Daar is niets zo lastig als vrouw te wezen en u goed uit de slag te trekken. Eerst en vooral moet ge net zijn, anders wordt ge niet gesteld. Een man mag nog zo lelijk zijn als ‘nen beer, toch zal hij geerne gezien worden. Hij kan ‘nen baard dragen over heel zijn gezicht, en als hij ‘ne grote mond heeft, ziet dat niemand.
’t Is geen vetlap vandaag (het weer is regenachtig)
Ik ga geen Blankenbergse rekening maken (niet nodeloos uitweiden)
Werken dat zijn hart watert
Ik spring niet lijk hij gaapt
Dat ze in Nieuwkerke in vroegere tijden geen groot gedacht hadden van hun katholieke priesters kan je zo lezen in onderstaand krantenartikel uit 1887
Gezegden betreffende een vrouw met een weelderige boezem:
‘ ‘z E d’è ferme balkon’.
‘ z Is wel besteld’.
‘ ’t Is volk in de stoache’.
Tijdens de middeleeuwen, wanneer men in de stad de vervelende gewoonte had om de inhoud van de ‘geurende’ pispot over de hele breedte van de straat uit te keilen, was het af en toe een hachelijke onderneming om zich op de openbare weg te begeven.
Men giet enkele liter petrol in de beerput; het olieachtig vocht drijft boven, breidt zich weldra uit over de gehele oppervlakte van de beer en verdelgt meteen de duizenden poppen en maden die op en in de boven drijvende dikke zwartachtige korst woekeren.