banner
Jan 1, 2025
146 Views
Reacties uitgeschakeld voor Poperinge groeit als bloemkool

Poperinge groeit als bloemkool

Written by
banner

De villa ‘Pupurningahem’ situeert zich langs de grote Romeinse heerweg. De plek zelf zit diep verscholen midden in één groot uitgestrekt bos. Karel de Kale bevestigt in 877 officieel dat Sint-Bertinus eigenaar is van Poperinge. De opeenvolgende abten van St.-Omer zwaaien de volgende eeuwen de scepter over het Westhoekdomein. Ze worden hierbij ondersteund door de reeks Vlaamse graven die de revue passeren en die in de loop van de jaren ook zelf actief zijn in het bestuur van Sint-Bertinus.

De abten laten zich de grafelijke bescherming welgevallen. Voorzien van staf en mijter en beladen met goud en juwelen spelen ze God over het jonge Poperinge. Alleen de bisschop heeft nog een grotere macht. Vanaf de 6de eeuw laten ze al in toenemende mate hun invloed gelden op de Westhoek. Ooit leefden ze onthecht, bescheiden en in eenzaamheid weg van de wereld.

Daar is van langs om minder van te zien. De nieuw verkozen abten gaan de boer op. Gedaan met contemplatie en eenzaamheid. Ze verschijnen op de politieke en religieuze scene waar ze grote diensten bewijzen aan de kerk die zich nog in zijn puberteit bevindt. Godsbelijdenis zal eeuwen aan een stuk geld in het bakje brengen. Veel geld. De Sint-Bertinusabdij profiteert mee van de domheid van de mensen en wordt decadent rijk. De monniken zwemmen in het geld en in de privileges. De abten lopen zijde aan de zijde met de bisschoppen. Naar hun stem en die van de andere abten in Vlaanderen wordt geluisterd. Poperinge ligt niet bij de achterdeur van St.-Omer en zo wordt beslist om een afzonderlijke priorij te stichten die de zaken in het domein moet beheren. Een soort bijhuis. Een filiaal van de multinational Sint-Bertinus. De ‘chief executive officer’ van die dagen wordt als ‘prior’ omschreven.

Hij vervangt de abt en handelt in zijn naam. Enkel de zaken van groot belang worden nog beslist vanuit het moederhuis. Hoewel vaderhuis misschien een beter gekozen naam zou zijn. Het toekennen van lokale rechten is bijvoorbeeld strikt voorbehouden aan de abt van St.-Omer. De prior zorgt er enkel voor dat zijn beslissingen worden uitgevoerd en gerespecteerd.

Poperinge groeit als bloemkool. In 1147 is de plek al uitgegroeid tot stad. Voor wie er woont en zich wil komen vestigen, komen er voorrechten en vooral reglementen waar iedereen zich aan dient te houden. Statuten van de multinational. Het jargon van de middeleeuwen heeft het over een ‘keure’ en het is de graaf die beslist of steden al dan niet een keure mogen bezitten. De eerste Poperingse keure komt er in datzelfde jaar 1147. Met toestemming van de abt van Sint-Bertinus uiteraard. Het is een kopie van het exemplaar die de mensen van Veurne hebben ontvangen van graaf Dirk van de Elzas.

Filips van de Elzas doet er veertig jaar later nog een schepje bij. Poperinge leeft en bruist en krijgt voortaan zijn eigen markt en de exploitatierechten om handel te drijven via het water. Tussen Poperinge en de IJzer wordt er werk gemaakt van een kanaal. Langsheen het traject komen er houten constructies, ‘overdrachten’ en ‘dobbele kraenen’ die zwaarbeladen boten moeten helpen loodsen tot in de stad. Het verval van het water is maar zus en zo en zonder die kunstgrepen zou het onmogelijk zijn om via het water handel te drijven met de buitenwereld.

Rudolf, de heer van Reningelst, regelt het in 1197 dat ook Reningelst via Poperinge verbonden wordt met Nieuwpoort. Vanaf het jaar 1000 blijft trouwens niets zoals het was in Europa. De opinies en de zeden van de mensen ondergaan grondige wijzigingen. Het fenomeen van de steden steekt de kop op. In het prille Vlaanderen zien we hetzelfde gebeuren.

De opkomst van onze steden heeft duidelijk zijn oorzaken. Eerst en vooral heeft de Romeinse bezetting die verschillende eeuwen geduurd heeft zowat het eigen cultureel erfgoed gewist. De mensen kunnen niet langer terugvallen op hun oude tradities want die zijn er niet meer. Ze zijn niet meer bang om te vechten voor hun zelfbehoud en hun zelfstandigheid. Hun vrijheid vinden ze van langs om meer in de schoot van nieuwe gemeenschappen die bepaalde rechten toegeschoven krijgen van de graven.

Ook in Poperinge komt het volk in opstand om de nodige gemeentelijke vrijheden uit de brand te slepen. In 1147 ontstaat er een rebellie van de Poperingenaars tegen de Sint-Bertinusabdij. De wapens zullen niet neergelegd worden tot dat de heer abt bereid is om te luisteren naar hun bekommernissen. De graaf van Vlaanderen ziet zich verplicht om tussen te komen in de bloedige gebeurtenissen van die dagen. Zo krijgt de stad dan toch zijn eigen grondwet.

In 1208 wordt die voor alle geruststelling nog eens door de abt en de graaf bevestigd en verlengd. Plechtige beloftes van de abt zijn het. Hij zal de goede mensen van Poperinge beschermen in hun rechten. De amman, de hoogste rechter van de stad, kan niet langer naar eigen willekeur goederen en eigendommen afnemen van de stedelingen. Voortaan dient hij hiertoe toelating te hebben van een magistraat. Als hij het toch riskeert, zal hij zijn functie moeten neerleggen en zal hij een boete moeten betalen van 3 pond.

Elke beschuldigde zal voortaan zijn oordeel ondergaan in het bijzijn van de abt en krijgt zijn straf van gezworenen. Hij of zij zal nooit langer gestraft worden dan oorspronkelijk voorzien. Alle goederen die aangeslagen worden door de amman dienen opgeslagen te worden in de abdij in St.-Omer tot dat de beschuldigde zijn straf heeft uitgezeten.

Alleen het hof van Sint-Bertinus is bevoegd om klachten van schepenen en gezworenen te behandelen. Onderhandse transacties van gronden en woningen kunnen niet langer. Alle aktes dienen geofficialiseerd te worden door de centrale abdij. Als twee inwoners met elkaar op de vuist gaan, zal de aanstoker de kosten betalen. De doodstraf wordt ingevoerd voor moordenaars. Ten minste als de beschuldigde niet wordt vrijgesproken door de rechtbank. In dat geval kan de dader vrijuit gaan. Als de straf effectief uitgesproken wordt, rest er nog een laatste strohalm voor de gestrafte.

De vuurproef. Blootsvoets over een bed van gloeiende kolen stappen of een gloeiende ijzeren staaf met de blote handen vastnemen of meer van die plezante bedoeningen. Bezwijken tijdens deze onmenselijke proeven staat synoniem met de doodstraf die er dan onmiddellijk op volgt. Voor wie zich sterk houdt, wacht de vrijheid. Dat allemaal volgens de keure van 1147. Het is voorwaar een harde maatschappij.

In een nieuwe versie van 1232 wordt er wat geschaafd aan het strafrecht. De beschuldigde komt vrij als vijf juryleden, de keurheren of de ‘choremanni’, hem onschuldig verklaren. Als de jury twijfelt, is het aan de acht getuigen, de ‘compurgatores’ om hun oordeel uit te spreken. In alle gevallen heeft de beschuldigde het recht om te komen aandraven met eigen getuigen. De verschrikkelijke vuurproef geldt niet alleen voor moordenaars, maar iedereen die bestraft wordt voor diefstal, laster en gokken, weet wat hem of haar te wachten staat.

Vrouwen die met elkaar vechten, zijn al helemaal uit den boze. Direct een dubbele boete met een minimum die nooit lager zal uitvallen dan 3 pond, een bedrag dat in de 12de eeuw als een maximum boete aangestipt staat. Vreemdelingen die zich in Poperinge komen vestigen, moeten na een tijdje hun trouw zweren aan de keure. Als ze dat weigeren, moeten ze 10 sols betalen aan mijnheer de abt en worden ze achteraf dan toch nog verplicht om die eed af te leggen.

Dit is een fragment uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 5
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.