peerd is ook gekwetst en zal misschien moeten afgemaakt worden. Peerd en rijtuig behoorden toe aan Jules Vasseur.
Door de schokken was de automobiel, die ook erg beschadigd was, omgekeerd. Twee mannen zijn op den slag gedood. ’t Zijn de heeren Dujardin, kolenhandelaar van Van Autryve, borstelhandelaar, beiden van Robaais.
De ‘chauffeur’ die niet gekwetst werd, riep als waanzinnig: ‘Mon patron, mon patron!’. Een andere heer had erge wonden aan ’t aangezicht bekomen.
Nauwelijks was dit ongeluk gebeurd, als er een tweede automobiel met volle snelheid voorbijreed zonder de ongelukkigen hulp te bieden, maar een derde automobiel hield stil en voerde een zwaar gekwetsten automobielman naar den dokter te Elverdinghe, die, na hem de eerste zorgen toegediend te hebben naar de plaats van het ongeluk gevoerd werd.
De eene persoon was op den slag dood geweest; de andere stierf als de geneesheer erbij kwam. De lijken van de twee ongelukkigen werden overgebracht naar de woning ’t Kasteeltje’, welke in de nabijheid staat. Het parket heeft een onderzoek geopend. Deze droevige gebeurtenis heeft in gansch den omtrek eene groot opschudding verwekt.
Uit ‘Het Nieuwsblad van Yper en het Ommelands’ van 28 augustus 1907 – www.historischekranten.be –


