banner
dec 23, 2020
788 Views

Sneukelbucht

Written by
banner

Anno 1924, op de 11de november was het weer eens tijd voor Sint-Maarten. In de tijd dat we kinderen waren was Sint-Maartensdag de schoonste van het hele jaar. We herinnerden ons met voldoening dat we in moeders keuken ’s avonds rond de jachtstoof zaten en dat, hoe meer die dag naderde hoe luider wij de Sint-Maartensliedjes door de keuken lieten klinken. Hoe gelukkig waren we niet in onze rechtzinnige kindertijd?

Hoe klopte toch ons hartje in afwachting dat de heilige man een ‘hazaard’ zou smijten? En als dat gebeurde en dat er een handvol mokken of piknikken door de keuken vloog, dan waren we opgeheven van vreugde en was het gedurig roepen van ‘bedankt Sint-Maarten’, dat vader en moeder er boloorde van werden. En nochtans! Wat waarde had hetgeen we dan als kinderen als een schat bekeken? In die tijd had men voor een appel en een ei zeker wel een hele paander centebeetjes, voorzeker genoeg om een hele bende jongens te contenteren. Die ‘hazaarden’ waren weliswaar van water en bloem of van nunnenscheten gemaakt en waren enkel versierd met een ‘kartemoniekje’.

Maar desondanks was hetgeen Sint-Maarten aan de kinderen bracht eenvoudig, maar zuiver en gezond. Ook waren we daarmee blij als zotjes want we waren zo slecht niet gewend als de jongens tegenwoordig. Voeg daarbij onze overtuiging dat al die ‘bons’ rechtstreeks uit de hemel kwamen, dat ze er zelfs de smaak en de reuk van hadden en ge zult verstaan dat dit voldoende was om ons kinderlijk gemoed overmatig voldoening te schenken. Het was hetzelfde met het speelgoed. Een aap op een stokje, een popje in zagemeel, een blikken menagiedoosje verrukten ons zodanig dat er bij nacht van droomden.

Ook in geen winkels van de stad konden de kinderen iets ontwaren van sneukel- of speelbucht. Alles was in een achterkamer verdoken, waar alleen Sint-Maarten ze mocht gaan halen om ze bij de braafste kindjes rond te dragen. Was dat niet schoon? Was dat niet aangenaam en hartroerend, zowel voor de kinderen als voor de ouders? Maar nu?? Nu was die rechtzinnige kinderlijkheid stilaan aan het verdwijnen en het merendeel van de kinderen was tegenwoordig zo vroeg opgeleerd dat het waarlijk geen aardigheid was om Sint-Maarten voor hen te doen spreken. En dat kwam ook een beetje doordat alles meer dan een maand tevoren in de winkels geëxposeerd lag voor iedereen.

Zo gingen de kinderen van langs om meer twijfelen of al die schone dingen nu al dan niet rechtstreeks van de hemel kwamen, hetgeen eigenlijk de aardigheid van het feest uitmaakte, zonder dat had die uitdeling van speelgoed op die dag geen reden van bestaan meer. En dan was er nog de hoogmoed die de kinderen afdeelden of na-aapten van de grotere. Men moest niet meer afkomen met kleinigheden. Die waren te gemeen en de ogen vielen op de grootste en schoonste stukken van het magazijn.

En aan welke prijzen? Ge moest eens gaan kijken ge zoudt eerlijk moeten bekennen dat men op een berg van goud moest zitten om de kinderen te kunnen voldoen. Het was nog nooit zo duur geweest en voor ons schoon kostelijk geld kreeg men dan nog Duitse kamelot ‘made in Germany’ die alle vijf voeten van malkander los viel. Maar de slechtste zaak was tegenwoordig nog die van de bonbons.

Men zag er van alle slag van figuren en voorwerpen in chocolade van achter de vieren, bedekt met een couche Engelse vernis die zeer dikwijls de grote afloop veroorzaakten aan diegenen die er van aten. Die bonbons hoorden dan ook in de categorie ‘slecht en vele’. We vonden dan ook nog in sommige vitrienen van die posturen, beestjes of andere dingen in zogezegde broodsuiker gemaakt met sacharine en bedekt met alle soort schreeuwende kleuren van Duitse afkomst en die weliswaar niet straf genoeg waren om een kind te doden maar toch genoeg om het er ziek van te maken. Iedereen die een toertje in de stad deed had de indruk dat er een gemis aan controle was voor al die bucht van sneukelinge.

De ouders zouden tenminste mogen weten wat ze kochten, vooral dat het allemaal stukken van mensen kostte. Hopelijk zou het stadsbestuur daar eens de aandacht op vestigen zoals men dat deed met het plakkaat ‘verkoop van margarine’ dat in sommige winkels werd opgehangen. Eigenlijk zouden ze nu in sommige sneukelwinkels een plakkaat moeten zetten van ‘verkoop van vergif’. Waarom niet? Op die manier zou het volk tenminste gewaarschuwd zijn en ware het een goed middel tegen de onbekende Duitse ziektes door al dat langzaam vergif dat van daar afkwam. Dan zouden onze kinderen tenminste niet meer hondenziek zijn op de dag dat ze meest leute zouden moeten hebben!

Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ – werk in opbouw

Article Tags:
·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *