banner
aug 17, 2025
142 Views
Reacties uitgeschakeld voor Opstand in West-Vlaanderen

Opstand in West-Vlaanderen

Written by
banner

De ‘Jaerboeken van Veurne en Veurnambacht’ van Pauwel Heinderycx die in 1854 werden uitgegeven door Edmond Ronse, zitten bij mij al veel jaren in de hoogste schuif. Het doet me dan ook wat om de draad van de Veurnse geschiedenis weer te mogen opnemen. Ik heb me het voorbije jaar verdiept in de geschiedenis van keizer Karel en die van zijn vader Filips de Schone en zijn grootvader Maximiliaan van Oostenrijk. Hoe Ieper, Nieuwpoort en Duinkerke deze periode beleefden, heb ik ondertussen al aan den lijve ondervonden. Hier en daar is de naam van Veurne al eens zijdelings opgedoken, maar om echt te weten hoe de vork hier aan de steel zat, keer ik toch met veel plezier terug naar de oude handschriften van Pauwel.

Ik neem me voor om de verhaallijn van de oude jaarboeken zo secuur mogelijk te volgen en me te concentreren op een herwerking van zijn oud Vlaams in mijn eigen schrijfstijl en deze waar nodig te kruiden met de nodige specerijen, zoals humor, cynisme, medeleven, geloof, ongeloof en ontroering. Toch wil ik het dit keer strak houden. Pauwel Heinderycx kijkt over mijn schouders mee. Ik wil hem niet teleurstellen en hier en daar reserveer ik zeker de nodige plaats voor zijn authentieke teksten. Ter vervollediging wil ik mijn lezers nog meegeven dat ik eveneens beschik over ‘De Geschiedenis van Veurne’, de boeken die Frans De Potter in 1875 op zijn beurt schreef over mijn onderwerp. Waar nodig zal ik zijn hulp inroepen. Ik zie wel. Het wordt nu wel hoog tijd om in het verhaal binnen te stappen. Ik vind een kier richting geschiedenis in het ‘negenste capittel’ en glip er binnen zonder dat iemand ook maar iets heeft opgemerkt.

Anno 1486. Keizer Maximiliaan kan het moeilijk verkroppen dat de Fransen bijstand gegeven hebben aan de staten van Vlaanderen in hun verzet tegen zijn aanstelling als regent voor zijn minderjarige zoon Filips. Maximiliaan stuurt een oorlogsverklaring naar de Franse koning en opent direct met een aanval op Terwaan dat verrassend ingenomen wordt door de ‘fijne en kloeke oorlogsman’ Petyt Salasar.

Blij zijn ze er niet mee in de Westhoek. Elke oorlog met Frankrijk betekent opnieuw ellende voor de mensen aan de grenskant. Het gewin van de stad Veurne komt in het gedrang. De Fransen bekijken hun stad maar al te vaak als een roofnest. Gelukkig heeft dat ook zo zijn voordeel dat de Veurnenaars niet te pas en te onpas moeten oprukken om de Nieuwe Dijk te gaan bezetten. Er is hier werk genoeg om de thuisstad van de vijand te vrijwaren.

Anno 1487. De pest breidt zich altijd maar verder uit in de stad en in de kasselrij en richt grote verwoestingen aan onder de mensen. Het magistraat van de stad komt tot de vaststelling dat er maar weinig liefhebbers zijn die ‘bepeste’ mensen willen bijstaan. Dat is natuurlijk niet moeilijk. Het risico om zelf besmet te geraken is groot en dat zien weinigen zitten. En ook voor de geïntoxiceerde gezinnen brengt hulp van buitenaf meer slecht dan goed in huis. De verplegers of verpleegsters brengen vaak de ziekte helemaal binnen in de huizen en wat ze er naar buiten loodsen, kan ik gerust catalogeren onder roof en diefstal.

Na de vorige uitbraak van de pest in 1468 heeft het stadsbestuur in 1487 een deal gesloten met een congregatie van ziekenbroeders om bij een eventuele nieuwe epidemie de verzorging van de zieken op zich te nemen. De ‘cellenbroeders’ noemen zichzelf Alexianen. Ze krijgen een huis binnen de stadsmuren van Veurne en andere inkomsten in ruil voor hun diensten. De grond van hun nieuw klooster hebben ze alvast in eigendom gekregen, de volgende stap is een goedkeuring van de bisschop van Terwaan om er hun kloostergebouw op te trekken en die daarna te wijden tot een religieuze doening.

De magistraten van de stad en de kasselrij zorgen elk voor een schone som geld. Er komt ook milde schenking van mevrouw Eleonore van Poitiers, weduwe van Willem van Stavele de gewezen burggraaf van Veurne. Bisschop Heyndryck van Terwaan beslist om het beheer van het nieuw klooster onder het toezicht van de abt van de Sint-Niklaas te plaatsen. De cellenbroeders bewijzen sedertdien grote diensten aan de stad en de kasselrij. Vooral in tijden dat de pest en andere besmettelijke ziekten de kop opsteken.

De oorlog is natuurlijk ook een pest en momenteel wordt er in de richting gekeken van de koning van Frankrijk. Hij blijft maar onrust stoken tegenover Maximiliaan. Dit jaar belegert hij St.-Omer dat na verloop van tijd bezwijkt onder de druk en door de Fransen wordt ingenomen. Net zoals dat het geval is met Terwaan en Ariën-aan-de-Leie. De toegang tot de Westhoek staat weer eens wijd open, de buitenbevolking lijkt opnieuw overgeleverd aan de genade van de Fransen die de streek aflopen tot tegen Nieuwpoort en Diksmuide. De rijke lieden van Veurne-Ambacht vertrekken haastig met al hun bezittingen naar de veiligheid van de besloten steden en laten het land over aan de sukkelaars die de Franse perikelen wel noodgedwongen moeten ondergaan. Iets wat maar al te vaak gebeurt.

Een revolutie is zowat het ergste wat er in een land kan gebeuren. In 1486-1487 is het van dat. ‘Opstand in West-Vlaanderen’, bloklettert de kroniekschrijver, ‘de inlandse oorlog begint nog eens te woeden’. De Gentenaars treden weer in het verzet tegen Maximiliaan, hierbij gevolgd door Brugge, Ieper en enkele andere steden en door de voornaamste edelen die het land rijk is. De Roomse koning wordt bij zijn bezoek aan Brugge in hechtenis genomen. De weerspannige steden doen het volgens eigen zeggen omdat ze het land willen bewaren voor zijn achtjarige zoon Filips.

Het rebelse Vlaanderen sluit binnen deze optiek op 26 februari 1487 een vredesverdrag met de koning van Frankrijk, een identiek vodje papier als dat welk eerder afgesloten werd in 1482. Dat betekent geenszins dat de rust terugkeert. Integendeel. ‘Geheel ’t land stond alsdan in roere’, soms kan dat oud Vlaams de situatie beter ’to the point’ beschrijven dan ikzelf hier met al de trucs van de hedendaagse Nederlandstalige foor. Oproer, revolutie. De meerderheid van de Westhoek blijft aan de zijde van Maximiliaan staan en dat is zeker het geval voor de Veurnenaars die hem door de troebelen heen altijd zullen blijven steunen. De druk om van kant te veranderen is nochtans aanzienlijk. Zelfs de magistraten van de Staten van Vlaanderen komen af met hun arsenaal aan schone woorden met daarop volgend de nodige dreigementen om toch maar aan hun kant te gaan staan. De bestuurders in Veurne bewegen hemel en aarde om hun inwoners trouw te laten blijven aan de Roomse koning.

De beroering in Vlaanderen neemt enkel maar uitbreiding en zorgt er voor dat zowat iedereen bereid is om in een bloedige oorlog te treden. De drie ‘Staten van Vlaanderen’, Gent, Brugge en Ieper zien zich genoodzaakt om een bijzonder algemene vergadering bijeen te roepen om orde op zaken te stellen. Volgens hen staat de welvaart van het land op het spel. De druk op Veurne wordt er verder opgevoerd. De lokale gevolmachtigden krijgen de oproep om voor de Staten-Generaal te verschijnen. De kasselrij van Veurne stuurt Joos De Craene. Hij dringt er op aan om de Roomse koning vrij te laten en tot vrede met hem te komen.

Het standpunt van De Craene vindt allerminst bijval daar in Gent. Vlaanderen moet gevrijwaard worden voor Filips en kan zomaar geen deel uitmaken van het Roomse rijk. Daar komt het op neer. Iedereen die dat anders ziet, wordt voortaan beschouwd als een vijand van het land. ‘Daarom werd de voorzeide Joos De Craene aldaar aangehouden, met enkele andere gezanten van andere steden die de zijde van de Staten niet en wilden volgen, en ze bleven aldaar de tijd van zesenveertig dagen lang gevangen.’

Anno 1488. Voor de keizer van Duitsland is het welletjes geweest. De gevangenname van zijn zoon kan voor Frederik niet door de beugel. Hij zakt af naar de Nederlanden in het gezelschap van een groot leger met een resem keurvorsten op kop. Paus Innocentius VIII schrijft naar Brugge dat ze Maximiliaan absoluut moeten laten gaan omdat hij hen anders in de ban van de kerk zal slaan. Ook andere buitenlandse prinsen verhogen de druk op de Bruggelingen. Er moet echter nog heel veel water door de Leie stromen vooraleer de Staten-Generaal op 12 mei 1488 dan toch beslist dat er beter vrede zou komen de Duitsers. Want uiteindelijk zijn ze hier maar klein bier in vergeleken met het Duitse keizerrijk.

Vier dagen later komt Maximiliaan op vrije voeten. Van de afgesproken vrede zal er niet veel in huis komen. De vrede is formeel beloofd, maar de revanchegevoelens van koning en keizer razen integendeel als een rode loper doorheen Vlaanderen. De Duitse troepen zijn al voorbij Brussel gekomen op hun terugweg naar de heimat als ze instructies krijgen om rechtsomkeer te maken en om Gent in de tang te nemen. Het is een ‘wonderlijk’ groot leger weten ze te vertellen in Veurne, maar Gent plooit er niet voor. De Duitsers breken hun kamp op en ‘alsdan verwoestten de manschappen van het keizerlijk leger zodanig het land, dat het jammer was om zien.’

Brugge, Gent en Ieper zoeken hulp in Frankrijk. De Fransman ruikt zijn kans om op een schoon blaadje te geraken in Vlaanderen en stuurt er direct een pak volk op af. Duitsers, Vlamingen van alle soort en slag dolen nu al door het land en daarbij komen nu nog hele benden Franse nietsnutten deze potpourri aanvullen. Het is allerminst duidelijk wie er nu voor of tegen wie is. De kroniekschrijver geeft dat ook ruiterlijk toe: ‘men zag het land van Vlaanderen nooit in een ellendiger toestand als in die dagen, want men wist niet wie vriend of vijand was!’

Veurne blijft trouw aan Maximiliaan en verweert zich hardnekkig tegen de andersgezinden. De inwoners worden beschermd door hun kapitein Jacob van Tepelle, een voormalig krijgsman die het klappen van de zweep blijkbaar erg goed kent. De burgemeester slaagt er zelfs in om een garnizoen Duitsers te laten logeren binnen de stadsmuren. Het blijft trouwens een dubbeltje op zijn kant om te zorgen voor de gewenste munitie en oorlogsvoorraden en al die extra monden moeten natuurlijk ook nog gevuld worden. Op 15 juni 1488 houden die van Veurne en Veurne-Ambacht een algemene vergadering . De geestelijken van de kasselrij en van Sinte Walburga zijn eveneens van de partij. Net zoals de edelen met hun blauw trouwens, want die wanen zich uiteraard onmisbaar.

Hoe zouden ze de bescherming van de stad en de kasselrij aanpakken? Allemaal niet vanzelfsprekend. Toch komen er beslissingen uit de bus. Eerst en vooral moet de stad extra versterkt worden, zo goed en zo kwaad als het enigszins mogelijk is, de kasselrij zal instaan voor de helft van de kosten. Later zal blijken dat dit aandeel meer dan 1750 ponden zal bedragen. De aankoop van munitie en schietpoeder wordt op dezelfde manier geregeld. Elk zijn aandeel lijkt voor al de partijen fair. Er worden twintig ruiters en dertig voetknechten naar Veurne gedetacheerd om zich te stellen onder het gezag van Denis van Morbeecke, de heer van St.-Omer, een ‘kloek en deftig oorlogsman’ die aangesteld wordt als de vervanger van Jacob van Tepelle die op zijn beurt doorschuift naar de functie van hoogbaljuw. Van Morbeecke krijgt een zekere Maarten van Fontegnis, ‘Trondelot’ als luitenant. Hij zal achteraf aangesteld worden als landhouder van de commune van Veurne-Ambacht.

Het blijkt eigenlijk pas enkele bladzijden verder in de jaarboeken van Veurne dat de bewuste vergadering van 15 juni 1488 er gekomen is op uitnodiging van Maximiliaan zelf en dat die doorgegaan is in Sint-Winoxbergen. De aanwezigen krijgen er de niet mis te verstane aanbeveling om daar ook hun eed van getrouwheid aan de Roomse koning af te leggen. Die van de omgeving van Veurne en van enkele andere steden van West-Vlaanderen doen dat met plezier en overtuiging.

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

 

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.