Orde op zaken stellen in Gelderland
30 juni 1481. Het bestand met Frankrijk wordt met een vol jaar verlengd. Maximiliaan profiteert ervan om orde op zaken te stellen in Gelderland omdat de bewoners er niet tuk op zijn om zijn wetten te erkennen. Veel anders zal er toch niet opzitten voor hen. Dat bewijst Maximiliaans huldiging tot hertog van Gelderland in de stad Nijmegen. De inwoners van Venlo blijven nog een tijd weerspannig maar zullen zich goedschiks kwaadschiks met een verdrag moeten overgeven aan de macht van onze aartshertog. Op 10 september 1481 brengt Maria van Bourgondië haar tweede zoon ter wereld. Franciscus zal het niet lang uithouden, het kind sterft al op 23 december. Alweer een stuk Vlaamse geschiedenis dat door de natuur op een ander spoor gezet wordt. Er staan trouwens nog wel meer grote veranderingen op til.
Begin 1482. Maximiliaan en Maria brengen een aangename winter door in Brugge. Het gaat er vrolijk aan toe. Het echtpaar is in de bloei van het leven. Daarbij hoort zeker de nodige sport en ontspanning. Schaatsen op het ijs en jagen in het bos van Wijnendale bijvoorbeeld. Tijdens een van die jachtpartijen maakt de hertogin een val met haar paard. Ze rijdt nogal wild met een driftig paard, een nieuw gedolven gracht en een brekende zadelriem, op één bepaald moment zit nu werkelijk alles tegen. Alsof het zo moest zijn… Ruiter en paard stuiken neer op de grond. Maria staat direct op alsof er niets aan de hand is en geeft aan dat het meevalt met de pijn.
Haar frêle lichaam vertelt een ander verhaal, eentje van inwendige kneuzingen en verwondingen. Ze wordt in elk geval naar Brugge teruggevoerd waar het zeer stilaan de kop op steekt. Haar inwendige verwondingen ontsteken en verzweren zodat Maria wel verplicht is om het bed te houden. Drie weken later is haar gezondheidssituatie zo hopeloos dat de geestelijken van de stad beslissen om de hulp van de grote baas in te roepen. De ‘opperste geneesheer’, schrijft de chroniqueur heel devoot. De processie met het heilig bloed en de relieken van Donaas in de richting van het kartuizerklooster om de hemel op andere gedachten te brengen levert helaas niets op.
Erger nog, rond de middag van diezelfde 27 maart 1482 sterft Maria van Bourgondië op de leeftijd van 25 jaar, 1 maand en 14 dagen. Ze heeft Vlaanderen gedurende 5 jaar bestuurd en laat 2 kinderen na. Filips de Schone (nog geen 4 jaar) die zijn moeder in haar staten zal moeten opvolgen en Margareta van Oostenrijk (2 jaar). Voor de volledigheid vertel ik er nog bij dat de overledene nog in verwachting was en dat haar toekomstig kindje in haar buik verloren ging. Voor echtgenoot Maximiliaan breken er bizarre tijden aan. De begrafenis volgt op 2 april. Uiteraard een rouwplechtigheid met koninklijke allures die doorgaat in de Brugse kerk van Onze-Lieve-Vrouw waar haar prachtige graftombe in verguld koper nog altijd te zien is naast die van haar vader. Met Maria sterft de laatste telg van het machtig Bourgondisch geslacht dat zowat een eeuw het leven in ons land heeft bepaald.
Geen aandacht voor Maximiliaans verdriet
Het verdriet van Maximiliaan krijgt niet de minste aandacht in de geschiedenisboeken. De schrijvers beginnen al onmiddellijk over de gewijzigde politieke situatie. Omdat de troonopvolger zeker nog tien, twaalf jaar nodig heeft om het bestuur over zijn staten op te nemen veronderstelt zijn vader dat hij dat tijdens die aanloopperiode in Filips’ naam zal moeten doen. Als voogd en regent dient hij daar natuurlijk de toestemming toe te vragen en te krijgen van de Vlamingen en van de rest van zijn staten. Maximiliaan roept op 8 april 1482 de Staten-Generaal bijeen in zijn hof te Brugge. Waar hij zoals te verwachten dit voorstel lanceert. De afgevaardigden hadden zich daar natuurlijk aan verwacht maar geven aan dat ze daar toch liefst eens grondig zouden over willen beraadslagen.
Ze beloven een antwoord op 3 mei tijdens de volgende vergadering die zal doorgaan in Gent. Toch zit er al een haar in de boter. De Raad verzoekt aan Maximiliaan om enkele hofleden en raadsheren uit zijn entourage te verwijderen. Ze zouden zich met penningen van de gemeente verrijkt hebben. Die beschuldigingen van corruptie gaan in de richting van Philippe van Heurne, Roeland van Halewijn (de Brugse hoogbaljuw), schout Antonius Vander Vichte, Jacobus van Gistel (burgemeester van de schepenen) en tenslotte Joos van Varsenare die vorig jaar nog burgemeester van de gemeente was. Maximiliaan die nu natuurlijk rekent op hun steun, gaat gewillig in op hun eisen en laat direct al de magistraten van Brugge en het Brugse Vrije vervangen. Op een later tijdstip zal hij dan de klok wel weer terugdraaien. Dat denkt hij alvast.
De democratie steekt de kop op
3 mei 1482. Gent. De democratie steekt de kop op in Vlaanderen. Tijdens de vergadering van de Staten-Generaal verklaren de afgevaardigden van de drie Leden van Vlaanderen dat ze bereid zijn om hem als voogd van zijn minderjarige kinderen te erkennen en hem als nieuwe graaf ad interim in te huldigen. Voor zo lange tijd als ze dat zelf willen en op conditie dat hij bereid is te zweren dat hij niets zal ondernemen zonder hun voorafgaande toestemming. De Staten willen Maximiliaan dus wel degelijk aan de leiband houden. Als reden geven de Vlamingen aan dat hij zelf nog maar amper 23 jaar is en zich veel te veel laat leiden door zijn hovelingen die voortdurend nieuwe belastingen uit hun mouw schudden en het volk afpersen om hun eigen zakken te vullen. Zijn hofhouding is zo te horen goed voorzien van dergelijke types.
De Staten-Generaal gaat nog een stuk verder door Maximiliaans kanselier te ontslaan en nog enkele van zijn adviseurs de laan uit te sturen. Maximiliaan van Oostenrijk en Philippe van Croy, de graaf van Chimay verlaten geschokt de vergadering en begeven zich naar Brugge en Ieper waar ze hopelijk met betere gedachten rondlopen. Dat is natuurlijk een dwaze gedachte want in beide steden geven ze aan dat hun afgevaardigden deel uitmaken van de drie Leden van Vlaanderen en dat hij bij hen moet zijn om schikkingen te treffen. De aartshertog vertrekt dan maar in alle haast naar Mechelen om er zich als voogd van zijn kinderen te laten erkennen en het regentschap over Brabant af te dwingen. Daar krijgt hij identieke condities voor de voeten geworpen. In Holland, Zeeland en Friesland zijn ze dan wel weer bereid om hem zonder voorwaarden in te huldigen.
–
Uit deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ – Het oud Verhaal van Vlaanderen


