21 november 1914. Een soldatenbrief gericht aan Le Figaro had het over de toestand in Ieper. Op een mooie ochtend was de man in kwestie toegekomen in Ieper en hadden hij en zijn kameraden hun kamp opgeslagen in een aardig huis dat door zijn bewoners achtergelaten was. Voor hen lag de beroemde lakenhalle. Op het plein wemelde het van soldaten, auto’s, paarden, enz.
De Britten waren in de meerderheid. Hun officieren flaneerden door de straten, correct en flegmatiek, de wandelstok in de hand. De burgers, nog talrijk in aantal, wandelden opgewekt rond. In de verte hoorden ze het kanon om iedereen er aan te herinneren dat het oorlog was. Er bleven in Ieper enkele dozijnen gezinnen achter in Ieper die door de voortekenen van het onweer niet op de vlucht gejaagd konden worden. Ze woonden in de kelders onder de vestingen. Deze kelders waren vochtig en somber en 20 meter diep. Men had er vloeren in gelegd en daar verbleven nu de burgers op matrassen en oude dekens. Het achterste gedeelte was gereserveerd voor de kinderen, het was daar de kinderkamer.
Er heerste daar een lawaai dat het kanon zelfs overstemde. Jongens van zeven tot twaalf jaar speelden en ravotten er, de vermaningen van hun ouders ten spijt. De voor de stad bestemde bommen vlogen allen over ons hoofd. Er kwamen er drie tot vier per minuut ….daarna met tussenruimten van uren soms. Om de vijf minuten ook weer geïsoleerde schoten. Kortom: het was je reinste willekeur.
De Duitse artilleristen speelden een fantasiestuk zonder ritme. Ter aanvulling van de stiltetijden was dan de gepantserde trein. Deze woedde onder de muren van de stad zelf. Het grootste kanon schoot 20 kilometer ver. Deze helse machine werd bediend door een Britse matroos die met een verbluffende kalmte zijn pijpje rookte. De ontlading was zo krachtig dat de vestingswerken ervan trilden. ‘Little Willy’, heette dit kanon, best een lastige gast maar hij moest zijn werk goed doen. ‘Fst, boem, boem!’. Daar kwamen twee Duitse granaten over onze kazemat geschoren. Onthutsing. De soldaat-barbier sneed in de neus van zijn slachtoffer. Dit was tot dusver het enige slachtoffer in onze kleine troep.
Helaas waren er veel anderen en veel ernstiger. In deze omstandigheden waren alle gesprekken interessant om aan te horen. Men zou denken dat ze alleen over de oorlog en het dreigend gevaar konden gaan. Maar daar was geen kwestie van. De ene sprak over zijn vak, de andere over de toekomst. Moedertjes deden preuts, elkaar een paar vrouwen van lichte zeden aanwijzend van wie de vrees hen naar de gemeenschappelijke schuilplaats had verjaagd.
So what comfort zone of dis-comfort are you in, and what will it commander cialis take to break out of the shackles that erectile dysfunction has imposed in you with these pills and make your woman feel amazing and energetic. If a man is suffering from Peyronie’s disease, he can http://cute-n-tiny.com/cute-animals/biker-dog/ cheap cialis take his partner’s help in seeking for an effective treatment for erectile dysfunction in men. Below are some T-boosting foods that help male organ becoming erect with fuller, thicker and firm erections, so theseare erection-helping medicines. buy brand cialis Top sexologist in Delhi suggests ways to remain healthy during viagra pill for sale why not try this out pregnancy so as to maintain a good health of the baby will change during delivery.
Maar sommigen overdreven toch met die zorgeloosheid. Te midden van een bommenregen verhefte zich plots een ware kakafonie. Het bleek uit een naburig huis te komen. Blijkbaar hadden enkele ziekenverplegers de kostuums en instrumenten van een balletgezelschap gevonden en ze waren nu bezig in travestie een soort Indianendans uit te voeren.
Afgezien van dergelijke afwisselingen waren toch de overpeinzingen in een kazemat zeer droefgeestig, maar van zeer diverse aard. Men dacht niet aan het gevecht, maar hardnekkig aan hen die achtergelaten waren onder het huiselijk dak. Men zocht verzet voor zover dit mogelijk was, met kaartspelen, schrijven en roken. Bij de minste kalmering van het geschut stapte men eens naar buiten en men vroeg zich af hoe het verliep bij de in de buurt woedende veldslag.
Het vreemdste en pijnlijkste in deze huidige oorlog was wel de volstrekte onwetendheid waarin zij die er aan deelnamen, gehouden werden. Nooit wist men precies wat er vlakbij voorgevallen was. De ingewijden waren zeldzaam en stom. De soldaat kreeg niets om zijn nieuwsgierigheid te paaien, zelfs niet de armzalige ‘magertje’ van het dagelijks bulletin. Voor hen die machteloos de pijn moesten verbijten onder het bommengefluit was de angst vaak wreed. Maar toch mocht niet overdreven worden. De strijders zagen nog veel meer wrede toestanden. Hun lot was niet te benijden, zij die in de voorhoede leefden, zonder enige dekking voor de projectielen die hen zelfs onder volle zonneschijn konden doden.
–
Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ – werk in opbouw –


