banner
Jan 30, 2026
57 Views
Reacties uitgeschakeld voor Vuur en vierendelen

Vuur en vierendelen

Written by
banner

Met de komst van de Spanjaarden komen er grote veranderingen. De zuiderse nieuwkomers zijn echt wel specialisten in hun domein en hebben hun mensonterende praktijken geleerd in eigen land. Ik citeer even: ‘het was voornamelijk onder de Spaande regering dat de halsgerechten in deze landen van herrewaarts over in de meeste bloei waren en dat de menselijke geest bijzonder gericht scheen ter navorsing van nieuwe martelingen om de lijders te folteren en hun zieltogingen kunstmatig te verlengen.’

In de 19de eeuw zullen ze beslist geen andere varianten van foltering en pijniging kunnen uitvinden die de Spanjaarden al niet lang onder de knie hebben gehad. Kastijding en lijfstraffen, ja daar kenden ze wel iets van, overdenkt de schrijver. Een getuigenissen uit 1562 illustreert zijn gedachtegang: ‘Den hangman doet zijn executien met den vijere, swaarde, putte, kwartieringe, rade, spriete, galge, slepinge, nijpinge, afsnijdinge, kortooren, doorstekinge, uitooginge, geesselinge, schavotteringe en diergelijke, naar de costumen ende usantien van den lande.’

Een edict van 7 oktober 1546 heeft het over het loon van de scherprechter. Wat verdient de beul? Blijkbaar liggen de tarieven verschillend naargelang het soort van executie. Verbranden, verdrinken, het levend begraven, het ophangen, onthalzen, radbraken, vierendelen worden verschillend verloond. Net zoals het afkappen van de vuist, het afsnijden van de oren, het doorsteken van de tong, het brandmerken en het afknippen van het haar van de veroordeelden.

Uitspraken van 1676 tonen aan dat de repressie en de straffen zo mogelijk nog wreder zijn geworden. Ik kan het mij moeilijk inbeelden, maar toch is het zo. ‘Wanneer de patiënt zoude moeten met gloeiende tangen in zijn vlees genepen worden, of na de radbraking opgewipt en in ’t vuur gesmeten wordt, wat de beul trekken zal voor het vierendelen van het geëxecuteerde lichaam en de vier delen te hangen op de plaats waar de uitspraak is gebeurd, wat hij verder zal opstrijken voor de afkapping van de hand, het afsnijden van oren, neuzen, en wanneer daarenboven het afgekapt lid ergens moet genageld worden, enzovoort.’

Het moedwillig laten verdrinken van veroordeelden bestaat ook. Zoveel is zeker. Keizer Karel betaalt de beul er in 1546 een som van 5 gulden per hoofd voor. Dat gebeurt blijkbaar vooral in Antwerpen tussen 1525 en 1569. Wegens herhaaldelijk bestrafte verkeerde geloofsgevoelens en ook vrouwen die hun kind om het leven brengen, worden nadien door verdrinking bestraft.

De lokale kronieken citeren enkele gevallen: ‘De 31ste juli van 1525 werd aldus te Antwerpen een Augustijnenmonnik die zijn klooster verlaten had en nu dweepte met de hervormde godsdienst, door de raad van Bredero ter dood verwezen. Hij werd in een zak gestopt en zo levend van de werf in de Schelde geworpen.’

‘Vier herdoopte vrouwlieden kwamen in de palmweek van het jaar 1534 op dezelfde wijze door beulshanden om het leven. Drie andere zijn ten jare 1557 eveneens in zakken gebonden en in gemelde stroom geworpen.’ In de stad Vere werd Neelke Aelders wegens kindermoord gestraft om op het schavot versmoord te worden in een pijp met water. Zij die deze straf moesten ondergaan werden met het hoofd tussen de knieën gebonden en in een vat vol water gedompeld en zo verstikt.’

Ten noorden van Vlaanderen, in Amsterdam bijvoorbeeld, hanteert de vierschaar identieke praktijken. Tussen 6 maart en 15 mei worden er zestien vrouwen ter dood gebracht. Ze worden in zakken gestoken en van de vuurtoren in het water van de Ij geworpen. De straf van de verdrinking komt in feite van de Germanen, die het in hun tijd allemaal erg eenvoudig houden. Er zijn maar twee hoofdmisdaden die van algemeen belang zijn in de Germaanse maatschappij. Verraders worden opgehangen. Lafhartigen, ‘poltrons’, worden verdronken.

Alle andere vergrijpen zijn ondergeschikt. Wanneer iemand een persoon verongelijkt heeft, dan mengt het slachtoffer of zijn bloedverwanten zich in de twist. Het zijn zij die genoegdoening eisen. In de oude Gentse gebruiken (in de Westhoek zal het niet anders zijn) zijn diezelfde principes terug te vinden vanaf de jaren 1350. Genoegdoening wordt hier ‘Zoendinc’ of ‘Montzoen’ geheten. Cannaert neemt zich voor om uitgebreid de lokale De ‘Zoendinc-Boucken’ te bestuderen.

Hij komt meteen voor de dag met de straf van de put. De veroordeelden worden levend begraven. De Vestaalse maagden hadden deze bedenkelijke straf al ten tijde van de Romeinen mogen ondervinden. Ze hadden het gewijde vuur laten uitgaan en daarvoor paste dus maar één aangepaste straf; die van de put, een van de langst bestaande doodstraffen in onze gewesten. In de vroege middeleeuwen wanneer het feodaal systeem zich op zijn hoogtepunt bevindt, oefenen de leenmannen elk hun eigen rechtspraak uit binnen de grenzen van hun eigen territorium. De put en de galg staan er toen al bekend als de voornaamste bestraffingsvormen van de gestrafte sukkelaars. De straf van de put is trouwens exclusief voorbehouden aan de vrouwen.

De kasselrij van Ieper heeft zijn eigen rechtspraak. Ik heb er ooit een uitgebreid hoofdstuk aan gewijd. Wanneer een man of een vrouw al voor de derde keer van overspel beticht wordt, wordt de veroordeelde verbannen op galg en put. Het is eigenlijk een heel simpele straf: ze moeten maken dat ze uit de streek verdwijnen en als ze alsnog opduiken en betrapt worden in het Ieperse, dan weten ze welke straf hen boven het hoofd hangt. Eigenlijk heeft de verbanning iets weg van een voorwaardelijke straf.

Het plakkaat van Keizer Karel op 4 oktober 1539 is duidelijk: ‘voor wie die mede ware in wille of in varde waar men wijf verkrachtte zoude men bannen uit het land van Vlaanderen, zes jaar, de man op de galg en ’t wijf op den put levende te delven.’ Vrouwen uit alle standen, van de geringste tot de deftigste burgerklasse, jeugd en ouderdom zonder onderscheid, worden op deze wijze gedurende ruime tijd om het leven gebracht. De voetnoot van de schrijver is duidelijk. De straf is bepaald schrikaanjagend en er zijn nogal wat verdachten die smeken om dan toch maar verbrand te mogen worden in plaats van levend begraven te worden.

De misdaad van valsheid wordt afgerekend met de strop. In Ieper, Brugge en Gent straffen ze de valsaards met ‘den pelorijn, sleutelen in ’t aangezichte ende met banne.’ Die ‘pelorijn’ blijkt een pellerijn te zijn, een frame in hout op dewelke de dader blootgesteld werd aan de spot en de belediging van het volk. De schandpaal van lang geleden is blijven leven in de term van ‘aan de kaak stellen’. Bij de pellorisatie worden vaak brandtekens aangebracht in het gezicht. Ook het afhouwen van de rechterhand en het afsnijden van de oren vervolledigen dikwijls de straf aan de schandpaal.

Meinedige en valse getuigen worden in de kasselrij van Ieper getrakteerd met een gloeiende sleutel op één van hun wangen. Een straf die in het oude Vlaanderen regelmatig toegepast wordt. Het zal dus wel op iemands gezicht te lezen staan dat het een valsaard is. Gwijde van Dampierre maakt eveneens gebruik van deze bestraffing; ‘Zo wie valse waarheden zegt of valse oorkonden voor de schepenen brengt, zal men drie dagen in de kooi zetten en daarna tekenen aan zijn kaak met een slotele en dan uit het land verbannen voor een periode van zes jaar op straffe van de galg en nimmermeer geloofd te worden daarna.’

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.