banner
nov 18, 2025
101 Views
Reacties uitgeschakeld voor De Vlaanderengouw

De Vlaanderengouw

Written by
banner

Zijn huwelijk met Judith legt Boudewijn geen windeieren. Hij wordt door zijn huwelijk al snel één van de belangrijkste vertrouwenspersonen van de Franse koning. In 871 gelast Karel de Kale zijn schoonzoon de onderwerping te bewerkstelligen van de opstandige prins Karloman en wanneer Karel optrekt naar Italië, behoort Boudewijn met Adalelm tot de vier heren die belast worden om de kroonprins Lodewijk bij te staan.

Begin januari 879 sterft Boudewijn. Het is niet bekend of de veertigjarige Judith op dat moment nog leeft. Het overlijden van Boudewijn betekent meteen het begin van een gewelddadige oorlogsperiode in Vlaanderen. Waren de Noormannen zo beducht van de Vlaamse graaf en hebben ze gewacht tot na zijn dood? De grote inval van de Noormannen duurt vier jaar. Vroeger waren het slechts benden zeerovers die even aan land kwamen, enkele weken onze streken teisterden en dan weer verdwenen.

Nu, in 879, verschijnt een machtig en goed georganiseerd leger dat het land bezet en systematisch plundert. Het Scandinavische heir gaat in juli 879 ergens tussen Boulogne en Calais aan wal. De Noormannen trekken naar de bisschoppelijke stad Terwaan en naar Sint-Omaars waar de Sint-Bertinusabdij in brand gestoken wordt. De barbaren rukken dan op naar het noorden. De streek ten westen van de Leie tot aan Gent wordt leeggeplunderd en verwoest.

Een Frankisch leger dat de confrontatie aangaat met de wildemannen, wordt vernietigd. De Noormannen settelen zich in Gent. Het begin van een verschrikkelijke tijd! Het volstaat om een blik te werpen op de kronieken van die tijd om zich een beeld te vormen van de nooitgeziene terreur van die dagen en jaren. De moorden, plunderingen en verwoestingen bedreven door de Scandinaviërs grenzen aan het ongelooflijke.

Ieder die kan vluchten doet het. Armen, rijken, vrijen, lijfeigenen, geestelijken en leken pakken de biezen op zoek naar veiligere oorden. De invallers overwinteren in Gent van waaruit ze de valleien van de Schelde en de Leie beheersen. In het voorjaar van 880 trekken ze naar het zuiden. Ze plunderen Doornik en dringen verder tot in Reims. In de herfst leveren ze weer slag tegen een nieuw Frankisch leger en opnieuw worden de Franken verslagen en uiteengedreven.

Na die zege komen de Noormannen naar Kortrijk waar ze deze keer de winter doorbrengen. Tijdens de laatste dagen van 880 wordt Atrecht (Arras) in brand gestoken en gaat de grote kerk van Kamerijk (Cambrai) in de vlammen op. Niets lijkt opgewassen tegen de dolle woede van de Noormannen. Tot dat de jonge koning van Oost-Francië zich met de zaak gaat bemoeien. De jonge Lodewijk III verrast de invallers te Saucourt bij de Somme en brengt hen een verpletterende nederlaag toe. De resterende barbaren vluchten in allerijl naar Lotharingen. Maar de Frankische triomf is van korte duur.

Lodewijk III sterft in 882 en onmiddellijk komen de verwoestingen en plundertochten weer op gang. Karloman, de broer van Lodewijk III begrijpt dat het zo niet verder kan. Hij ziet in dat het vlakke en door rivieren doorkruiste Vlaanderen eigenlijk niet te verdedigen valt tegen de Noormannen. Hij schuift de grens van zijn rijk bewust achteruit tot aan de heuvels van Artois. Met dat doel bouwt hij te Etrun op de Schelde in 881 een burcht. De ligging is ideaal: de reeks van heuvels, die van Saint-Quentin naar Cap Blanc Nez loopt en de Vlaamse vlakte van de Sommestreek scheidt, vormt een natuurlijke hinderpaal voor het Noorse landleger.

Het versterken van de verplichte doorgangen, in het bijzonder de valleien, volstaat dus om het Sommegebied te beveiligen. Door de Schelde te versperren, sluit de koning voor de Noormannen hun belangrijkste verkeersweg af, zodat het voor hen moeilijk werd, nog dieper in het land door te dringen. Op die manier kunnen ze beletten dat de Noormannen via het water tot in het hart van Frankrijk kunnen doordringen.

De maatregelen zijn direct doeltreffend. Ze kunnen de Noormannen niet volledig afstoppen, maar het gros van de legers wordt wel buiten gehouden. Slachtoffer van de situatie is natuurlijk alles wat ten noorden van de heuvels van Artesië is gelegen: Vlaanderen dat aan zijn lot wordt overgelaten. Het leeggeplunderde, verlaten en desolate Vlaanderen wordt prijsgegeven.

De kustgouw Vlaanderen die tot in 883 niet door de Noormannen werd aangevallen krijgt in de zomer van 883 de volle laag. De plundering van de kuststreek betekent echter hun laatste wapenfeit. Nog voor het invallen van de winter verlaten ze Vlaanderen.

Maar wat is er tijdens die verschrikkelijke jaren gebeurd met de zonen van Boudewijn met de Ijzeren Arm? De kuststreek en de Vlaanderengouw behoorden toe aan zijn vader. Boudewijn II was pas 15 als de Noormannen de streek hebben aangevallen in 879. Waarschijnlijk is hij in veiligheid gebleven in hun vesting in Brugge en verkoos hij de strijd niet aan te gaan tegen de noorderlingen. Als de woestelingen in de zomer van 883 de kust kwamen plunderen, zullen Boudewijn en zijn broer vermoedelijk samen met de lokale bevolking gevlucht zijn.

Ergens veilig beschut in de naburige bossen. Beelden jullie eens het treurige uitzicht van onze streek in na het vertrek van de Noormannen! Alles staat er hopeloos vernield bij. De akkers liggen braak nadat ze vier jaar lang niet konden bebouwd worden. De veestapel is verdwenen. Het merendeel van de inwoners is weggevlucht en het zal nog jaren duren vooraleer de mensen durven terugkeren. Want wie garandeert er hun dat de aanvallen niet zullen herbeginnen? Vlaanderen is geruïneerd.

Nog een schim van zichzelf. Een groot deel van de bevolking; grondbezitters en koninklijke ambtenaren blijven weg uit de streek tijdens de jaren die volgen na het vertrek van de Noormannen. Het is vrij duidelijk dat de Franse koning verzaakt aan zijn gezag in het verwoeste noorden van Vlaanderen. Niemand heeft de intentie getoond om de streek die stroomafwaarts van Etrun ligt, van de Noorse agressie te bevrijden!

Het oprichten van het fort te Etrun toont aan dat een klein deel van Frankrijk, namelijk het latere Vlaanderen, wordt prijsgegeven om de rest van het Franse grondgebied te vrijwaren. De Fransen hebben Vlaanderen simpelweg opgegeven. Aan zijn lot overgelaten. Dat blijkt duidelijk als Karloman, broer en opvolger van Lodewijk in 883 de Sint-Bertijn en Sint-Vedast abdijen samen met het graafschap Ternois schenkt aan een grootgrondbezitter uit Oosterbant en Ternois, een verwante van de Karolingers, abt Rudolf.

Door de uitgebreide landgoederen die ervan afhangen, door de rijke inkomsten die ermee gepaard gaan, is het bezit van deze abdijen ruimschoots dat van een graafschap waard! Het is merkwaardig dat de koning zo ineens, aan één en dezelfde heer, de twee rijkste abdijen van Noord-Frankrijk weggeeft.

Veel wordt duidelijk als we vaststellen dat onze heer Rudolf voortaan de aangewezen leider is van de strijd tegen de Noormannen in Noord-Frankrijk. De Franse koning Karloman heeft in het noorden van zijn rijk een marke opgericht, en het bevel aan abt Rudolf toevertrouwd. Als vergoeding hiervoor heeft Rudolf op zijn minst de Sint-Bertijns en Sint-Vedast abdijen gekregen. Daaruit volgt, dat Artois en Ternois in die tijden als grenspagi worden beschouwd!

Dit wijst helemaal op hetzelfde als het bouwen van een burcht te Etrun: het noorden van het rijk wordt aan zijn lot overgelaten. De nieuwe tactiek van de Franken had voor primair gevolg, dat de kustgouwen, en voornamelijk de Vlaandergouw, wel slachtoffer moesten worden van de wrede Noormannen. Hun verwoestingen wijzen er op dat de invallers moeite hebben om verder naar het zuiden door te dringen. Dat de overwinning van de Scandinaviërs op de Franken te Laviers bij de Somme slechts behaald kan worden doordat een vloot over zee tot aan de monding van de Somme is gevaren, toont aan dat de pas opgerichte marke voor de zeerovers een wezenlijke hinderpaal moet geweest zijn.

Enkele maanden later verlaten ze eindelijk, voorgoed, het uitgeputte Vlaanderen. Het leeggeplunderde doodgemartelde no-man’s land ligt voor het grijpen voor ieder die het wil. Het is Boudewijn II die er de hand op legt. De Fransen hebben Vlaanderen gelaten voor wat het was en de regio aan haar lot overgelaten. De jonge Boudewijn, hij moet rond de twintig zijn, durft het aan om de hele streek als zijn eigendom te verklaren en zo ontstaat er, zonder slag of stoot, vanaf de heuvels van Artesië tot aan de Noordzee een nieuw vorstendom: het graafschap Vlaanderen.

In normale omstandigheden zou de Franse koning aan wie het ingepalmde gebied eigenlijk toebehoorde, zijn gezag hebben laten gelden, maar hij heeft al werk genoeg om zichzelf na het vertrek van de Noormannen staande te houden. Hij laat zijn kleinzoon Boudewijn betijen.

In die tijd bestaat er nog geen algemene naam voor het gezamenlijk gebied van de Vlaanderengouw, de Rodenburggouw, het Gentse, Waas, het Kortrijkse en de pagus Mempiscus. Het wordt al direct duidelijk dat Boudewijn II al voor de dood van Rudolf heerst over deze gouwen. Bij de dood van Rudolf in 892 vordert hij Sint-Bertijns en Sint-Vaast op.

Hij roept zijn gouwverantwoordelijken naar ‘a Flandris’ om zich te verdedigen tegen de invallen van koning Odo die ook al zijn zinnen heeft gezet op beide abdijen. Maar hoe is hij eigenlijk aan die macht gekomen in alle zes de gouwen? Er bestaan uitmuntende bronnen die de gebeurtenissen van die tijd hebben omschreven. In geen van die bronnen is er sprake van gewelddadige veroveringen door Boudewijn in de noordergouwen, terwijl er net bijzonder veel te lezen valt over de verdere daden van de graaf van Vlaanderen. Boudewijn neemt simpelweg, zonder slag of stoot het vernielde, armzalige, uitgeputte en verlaten gebied in.

Er staat niemand in de weg om hem dat te verhinderen. Kort na 883 legt hij de hand op de gouwen Vlaanderen, Aardenburg, Gent, Waas, Mempiscus en Kortrijk. Het komt er voor de nieuwe graaf nu op aan om zijn pas veroverd grondgebied te beveiligen tegen de Noormannen die dan wel mogen verdwenen zijn uit het koninkrijk, maar die zich wel nog bevinden in Lotharingen aan de overkant van de Schelde. Het bouwen van vestingen blijkt de enige remedie om zich te beschermen. Vanaf 884 gaat de graaf overal burchten bouwen waar de plattelandsmensen samen met hun vee naartoe kunnen vluchten als er gevaar dreigt.

De burchten blijken voor de Noormannen oninneembare bolwerken waardoor ze tijdens hun sporadische rooftochten van langs om minder buit kunnen stelen. Het aantal rooftochten vermindert met de dag. Niet dat de kastelen van de 9de eeuw veel voorstellen hoor! In feite is een burcht in die tijd enkel een toren die gebouwd is op een heuvel die omgeven wordt door een aarden wal of palissade. Boudewijn II bouwt burchten in Gent, Kortrijk, Oostburg, Aardenburg, Brugge (waar hij verblijft), Oudenburg, Gistel, Veurne, Bourbourg en Sint-Winoksbergen en veel andere in het land van Waas tot aan de Schelde.

Vanaf 887 gaat Boudewijn zich moeien in de Franse politiek. Frankrijk is een zwalpend en verscheurd land. Wie weet of hij er extra macht kan bij winnen? En eigenlijk is hij niet vies van een uitbreiding van het Vlaamse grondgebied. Het rijke Artesië, de graanzolder van Vlaanderen, is een aantrekkelijke prooi. En wat te zeggen van Boonen, Boulogne, één van de beste zeehavens naar Engeland? De streek van Terwanen tussen Boonen en Artesië met zijn rijke abdij van Sint-Bertijns?

Door het verwerven van die gebieden zou Vlaanderen perfect binnen natuurlijke grenzen komen te liggen: de heuvels van Artesië, de Schelde, de Zee en de Canche. Bovendien zou Boudewijn van Doornik tot Boonen meester worden over de belangrijkste landweg van Noord-Frankrijk: de heirbaan Maastricht-Doornik-Boonen.

In datzelfde jaar 887 wordt het zwakke Karolingische huis van de troon gestoten. Een niet-Karolinger komt aan de macht: koning Odo. De meeste Franse graven weigeren om Odo te erkennen als hun nieuwe koning. Boudewijn II die zelf een Karolingers is, deelt aanvankelijk dat verzet maar verlaat al in 888 het kamp van de opstandelingen als hij een afzonderlijke vrede sluit met Odo: de usurpator Boudewijn erkent het gezag van de usurpator Odo.

De onwettige koning erkent de onwettige graaf. Het Vlaamse vorstendom wordt door de Franse koning erkend! Vlaanderen is officieel een natie. Veel eeuwen verder in de tijd zullen de fundamenten van deze dubieuze deal de dood van honderdduizenden Vlamingen tot gevolg hebben.

Een eerste uitbreidingsfase van Vlaanderen volgt enkele jaren later. Op 5 januari 892 sterft abt-graaf Rudolf, meester van het graafschap Ternois en van de Sint-Vaast en Sint-Bertinusabdij. Boudewijn II eist de bezittingen van zijn overleden neef Rudolf voor hem op. Hoewel deze lenen van geen kanten erfelijk zijn in de zijlijn. Koning Odo pikt het niet dat Boudewijn delen van zijn grondgebied in beslag neemt en slaat de opstandige graaf in de ban van de kerk.

Hij rukt op met een leger naar Vlaanderen. Odo slaagt er echter niet in om Brugge in te nemen en moet onverrichterzake het land verlaten. Ondertussen maakt de in 887 afgezette Karolinger Karel opnieuw aanspraak op de titel van Franse koning. Boudewijn maakt gebruik van deze situatie om zijn wagentje te koppelen aan dat van zijn neef Karel. Hij is helemaal niet geïnteresseerd in de rechten van de Karolingers, het enige wat hij wil is bondgenoten te vinden in zijn strijd tegen Odo. In 895 loopt hij opnieuw naar een ander kamp: dat van Zwentibold, de koning van Lotharingen.

De reden hiertoe is niet ver te zoeken: de graven van Vermandois, Artois en Boulogne, de heersers van de drie graafschappen die in het oosten aan zijn vorstendom grenzen, behoren tot het kamp van Karel. Boudewijn wil graag de vrede herstellen met Odo en biedt hem in de zomer van 895 militaire hulp om Atrecht te ontzetten uit de handen van Karel. Het komt zo tot een verzoening tussen Odo en Boudewijn. De sluwe Boudewijn heeft het pleit gewonnen: het erfdeel van Rudolf wordt niet langer betwist: Terwanen behoort tot het grondgebied Vlaanderen.

De Vlaamse graaf profiteert verder van de situatie en palmt de gebieden van de antikoningsgezinde graven van Vermandois, Boulogne en Artois in. Opnieuw weigert Odo de inbeslagname van deze gebieden. Opnieuw komt het tot een oorlog tussen beiden. En het komt uiteindelijk nog maar eens goed tussen Odo en Boudewijn.

In 897 wordt er een akkoord bereikt: Boudewijn ziet af van Vermandois maar mag Boulogne en Artois behouden. Hij belooft zijn trouw aan de koning van Frankrijk. Kort daarop sterft Odo nadat hij zijn mededinger Karel de Eenvoudige tot zijn opvolger heeft aangeduid. De Karolingers zijn weer aan de macht. Boudewijn kan niet anders dan opnieuw zijn kar te keren en zich te onderwerpen aan de nieuwe koning. Maar Boudewijn heeft honger naar een verdere uitbreiding van zijn territorium. In 899 probeert hij om Saint-Quentin in zijn macht te krijgen.

Koning Karel wil Boudewijn een lesje leren en trekt met een Frans leger op naar Atrecht, dat veroverd wordt op de Vlamingen. Boudewijn moet zich onderwerpen en verliest daarbij het graafschap Artois met zijn rijke Sint-Vaast abdij. Het is overduidelijk dat Boudewijn II er op vijftien jaar tijd in geslaagd is om zijn koninkrijk Vlaanderen op de kaart te zetten. De cocktail die hij hiervoor heeft gebruikt is er een geweest van geweld, list, bedrog, verraad, vastberadenheid, diplomatie en karakter.

Dat zijn tijdgenoten hem als een machtige persoon beschouwen, zien we nog het duidelijkst in het feit dat hij een dochter van de Engelse koning Alfred de Grote tot vrouw krijgt. Dat kan verklaard worden door het feit dat Boudewijn zich meester heeft gemaakt van heel de kust en het vasteland langs de Noordzee rechtover Engeland. Alle havens die het verkeer van en naar Engeland regelen, zijn in zijn macht gevallen.

Elftrudis, de echtgenote van Boudewijn, schenkt hem op het einde van de 9de eeuw twee zonen en twee dochters. De oudste zoon draagt de naam Arnulf. De jongste is Adalolf. Hun vader beperkt zich de laatste jaren van zijn leven tot het stabiliseren van zijn gezag binnen de grenzen van zijn vorstendom. Na de aftocht van de Noormannen heeft hij zijn hand gelegd op alle grondeigendommen van de kerk, van de staat en mogelijk ook van de eertijdse grootgrondbezitters.

Daarenboven heeft hij van rechtswege de eigendom over alle woeste en braakliggende gronden. Dit uitgebreide domein maakt de graaf tot één van de rijkste grondbezitters van heel Frankrijk. Die rijkdom stelt hem in de mogelijkheid om massaal krijgslieden aan te werven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij het hoofd kan bieden aan de Franse en Duitse koning. Handel en nijverheid zijn snel gaan het heropleven geslagen. De graaf, als eigenaar van de schorren langs de kust en van de heidegronden, is de grootste wolproducent van Vlaanderen.

Dit is een fragment uit Boek 1 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 1
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.