banner
mrt 10, 2021
1406 Views

Keuring voor de lakenhalle

Written by
banner

Je ziet het. Ik schrijf nu al elke dag over de oorlog om ons heen. Die escaleert dag na dag. De vijandelijkheden zijn haast niet meer te tellen. Ik besef dat ik niet alles kan noteren maar toch probeer ik met hart en ziel neer te schrijven hoe ons leven er hier aan toe gaat. Nu en dan denk ik eens aan de mensen die in de toekomst mijn krabbels zullen lezen. Ik maak mezelf wijs dat er dan al lang geen oorlog meer zal bestaan tussen de mensen. En toch al zeker niet om het geloof. Voor ik het vergeet: ik beleef vandaag al de 12de september van het jaar 1583. De vijand heeft zich vannacht bezig gehouden met brandstichting van nogal wat pachtgoed in de omgeving van Ieper. Schandelijke toestanden eigen aan deze oorlog. En dan moet je eens de hachelijke toestanden bekijken hier in de stad. De poorters vallen als de vliegen, armoede en pest zorgen voor het ene sterfgeval na het andere. De doden worden per twintig of vijfentwintig in diepe putten gegooid, pestgevallen samen met hongerdoden, stapels uitgemergelde karkassen. Terwijl het rundvlees nu al negen stuivers per pond kost en het schapenvlees vijftien stuivers.

13 september 1583. Een Waalse tamboerijn zoekt contact met ons stadsbestuur. Een en ander gebeurt bij de Antwerpse poort. Er is blijkbaar sprake van een nieuw bolwerk met daarbij ook nog eens de opmerking of er nog altijd niet kan gepraat worden over een eventuele overgave. Marquette doet niet eens de moeite om te antwoorden. De 14de september is er weer een slachtingsronde voor onze paarden. Hetzelfde scenario als de vorige keer. Keuring voor de lakenhalle gevolgd door de dood aan het Schottendok. De ‘fourragie’ is zo rampzalig dat er niets anders opzit. Sommige paarden en zelfs vette merries worden in de lakenhalle zelf gedood. Om op zout te leggen voor proviand en noodrantsoenen, de Ieperlingen zijn ondertussen al wel een en ander gewend. Na de middag worden paarden en koeien nog eens naar de galgenweide buiten de Tempelpoort gebracht om wat bij te grazen. Een grote groep poorters vergezelt de dieren terwijl ze zichzelf nuttig maken door gras af te zeisen en in jutezakken te proppen. Hier en daar worden onze soldaten lastig gevallen door de Walen, maar bij valavond kunnen onze mensen en beesten toch ongeschonden naar de binnenstad terugkeren.

Bij het invallen van de duisternis beginnen de Walen plots grote vuren aan te leggen rondom de stadsgordel. Tientallen grote vuurstapels, het lijkt wel de hel met dansende duivels die dansen in deze gloeiende duisternis. Dit apocalyptisch tafereel wordt nog versterkt door bakken regen die vanuit het niets lijken neer te vallen. We kijken er op toe als zieke honden op een koe. Wat bedoelen ze toch met hun vuur? De katholieken willen ons angst aanjagen, dat wordt nog duidelijker wanneer ze plots met zijn allen hun handvuurwapens gaan afvuren op de stad. Gruwelijk veel lawaai en tussen het schieten door lanceren de kanonnen op het verschansing van Hoge Zieken nu salto’s van zwaar geschut op de stad en zijn woningen. De projectielen voelen aan als een verschrikking. Geloof me: je gaat wel even slikken als je de angst in de ogen van je buren ziet. Het alarm gaat vanzelfsprekend af, onze lantaarns lichten op, de burgers grijpen hun geweren en haasten zich naar hun kwartieren. Het licht- en klankspektakel houdt aan tot 21u. De stilte achteraf heeft iets onwezenlijks. Farnese heeft ons wel degelijk de stuipen op het lijf gejaagd.

16 september 1583. Tijdens de avondlijke parade treft een kloot van buiten de stad de grenssteen aan de woning van Marc Dewilde junior. Wanneer de bom uit elkaar spat en versplintert doodt die een soldaat en daarbij ook nog de luitenant van Quinet. Een burger raakt eveneens dodelijk gewond. Dergelijke exploderende bom is nieuw voor ons, een vreemd geval en net vandaag stellen we tot onze ontzetting vast dat de katholieken een nieuwe verschansing aan het construeren zijn ter hoogte van de boerderij van de drie molens aan de Zonnebekestraat.

17 september 1583. De nacht is ongewoon helder geweest en bij het aanbreken van de morgen zien we dat de vijand een nieuwe versterking heeft opgetrokken aan de noordzijde van de Zuinebouckstraat, in het Houveland waar ooit nog de buitenste vesten voor extra veiligheid moesten zorgen. Ook vanuit de richting Zonnebeke-Roeselare zal Ieper de volle lading krijgen. De constructie ziet er indrukwekkend uit, als we goed kijken zien we zien de grote artillerie er staan op een wel erg vervaarlijke hoogte. Later op de dag vernemen we dat er een identiek fort komt aan de buitenvesten buiten de Boterpoort. Kort na de middag meldt een tamboer-majoor zich aan bij onze gouverneur. Wat komt die hier uitvoeren? Hij leidt een van onze soldaten binnen. De man werd blijkbaar ernstig gewond tijdens een confrontatie met de Walen, dat gebeurde ter hoogte van de wachtpost aan de Boterpoort. We komen zo te weten waarom de Walen zo uitbundig waren met hun vuren. De Spaanse koning had een schone victorie behaald en de nieuwe Spaanse gebieden moesten natuurlijk uitgebreid gevierd worden.

In Ieper valt er zeker niets te vieren vandaag. Vooral met de tragedie die zich rond 17u af gaat spelen in de vroegere gebouwen van de grauwe broeders. In de Bukkerstraat staat er een molen gebouwd die dient om het buskruit fijn te pletten. Om een of andere onverklaarbare reden ontstaat er een brand in het gebouw en explodeert de voorraad. In de omliggende woningen vallen direct tien doden. Onze eigen woning langs de markt davert op zijn grondvesten. De helft van de Bukkerstraat ligt in puin, hoe kon dit gebeuren? De roddels ripsen op. Tja, hebben we ooit zoveel munitie moeten klaarmaken hier in de stad, niemand heeft ooit dergelijke volumes gezien, het moest er van komen dat al dat poeder tot ontploffingen zou leiden. De volgende morgen blijken er nog altijd tussen de twaalf en de zestien mensen vermist. Rond 9u treffen we nog twee mannen en een vrouw levend aan onder het puin. Bedolven onder zeker vierduizend bakstenen en er levend uitkomen, hun konijnenpoot heeft ongetwijfeld goed gewerkt. Alleen jammer toch van dat prachtig gebouw van de Rostere en de omliggende huizen. Achthonderd kilo buskruit kwijt, ’te kwiste’ gegaan. Het nieuwtje van de brand en de ontploffing zorgt voor het nodig plezier bij de Walen. Ze bieden ons nog een toemaatje wanneer ze vanuit hun forten nog zeven stukken artillerie in werking stellen, een extra traktatie van Farnese die jong en oud vooral geestelijke pijn bezorgt en ons moreel nog verder naar beneden haalt.

Uit deel 8 van ‘De Kronieken van de Westhoek – Dagboek van Augustijn –

Article Tags:
· · · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *