Dinsdag laatst, in de morgen, had er een zonderling huwelijk plaats. Nadat de bruid het afgetrapt had, was de bruidegom op zoek geweest om zijn weggevlogen tortelduif terug te vinden.
Ik verslik me haast in mijn ochtendkoffie op 1 mei van het jaar 1447. Seroalius Heyse trouwt met Philipina van den Brouke. De huwelijksmis wordt gecelebreerd in de kerk van Sint-Maarten, waar de toren na storm van 1433 nog altijd in de steigers staat. De zus van de bruidegom wil wel eens een blik gaan werpen in te toren en samen met Seroalius Heyse stappen nieuwsgierig de trappen op om de stand van zaken bezichtigen.
Is de vrijster stug, nog wordt ze wel de bruid, maar wil de vrijer niet, zo is de vriendschap uit.
Alle dingen zijn wel: heeft het lief geen geel baar, zij heeft geel vel.
Als de bruid is aan den man, Dan wil elk eran.
Als de bruid is in de schuit, dan is het pronken uit.