Het was gisteren precies drie maand geleden dat ik begonnen ben met het schrijven van mijn ‘Kroniek van Brugge’. De voorbije dagen kwam alvast onderstaande tekst uit mijn pen gevloeid. Figuurlijk dan toch. Mijn pc heeft ook zijn rechten.
De Gentse arrogantie druipt er van af. De boodschap wordt overgemaakt aan de Franse koning die zich ondertussen al in Péronne bevindt en die er uiteraard niet om kan lachen. Het enig gevolg ervan is dat er nog een tandje bijgestoken wordt bij de opbouw van de troepenmacht.
Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant.
Filips van Artevelde stelt zich aan het hoofd van 9.000 Gentenaars en vertrekt uit zijn thuisstad. Een gelijk aantal volk van het Vrije, de Vier-Ambachten, Geraardsbergen, Aardenburg, Damme, het land van Waas en uit andere gewesten komt zich bij hem aansluiten. Samen met zijn leger bij Oudenaarde beschikt hij nu over een leger van 40.000 vechtbare mannen.
Die van Cortryk trokken na ’t beleg van Doornyk met Artevelde en campeerden met 10.000 Gentenaers, Oudenaerders en Aelstenaers ontrent de zeven fonteyn poorte. Den 31e july trokken de Vlaemingen nog nader aen Doornyk, om die stad te belegeren. Den coning van Vrankryk quam met een zeer magtig leger ter hulpe van Doornyk en campeerde langs wederzijden der brugge van Bouvines.
De Vlamingen werden direct aan drie zijden omsingeld. De legerbenden van de ruwaard liepen op elkaar, vluchtten zonder het gevecht van man op man af te wachten. Ze liepen ongeordend in alle mogelijke richtingen om toch maar een volledige omsingeling te voorkomen. Op minder dan één uur was de helft van het leger gedood. Enkele duizenden mannen konden vluchten richting Kaaiaard.
Artevelde, de mythe en de man We stappen naar 17 december van het jaar 1322 […]
Vlaanderen doet het perfect in het jaar 1379 1379. In dit jaer was Vlaenderen in […]
Het lijkt er op dat de groei en de bloei van Vlaanderen en van Poperinge voor eeuwig zal blijven duren. Niets is minder waar. Onder het bewind van Gewijde van Dampierre wordt Vlaanderen brutaal door elkaar geschud. De graaf verspeelt mondjesmaat de sympathie van zijn eigen inwoners. Op het buitenlands toneel is hij het speeltje van Frankrijk en Engeland en ook de paus en de Roomse keizer degraderen Gwijde tot hun marionet.