Het ware leugenachtig mijn stadsgenoten van vóór de eerste wereldoorlog met alle deugden Gods te overladen of hen van alle zonden vrij te pleiten. Het tegendeel zou nog onrechtvaardiger zijn. Hun verdiensten wogen ruimschoots op tegen hun onhebbelijkheden.
Als men honger heeft, smaakt het eten nog zo goed: ‘Honger is de beste saus.’ Om te zeggen dat men honger heeft: ‘Mijn beer begint te grollen’, of ‘Mijn merelare schuifelt’; ook nog: ‘’k Zie ze vliegen.’
Onhandigheid ligt aan de basis van de onmacht, al maken velen er zich gemakkelijk vanaf met schijnbare onwetendheid.
Camille Vanhalme was zondag op gezondheidswandeling per velo toen hij door een nauw wegeltje reed dat aan de boord van een put lag. Opeens viel de jongeling en hij plofte tot over de kop in het water en slijk. Verscheidene personen moesten hem ter hulp komen en uit de modder trekken.
Mijn vader, die een bakker was, en zijn hond Bobby, die aan de triporteur hielp trekken, hebben in hun leven veel moeten doen om aan hun brood te komen. Bobby at per dag meer dan een half brood: drie, vier sneden van twee vingers dik, die in zijn pateel; dat aan ’t kot stond, gebrokkeld werden. Daarnaast stond zijn teil met water, van hetzelfde pompwater dat mijn vader voor zijn gezondheid elke morgen dronk op zijn nuchtere maag en waarvan hij zei: zo helder als kristal.
Bij iederen bakker moet de prijs van’t brood bovendien gelijk zijn, en zoo en zal de eene aan den anderen de broodwinning niet afnemen , die prijs zal iedere week door de broodwegers ‘echtveerdelic’ bekend gemaakt worden, volgens den prijs van koorn en tarwe, en is er een die den prijs van de broodwegers niet volgt «in dat geval t’broot verboert ende aermen ghedeelt ende backere inde boete van drie ponden parisis.»