In die oude tijden vloeien de Leie en de Schelde niet met elkaar samen te Gent maar behoudt de Leie haar eigen bedding op het traject waar momenteel nog altijd de Lieve stroomt die er vermoedelijk een overblijfsel van is. Een algemene springvloed die gepaard gaat met een grote westerstorm zal er de oorzaak van zijn dat het waterpeil van de Schelde op een moment zodanig gaat stijgen en het overstromende water wel zijn weg moet zoeken in de gezwollen Leie. De watermassa baant zich met geweld een weg van Gent naar Dendermonde. Zo ontstaat een nieuw traject voor de Scheldestroom. De nieuwe bedding wordt na verloop van tijd dieper en dieper en voert de meeste wateren in de richting van het oosten.
Terwijl er in de vroegere bedding niet veel stroming meer overblijft. Waarop die gaat verzanden en dichtslibben zodat er uiteindelijk niets meer van zal overblijven. Wanneer dat proces verlopen is kan niet exact worden vastgesteld. Maar het valt aan te nemen dat het tussen de 6de en de 9de eeuw moet geweest zijn. Rond het jaar 900 moet de oude Schelde nog bevaarbaar zijn hoewel de nieuwe Schelde dan al lang zijn nieuwe bedding volgt. Die nieuwe loop van de Schelde krijgt ook zijn politieke consequenties. Na de dood van de Franse koning Lodewijk de Vrome beslissen zijn kinderen dat de grens tussen Frankrijk en Lotharingen wel degelijk de Schelde is.
Alles wat zich ten oosten van Gent bevindt maakt deel uit van Lotharingen en valt dus in het Duitse keizerrijk, het gebied dat al in hun handen is sinds 925. Het zijn de vroegere graven die dat oostelijk gebied in vroegere jaren een beetje clandestien hebben binnengereven, zelfs zonder medeweten van hun leenheer-koning. ‘Je moet niet denken dat je zomaar met mijn voeten kan spelen’, zoiets zal koning Otto wel gedacht hebben over Arnulf na zijn steun aan de Fransen tijdens de veldslag van Laon. En dus palmt hij de oostelijke landen van Gent netjes weer in. Later zullen de zonen van de Franse koning dit nog eens extra officialiseren. Gent ligt nu perfect aan de grens tussen Vlaanderen en Duitsland.
De Otto-Gracht ten oosten van Gent
Als nieuwe graaf van de oostelijke regio van Gent (de overkant van de Schelde dus) wordt een zekere Wigman aangeduid, één of andere hoge piet van het adellijk huis van Saksen. Het is best grappig om erbij te vertellen dat de oostzijde dicht bij Gent-stad tot aan de Vier-Ambachten in die tijd de ‘Otto-Gracht’ genoemd wordt. Wigman wordt dus in elk geval de baas over het land van de Over-Schelde, het land van Waas, de villae van Hulst, Axel, Boekhoute en Assenede, het land dat later bekend zal raken als deze ‘Vier-Ambachten’. Ook Aalst zal korte tijd later onder het gezag van Wigman vallen. Fijne geschiedenis is het. Ik leer iets bij. Zoals die fameuze naam ‘De Vier-Ambachten’.
Waar komt die dan wel vandaan? Hulst, Axel, Boekhoute en Assenede zijn in de jaren 900 allen hofstedes (villae) met elk een redelijke partij grond. Ze worden alle vier bestuurd door een eigen gouwgraaf, een soort ambtenaar in dienst van de koning, een ministerialis. De gebieden zelf worden ‘ministerium’ genoemd wat in het Frans omschreven wordt als ‘métier’ en in het Nederduits als ‘ambacht’. Pas later zal de term ambacht enkel nog van toepassing zijn voor ambachtslieden en handwerklieden. Maar dat even terzijde. Het hele gebied dat onder het bestuur van graaf Otto valt, wordt voortaan officieel ‘Rijks-Vlaanderen’ genoemd. Om het extra protserig te maken ook wel ‘Flandria Imperialis’.
Flandria Imperialis
Wigman baas over zijn Flandria Imperialis dus. Vet is hij daar niet mee als hij geen middelen krijgt om zijn nieuw graafschap te besturen. Hij zal zich moeten verdedigen tegen zijn buren uit Vlaanderen. Daar wordt in voorzien. Otto laat op de grond van de Sint-Baafsabdij een kasteel bouwen voor Wigman. De sterkte ligt pal op het westelijke uiteinde van zijn heerlijkheid. Maar Wigman wil meer. Hij laat een extra gracht delven tussen zijn nieuw kasteel en Biervliet. Het is die bewuste Otto-gracht, de ‘Fossia Ottoniana’ die ervoor moet zorgen dat er een duidelijke scheiding komt met het Vlaanderen van graaf Arnulf. De officiële grens tussen Frankrijk en Duitsland.
De Otto-Gracht is trouwens niet veel meer dan het uitdiepen van de oude Schelde die op dat moment al voor een flink stuk zal dichtgeslibd zijn. Otto is zijn rug nog niet helemaal gekeerd of de ruzie tussen de Franse en de Duitse leenmannen barst al weer in volle hevigheid los. Graaf Arnulf laat schansen opwerpen en blokhuizen timmeren waar hij krijgsvolk in deponeert. Ze moeten hier de uitkijk houden en een gunstige gelegenheid afwachten om de vijand te overvallen. Hij wil waarschijnlijk ook wel voorkomen dat die Otto-Gracht zal afgewerkt worden. Arnulf heeft het vooral gemunt op de nieuwe burcht van Wigman. Zijn ambitie gaat gepaard met geweld, uithongering, insluiting en belegering. Maar al die pogingen mislukken. De Saksische graaf is een taaie burger en houdt zich aan het gras.
Tot Arnulf met een beter idee voor de pinnen komt. Waarom zou zijn eigen dochter Lutgardis niet trouwen met Wigman? Op die manier wordt Arnulf de schoonvader van Wigman en komt er weer vrede in plaats van agressie. De krakelen vallen stil en het komt tot een betere verstandhouding tussen de graaf van Vlaanderen en de keizer van Duitsland. De oudste dochter van Wigman treedt trouwens in de echt met Diederik II, de graaf van Holland. Een onderonsje dat wel kan tellen. De huwelijksband tussen Vlaanderen en Duitsland heeft zo zijn gevolgen voor de relatie met Frankrijk. De graaf van Vlaanderen moet sowieso manschap afleggen aan koning Lodewijk maar de Vlaming voelt zich met zijn Duitse alliantie in de rug nu plots machtiger dan de Fransman zelf. Arnulf is zo vermetel en ijdel om zichzelf een vleugje koninklijke aura toe te kennen als zijnde ‘Arnulf de Grote door de genade van God markgraaf van Vlaanderen’.
–
Uit deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek’


