banner
dec 2, 2025
43 Views
Reacties uitgeschakeld voor Het nieuwe volk

Het nieuwe volk

Written by
banner

De jaren 500 zijn zo goed als onbekend voor de meesten onder ons. Dat geldt uiteraard ook voor mezelf. De Romeinse periode is definitief achter de rug en de Franken zijn aan zet. Ze zullen Frankrijk en Vlaanderen op de kaart zetten. Ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen een kind is van het Frankenrijk, een logische evolutie van wat ooit begonnen is nadat de Germanen West-Europa hebben ingepalmd. Ik neem bewust wat afstand van mijn Westhoek om de geschiedenis ervan in een ruimer perspectief te benaderen. Precies zo zal ik de wortels van mijn eigen volk en streek kunnen ontwarren in de bodem van het verleden.

Ik begin meteen aan het eerste verhaal. Braine aan de rivier de Vesle is een Frans dorp in de buurt van Reims en van Soissons. De afstand tussen Poperinge en Braine bedraagt tweehonderdveertig kilometer. Parijs ligt honderd kilometer verder in het zuiden. Hier in Braine bevindt zich in de zesde eeuw één van die immense boerderijen waar de koningen van de Franken hun hof houden. Ze verkiezen die boven de mooiste villa’s van Gallië en onderscheiden zich daarmee van de bestaande Gallo-Romeinse aristocratie.

Na eeuwen van Romeinse bezetting zijn de oude Galliërs en de Romeinse nieuwkomers niet meer van elkaar te onderscheiden. De Galliërs bestaan niet meer, de oude Belgen zijn een herinnering. De Romeinse soldaten zijn gaan samenwonen met Gallische vrouwen. Het nieuwe volk mag dus inderdaad best als een mix van Gallo-Romeinen bestempeld worden, een normaal fenomeen na een intermezzo van 15 generaties van leven, werken en voortplanting.

De Gallo-Romeinse aristocratie leefde op het land en van het land. De industrie van de oude dagen was bevolkt met slaven en alles wat ook maar rook naar handel en commerce werd geminacht. Wie geen bezitter was van landerijen, grote domeinen en ‘villae’, maakte nooit kans om ooit als vertegenwoordiger van het volk op te treden. De Frankische koningen maken een einde aan deze gebruiken. Ze nemen het land in en verdelen het onder hun achterban. De bestaande Gallo-Romeinse bevolking en de Franken moeten nu allebei leven van dit land.

De villa zelf kan ik omschrijven als een onafhankelijk organisme, een zelfbedruipend centrum volgepropt met luxe. De heer van de villa, de ‘dominus’, houdt een deel van het land voor zich en de rest verdeelt hij in kavels van elk zowat 10 hectare die hij ter ontginning aanbiedt aan een reeks horige boeren. Deze kavels worden mansi geheten. Elke boer komt dus in het bezit van een eigen mansus in ruil voor tegenprestaties aan zijn heer.

De meeste mensen schoppen het niet tot zelfstandig landbebouwer en blijven slaaf voor de rest van hun leven. De ‘serfs’. Vroeger zijn ze ooit vrij geweest, maar ze bezaten geen grond. Van handel is er geen sprake en daar kunnen ze dus niet van leven. Ze zijn dus wel verplicht om te leven van de opbrengst van andermans grond. De slaven sluiten om deze redenen wel noodgedwongen een contract met de dominus. Ze krijgen hun levensonderhoud van hem en in ruil moeten ze op het land werken en karweien doen voor hun baas.

Braine is het voorbeeld van een dergelijke flink uit de kluiten gewassen hoeve waar de Frankische koningen de scepter zwaaien. Ze verkiezen die veruit boven de mooiste villae van Gallië. De boerderij heeft nog niets mee van het militair uitzicht die kastelen later in de middeleeuwen zullen verkrijgen. Een groot en elegant gebouw is het, ingesloten door portieken met een Romeinse architectuur. Vaak gebouwd in hout, gestileerd en voorzien van kunstwerken.

Rond het hoofdgebouw bevinden zich in verspreide volgorde een reeks van bijgebouwen. Hier wonen de officieren van het paleis. Barbaren of mannen met Romeinse roots. En natuurlijk de krijgers en hun leiders die zich naar Germaans gebruik aangeboden hebben om onderdanig te zijn aan hun koning. Het engagement van vazallen die hun leider trouw blijven en hem militaire bescherming aanbieden.

Ik ontwar eveneens nogal wat kleinere gebouwen en hutten. Hier wonen dus de horige families, de slaven van de heer. De mannen en vrouwen oefenen tal van beroepen uit. Van goudsmid tot de productie van wapens. Wevers en leertouwers, arbeiders die borduren met zijde en goud, een serie ambachtslieden die hun dagen vullen zoals bijvoorbeeld de bewerking van wol en vlas. De meeste van die families zijn Gallisch van origine, geboren en getogen op de grond waar ze nu hun ondergeschikte rol spelen. Nadat de Franken zich tijdens een militaire campagne meester van hun land gemaakt hebben, zijn zij als het ware als onderdeel ervan mee verhuisd en gewelddadig verplicht, gekoloniseerd als het ware om naar de pijpen van de Franken te dansen.

De imposante Frankische hoeve beschikt naast een uitgebreide bewoning verder ook nog over schuren, stallen, paardenfokkerijen, stoeterijen, schaapstallen en allerhande loodsen en opslagplaatsen. Op zich toont de mansus perfect de standenwereld zoals die ook te zien was in hun vroegere heimat van Germanië. En precies zoals dat het geval is rond de Rijn, treffen we de Frankische herenboerderijen vaak aan bij de rand van wouden of soms centraal verscholen in grote bossen.

In zijn intro heeft Gust Thierry een duidelijk beeld geschetst van de Frankische leefwereld die in Vlaanderen en Frankrijk ontstaan is nadat de Germanen zich meester hebben gemaakt van het land. Het wordt stilaan tijd voor hem om er nu namen op te kleven. Braine is de favoriete stek van Chlotarius, de jongste zoon van Chlodowig, voor ons beter bekend als Clovis. In Frankrijk zal die verder muteren tot de populaire voornaam ‘Louis’.

Gallië is eigenlijk een erg algemeen woord. Er is alsnog geen sprake van een land met vastgelegde en historische grenzen. De oorlogen die deze staatsgrenzen op papier zullen moeten afbakenen dienen nog allemaal gestreden te worden. Mijn Karolingische en Merovingische vorsten beschouwen hun koninkrijk in de jaren 500 eigenlijk nog altijd niet als een staat maar als een domein waar zij toevallig de eigenaar van zijn. Na de dood van de eigenaar wordt het land zonder scrupules of zorgen verdeeld onder de beschikbare zonen zonder dat hierbij rekening gehouden wordt met enige grenzen of geografische beschouwingen.

Deze toestand blijft eigenlijk bestaan tot in de tiende eeuw. Eigenaardig genoeg herstelt het grondgebied van het Frankenrijk zich telkens tot één domein, maar dat heeft veel te maken met neven en nonkels die in tweede instantie bereid zijn om hun landerijen weer samen te brengen onder het bestuur van een enige zoon, schuine streep, opvolger. Ik moet daarbij onwillekeurig denken aan een hagedis waarvan de staart na amputatie terug groeit naar zijn oorspronkelijke vorm. Alsof de staat zich vanzelf en na verloop van tijd weer herstelt tot zijn vroegere proporties.

Braine is dus zonder twijfel het lievelingsverblijf van Chlotarius. Hij is de jongste van de vier zonen van Clovis. Na de dood van zijn drie broers is hij koning van heel Gallië geworden. Chlotarius heeft een geheime kamer laten inrichten in zijn kasteelhoeve. Hier huizen grote koffers voorzien van driedubbele grendels en sloten, volgestouwd met rijkdom, geld, vazen en precieuze juwelen. Hier kan je ook de aktes en documenten terugvinden die zijn koninklijke macht moeten staven. Het is in Braine dat hij de conferenties van zijn bisschoppen laat doorgaan. De wetten van het land zijn enkel geldig indien ze afkomstig zijn van beslissingen van deze synodes en die kunnen enkel opgeroepen worden door de koning in hoogsteigen persoon.

Het is zeker geen slecht idee om even stil te staan bij het bestaan van deze concilies, soms ook wel synoden genoemd. De grote Gallische steden hebben elk hun bisschop. Hun gezamenlijke vergaderingen moeten zorgen voor wet en orde. Vertegenwoordigers van buitenlandse koningen worden er in stijl ontvangen. Het oude parlement als het ware. Chlotarius zit de vergaderingen der vrije mannen van de Frankische natie voor.

Achteraf worden er grote festijnen georganiseerd. Everzwijnen en herten worden in hun geheel op brochetten geplaatst en gebraden. Met enig inlevingsvermogen hoor, zie en ruik ik het afdruipen van de vetten op de gulzige vlammen, de rook en de geuren die ze veroorzaken. Het vlees wordt opgediend op tafels van gebroken vaten die overal verspreid staan tot ver in de uithoeken van de zaal.

Chlotarius vult zijn dagen met het bezoeken van zijn diverse domeinen. Zolang hij geen oorlog moet voeren uiteraard. Zijn vijanden zijn hem goed bekend. De Saksen die hun gebied hebben tussen de Weser en de Elbe. De Bretoenen of de Visigoten van Septimanië, ‘Zevenland’, de landstreek van Zuid-Frankrijk met steden zoals Carcassonne, Nîmes en Perpignan.

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

 

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.