banner
nov 3, 2025
66 Views
Reacties uitgeschakeld voor Eén pot nat

Eén pot nat

Written by
banner

De situatie is grondig gekeerd in Vlaanderen. Maar de hoofdrolspelers zijn helemaal niet van het toneel verdwenen. Integendeel! Jan van Namen is na zijn nipte ontsnapping uit het brandende Kortrijk opnieuw beland in Gent waar hij het verzet in handen neemt van de grafelijke troepen. Hij laat zich door de Franse koning installeren als ruwaard over Vlaanderen en hij stuurt meteen aan op een oorlog met Brugge. Zoveel is duidelijk. Maar in Brugge worden de zaken helemaal anders gespeeld!

De andere hoofdrolspeler is natuurlijk de onvoorspelbare Robrecht van Cassel die zich nu natuurlijk, na zijn door de edelen gedwongen ontslag als scheidsrechter in Ter Duinen, positioneert als vriend van de ambachten. De Bruggelingen snappen meteen dat ze de autoriteit van Robrecht van Cassel heel goed kunnen gebruiken. Tot slot stroomt het grafelijke bloed van zijn voorouders door zijn aderen. De Bruggelingen beschouwen de aanstelling van de Waal Jan van Namen als ruwaard door de Franse koning als een onvervalste provocatie.

Ze verplichten de gevangen Lodewijk van Nevers om zijn oom Robrecht van Cassel aan te stellen als officiële ruwaard van Vlaanderen. De ene Dampierre wordt uitgespeeld tegenover de andere. Robrecht zal Vlaanderen voortaan Vlaanderen besturen volgens de adviezen en de regels van de Bruggelingen. Robrecht van Cassel bevindt zich meteen in een ongemakkelijke positie. Jan van Namen plooit zich terug op Karel de Schone en het Franse parlement. Het wordt een juridisch steekspel om de wettelijke macht over Vlaanderen te verkrijgen.

Robrecht van Cassel ziet zich in een hoogst oncomfortabele rol gedwongen waarbij hij zijn vroegere medestander nu zelf moet bekampen. Hij ruikt natuurlijk de kans om zelf het graafschap in handen te nemen. Maar een aanval op Gent zou vermetel zijn. Onverstandig. De Fransen van hun kant willen onderhandelingen starten om Lodewijk van Nevers vrij te krijgen. Maar de Vlamingen hebben zo hun bekomst van de reeks onderhandelingen uit het recente verleden waarbij de Franse leenheer altijd het laken naar zich toe wist te trekken.

Nee nee: liever geen verlammende onderhandelingen. De strijd moet worden verder gezet op het land. Hun land. Een rechtstreekse aanval op Gent wordt dus uitgesloten. Maar er is nog veel ander werk te doen. Waarom zouden de Bruggelingen de Gentenaars zelf niet laten beslissen om zich aan te sluiten bij het nieuwe Vlaanderen? Er volgen intense contacten tussen de ambachtslieden van Brugge en die van Gent, maar die brengen geen zoden aan de dijk.

Een militaire actie dringt zich hoe dan ook op. Het komt er op neer dat de ambachtslieden die aanvankelijk met elkaar praten, in realiteit al beseffen dat ze de wapens tegen elkaar zullen opnemen. De opstandelingen besluiten om Gent verder van de buitenwereld af te sluiten en te omsingelen. Het kasteel van Petegem bij Oudenaarde wordt veroverd. Op 15 juli 1325 valt Deinze na een massale veldslag in handen van de Bruggelingen. De aanval op Oudenaarde mislukt. Aardenburg valt en hier worden de beschermende stadsmuren afgebroken. Van hieruit zullen de patriciërs nooit ofte nimmer nog militaire acties uitvoeren.

De Franse overheid maakt zich van langs om meer bezorgd om het lot van de gevangen Lodewijk van Nevers. Een eerste vraag tot onderhandelen, werd door de Bruggelingen categoriek van de hand gewezen. Nu Deinze in hun handen is gevallen, waagt de Franse koning opnieuw zijn kans. De Brugse opstandelingen ruiken deze keer wel mogelijkheden en stellen een deal voor: Gent moet zich aansluiten bij Brugge en dan zal de graaf binnen de vijftien dagen worden vrijgelaten.

We zijn augustus 1325. De partijen trekken naar huis en hoopt dat de vrede er zit aan te komen. De graaf blijft natuurlijk gevangen. De Bruggelingen zijn zegezeker en die geestdrift heeft zo zijn impact op de mentaliteit van de Gentse wevers die natuurlijk niet gelukkig zijn dat het bestuur van hun stad zich haaks opstelt tegenover de mening van het volk. Half augustus moet de schepenbank van Gent worden vernieuwd en de wevers doen er alles aan om hun positie in het schepencollege te versterken. De ambachtslieden en de arbeiders bundelen hun krachten in één volkspartij.

Die volkspartij stuurt een brief naar de (Brugse) Robrecht van Cassel met het verzoek een commissaris te sturen die de herverkiezing van het schepencollege moet begeleiden. Een verzoek sturen naar de vijandige ruwaard is natuurlijk een provocatie ‘pur sang’! En de Gentenaars betitelen Robrecht van Cassel in hun brief dan nog als hun gouverneur en ruwaard. Jan van Namen kan er allerminst om lachen. Hij gooit een deel van de wevers de stad uit.

In plaats van vrede, verziekt de situatie in Gent op een dramatische wijze. De tweespalt tussen de Gentse burgerij, die graaf Lodewijk onmiddellijk vrij wil zien komen, en de gewone mensen die dat helemaal niet wensen, noopt de eersten om hulp te zoeken bij de Franse koning om deze onhoudbare situatie te ontmijnen. De onderhandelingen zijn nog niet eens opgestart als Robrecht van Cassel de vijandelijkheden heropent op Oudenaarde, Gent en Aalst. De maand augustus is nog niet eens voorbij. Het bastion Gent is een geïsoleerd eiland midden in vijandelijk gebied. In september worden er opnieuw enkele duizenden Brugsgezinde wevers van verraad beschuldigd, uit de stad Gent verjaagd, en voor eeuwig verbannen.

Ze sluiten zich natuurlijk onmiddellijk aan bij de Bruggelingen. Jan van Namen staat zelf aan het hoofd van de Gentse militie met de hoofdmannen Hektor Vilain en Seger van Kortrijk aan zijn zijde. De situatie lijkt onhoudbaar en het lijkt er sterk op dat Gent nog tijdens de maand oktober het onderspit zal moeten delven. Karel de Schone is de situatie in Vlaanderen ondertussen spuugzat. De maat is vol met het aanvallen, vermoorden en gevangen nemen van graafsgezinden.

Wie de graaf schade berokkent, is een vijand van de Franse kroon en dient bestraft. Robrecht van Cassel kan op geen sympathie meer rekenen en wordt voor het Franse parlement gedaagd om zich te verantwoorden voor zijn aandeel in de majesteitsschennis van de voorbije maanden. De baljuw van Amiens brengt de boodschap van de koning tot bij de verbouwereerde Robrecht van Cassel die zich beperkt tot een schriftelijk antwoord en voor de rest de eis om naar Parijs te reizen naast zich neerlegt.

Het koninklijk offensief gaat verder. Jan van Namen wordt door de koning benoemd tot officiële ruwaard van Vlaanderen. De baljuw van Vermandois verschijnt aan de Brugse muren met een bevelschrift tot vrijlating van de graaf. Het volk is woedend dat de koning blijkbaar niet eens de moeite meer wil doen om met hen te onderhandelen. Op 4 november worden de Vlamingen in de ban van de kerk geslagen.

Een typisch middeleeuws wapen om het volk koest te houden. Kerk en staat zijn één pot nat als het hen uitkomt. Inderdaad, de koning van Frankrijk oefent zelf de kerkelijke macht uit als hij Vlaanderen met een interdict en met excommunicatie bestraft. De bisschoppen van Doornik en Terwaan spreken het interdict uit en omschrijven de Brugse bevolking als ‘wilde beesten geheel en al beroofd van verstand’. De goederen van Robrecht van Cassel in Frankrijk worden in beslag genomen en het wordt de Vlamingen verboden om nog handel te drijven met wie dan ook in Frankrijk. De winter staat voor de deur. De situatie in Gent blijft aanslepen.

De ene Bruggeling verwijt de andere omdat hij niet meer naar de mis mag en omdat hij geen commerce meer kan doen. De troepen modderen maar wat aan. De illegale ruwaard Robrecht van Cassel voelt zich slecht in zijn vel. Zijn zelfvertrouwen is verzoek. Hij wankelt. Die Brugse twijfel zie je meteen in de onverwachte vrijlating van de graaf. Simpel van geest zijn ze daar in Brugge als ze de graaf op het Heilig Bloed laten zweren om geen wraak te nemen op hen en om alle bestuursdaden van Robrecht van Cassel te officialiseren.

Op 1 december 1325 laten ze, na veel gepalaver en onder zware druk van de belangrijke gematigde hoofdman en Brugse priester Pieter van Sinnebeke, graaf Lodewijk van Nevers en een groep medestanders als vrije mannen vertrekken. Nog voor het einde van diezelfde decembermaand zal de graaf er bij de Franse koning er op aansturen om bloedig wraak te nemen. Dat kon het kleinste kind eigenlijk al voorspellen op 30 november.

En ook in Gent is de situatie hachelijk. De winter speelt natuurlijk in hun voordeel. Van zodra het begint te vriezen, wordt het beleg stopgezet. De Gentenaars maken er gebruik van om hun stadsmuren te versterken en hun verdediging te optimaliseren. De strijdkracht wordt uitgebreid. Eén en ander leidt tot een groot gebrek aan financiële middelen. Dankzij de borgstelling van de Franse koning kan het stadsbestuur in die periode meer dan zesduizend ponden lenen aan de Lombardische gieren van bankiers. En de winter doorkomen.

De Gentse milities zijn opnieuw bijgesteld, de middelen zijn aanwezig en de stad wordt, dank zij de wintertoestand, niet in een wurggreep gehouden. De tijd is rijp om aanvallen te organiseren op de buitengebieden van Gent. De troepen van Zeger van Kortrijk, de heer van Drongen, en zijn collega Hektor Vilain slagen er in om de regio ten noorden, de Vier Ambachten, opnieuw in handen te krijgen. Achthonderd opstandelingen worden in de pan gehakt. Een poging van de opstandelingen om Assenede te heroveren, loopt af op een sisser en met de dood van hoofdman Walter Ratgheer.

Janszone, Beukels en Bonin kunnen ternauwernood ontkomen tijdens een chaotische ontsnapping. Ook het land van Waas en de vesting van Dendermonde komen weer in handen van de Gentenaars. De represaillemaatregelen tegenover allen die meegewerkt hebben met de opstandelingen zijn hallucinant. Alle bezittingen van Robrecht van Cassel in de streek worden met de grond gelijk gemaakt.

Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 3
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.