Op 1 december 1299 loopt de wapenstilstand af. De inwoners van Diksmuide hebben zich de […]
25 augustus 1565. Hans Roothaar met twee van zijn kompanen en nog een andere jongeman […]
In 1545 moet de Raad van Vlaanderen vanuit Mechelen ingrijpen in het aanslepend dispuut tussen […]
Wijsheden uit de jaren dertig ’t Is triestig dat slechte mensen elkaar zoveel gemakkelijker vinden […]
In menig huisgezin
Waar veel gewonnen wordt,
Komt men op ’t eind van ’t jaar
Soms nogal veel te kort.
’t Is zo klaar lik chikezop – een onbegrijpelijk geval
Slapen tot dat de zunne in je gat schijnt – lang slapen
Beter è luus in de pot of geen vet – het is beter dan niets
’t Goat stront regen mè hakskes – ’t Goat mollejoengen regen
Hê fikkelt. – Hy bederft; hy snydt kwalyk.
Hê foefelt. – Hy doet verkeerdelyk.
Hê gonk deure. – Hy ging weg;
Hê gynk up de leere. – Hy klom op de ladder. –
Zo is het jaar 1869 met wel en wee weer in de eeuwige kolk van de tijden verzwolgen. 1869 heeft zijn rol vervuld, 1870 is geroepen om de zijne te vervullen.
Wat doe je met het vel en het geld?
Eerst het vel afstropen.
Wat doe je met dat vel?
Een beurs maken.
‘Mijnhere Wouter de Vos en mijnhere Jhan van Score, ruddre’, bezitten ieder een zestal percelen of woningen die elk afzonderlijk goed zijn voor een oppervlakte van 23 are. Bovendien zijn ze de eigenaar van een kleine heerlijkheid buiten de kern. De heerlijkheid van Jhan in Ramskapelle bezit 14 hofsteden met een totale oppervlakte van 31 are. De mate van grondeigendom bepaalt in grote mate de plaats op de sociale ladder.
De hutten van Sint-Jan waren vrij identiek. Ondanks de armoedige levensomstandigheden in de hutten werd op verzoek van pastoor Grimminck verder gewerkt aan de kapel. De lemen muren werden vervangen door steen en het stro van het dak maakt plaats voor dakpannen.
De winter is nat, winderig en zonder grote vorst geweest. Op 22 februari, dag van de meeste koude was de barometer 7,5 graden beneden 0. De meeste hitte, op 24, 25 en 26 augustus, was 28 graden boven 0.
Ik zie mezelf nota bene nog bangetjes zitten in dat biechtgeval van mijn kinderjaren, die houten kooi, waar een of andere paljas van een pastoor net hetzelfde claimde. ‘De poorten van de hel zullen gesloten blijven en de poorten van het paradijs der vreugde zullen geopend worden. Ofschoon gij niet terstond moogt sterven, zal deze genade echter in volle kracht op u blijven tot op uw sterfuur. In de naam des vaders, des zoons en des heiligen geestes en mits een zo groot mogelijk voorschot.’ Tetzel brainwasht zijn publiek, hypnotiseert de mensen, maakt ze zo zot als een achterdeur en laat ze aflaatbrieven kopen zoveel hij wenst.
Men moet geen hooi in d’eyze (ruif) laten (zijn glas uitdrinken)
Ik heb er niet bij gestaan met een keirse (ik was geen getuige)
Duveltjesdomdag (zeer druk in de zaak)
Hij is van ’t jaar elve, hij houdt het liever zelve (hij is erg gierig)
’t Is ’t er een van ’t jaar nul (hij is ferm uit de mode)
Dat is op geen blauwen steen gevallen (dat zal ik onthouden)
De stenen vragen geld (er is altijd en overal te betalen)
Elke dag opnieuw loert de tegenslag om het hoekje. De prijzen van het voedsel hangen in hoge mate af van het succes van de oogst op het land. Slechte zomers zorgen voor hoe prijzen voor tarwe en gerst, brood en bier. Wie niets kon sparen tijdens de redelijke jaren, is er direct de pineut van en moet proberen zich in leven te houden van de liefdadigheid. Mensen die ziek zijn of invalide of oud kijken angstvallig richting stadsbestuur en naar de kerken. Of naar welwillende rijke mensen. De nood naar brood, bonen, erwten, kledij en dekens is prangend. Een gezongen mis zal ongetwijfeld veel te hoog gegrepen zijn voor de modale inwoners van Ieper-stad, en dat in deze zogezegd goedkope tijden.