Hoe dikker ’t gat hoe groater de broek. Ge moet uplett’n van ’t achterste van […]
De 25-jarige Logier Joseph, wonende in de Neerstraat bij zijn stiefvader Parez, stadswerkman, was maandagavond […]
De studie van de spotnamen op stad en dorp, op mens en streek vormt een belangrijke bron om de geschiedenis van ons volk te achterhalen, om in de intiemste denkwereld van de Vlaming binnen te dringen.
De herberg is de grote school van het zedenbederf. Het is daar dat de jongeling, die nauwelijks de schoolbanken verlaten heeft, het eerst en het meeste slechte klap hoort, het is daar dat hij de lichte vrouwspersonen tegenkomt die hem zijn eerlijke schaamte doen verliezen.
Boertje Pé, die op een klein gedoenselke woonde, kwam zijn vrouw te verliezen. Ze was nog niet koud, toen meneer de pastoor reeds ten huize kwam.
Het gezin stond niet op losse schroeven en de verloving bezat een bindend karakter. Waar men zonder zware en geldige reden een verloving ongedaan maakte, werd dit als een verbreking van de trouw aangezien. Wie verbrak moest er dan ook de gevolgen dragen.
Een huismoeder op Sint-Pieters, die aan de kraan van het stadswater een pot water getapt had om soep te koken, stond niet weinig verbaasd er een grote dikke paling in te zien krinkelen.
Langtongerij en achterklap Een kwaal, een ware pest, op onze dagen, als ik het zo noemen mag, heerst tegenwoordig zowel in de stad als op de landelijke gemeenten.
Tussen Beveren en Hondschoote, niet ver van de Franse grens, is er een ronde, diepe put, de Paddeput genaamd.