banner
mei 21, 2021
1550 Views

De leeuw vreest de lelie niet

Written by
banner

‘De leeuw vreest de lelie niet’. De kenspreuk van Pieter de Coninck indachtig, wordt het gebrul van de Brugse arbeiders, de vissers en de boeren aan de zeezijde steeds merkbaarder. Georganiseerde bendes gaan opnieuw op zoek naar alles wat ruikt naar Leliaards. Het ‘popularium genus hominum naturaliter brutale’ bezondigt zich aan extreme gewelddaden. Hondschote, Rexpoede, Killem, Oostkappel zijn in diezelfde zomer en herfst al het toneel van dat revolutionair geweld.

Elke landbouwer die wil meewerken aan die verdomde vrede van Arques, krijgt aanvallen en plunderingen te verwerken van de opstandelingen. De Kasselrijen van Sint-Winoksbergen Duinkerke en Broekburg worden geterroriseerd door de bendes van Jacob Peyt en Jan van der Brugghe.

Wie is die Jacob Peyt? De kronieken omschrijven hem als ‘een vrouwenzot, een heidene, een duivel zonder consciëntie en een onbeschoft heerschap’. Maar hij is tezelfdertijd de tweede ziel van Zannekin en van zijn volk. Peyt is ‘de granieten bok van Sint-Winoksbergen, Sint-Omaars en Cassel’ Hij heeft radicaal gebroken met de kerk en met alle Franse nonsens. Priesters hebben het bij hem totaal verkorven: ‘er zou maar één geestelijke mogen bestaan op aarde, ééntje die opgeknoopt is.’ Hij is een opstandeling van de zuiverste soort die er niet eens aan denkt om zijn tienden neer te leggen voor de afkortingen van Athis-sur-Orge.

Jacob Peyt gaat regelmatig zwaar over de schreef, maar hij inspireert hoe dan ook het brute volk van Veurne-Ambacht. Hij is helemaal niet wars van heiligschennis. Iets wat helemaal niet van die tijd is. Het is daarom niet verwonderlijk dat Jacob Peyt nauwelijks geduld wordt binnen de muren van Brugge. Hij laat effectief geen gelegenheid voorbijgaan om herrie te schoppen tegen de zogezegde verraders van 1302 en tegen de nieuwbakken ridder Jan Breydel. Peyt vreest geen enkele Brugse zot. Hij is op korte tijd het symbool van een radicale groep geworden. Peyts geest doorkruist Brugge en crasht onophoudelijk met oude waarden en met de zeden van de nieuwe hoogwaardigheidsbekleders. Maar Brugge blijft hem voorlopig tolereren. Met lange tanden.

Hij kan de stad erg belangrijke diensten bewijzen in zijn streven naar onafhankelijkheid van de Franse leenheer. Over het hele Westland is er al vlug sprake van gewapende bendes die door niets ontziende hoofdmannen worden geleid. Elk stadje of elke regio heeft zijn eigen hoofdman. In Ieper wordt de bende geleid door Willem van Moorslede. De Westhoek staat in rep en roer. Drieste volksbendes plunderen de woningen en eigendommen van diegenen die hulp verlenen aan de baljuws die werken aan de uitwerking van de vrede van Arques.

Alle graafsgezinden worden onverbiddelijk aangepakt. De streek moet en zal gezuiverd worden van alles wat ook maar ruikt naar blauw bloed of lelies! Ook de kerk en de priesters krijgen het zwaar te verduren omwille van hun steun aan het gegoede volk en hun medewerking aan dat verdomde interdict. De radicalisering valt niet te ontkennen. Dat kan men perfect vaststellen op lichtmis, 2 februari, bij de jaarlijkse herverkiezingen van het Brugse stadsbestuur waar de allerminst gematigde ex-voogd Willem de Deken opnieuw aantreedt als schepen. Aanvankelijk is het nog rustig in Brugge waar de graaf opnieuw zijn intrek heeft genomen.

Maar de rebellie van het Westland bereikt de stad Brugge in maart 1327. Het moorden en plunderen breidt zich gaandeweg opnieuw uit tot het hele westelijke gebied van het graafschap. Vlaanderen distantieert zich wel enigszins van het al te brute geweld van de ondertussen overleden Peyt. Jacob Peyt wordt in augustus 1327 vermoord in de buurt van Hondschote. Hij kreeg tot eenieders verbazing een kerkelijke begrafenis in Coudekerke. Brugge laat een onderzoek instellen naar de daders van de moord. Maar één en ander zal wel met valse schijn te maken hebben.

De dood van deze rebelse en voor velen ‘crapuleuze’ Jacob Peyt is uiteindelijk voor veel gematigden een goede zaak. De moord kan dan ook wel een afrekening vanuit die richting geweest zijn. Ondertussen gaan de inningen en de pointingen van de koninklijke ontvangers hun gewone gang. Belastingen, taksen, boetes. Afdokken. Het volk mort tegen de edelen, de magistraten, de pointers en de ontvangers. Opnieuw wordt een ideale ‘fond’ gelegd voor de opstand van het volk. De onrust van 1324-1325 gist opnieuw volop in de Vlaamse steden.

Uit deel 3 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

Article Tags:
· · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *