Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is enorm veel veranderd in de maatschappij. […]
In Duitsland, Engeland, Schotland en Ierland bestaat nog altijd een traditie uit de tijd van de oude Kelten en de Germanen: ‘de boom van de heilige nacht’.
De vrouwen waren doorgaans eenvoudig gekleed; als enige versiering droegen ze een onder de kin toegebonden zijden ‘sjaal’ over het gevlochten hoofdhaar; alleen oudere vrouwen droegen een strooien hoedje dat het hoofd ten nauwste omsloot.
Ze kwaamen were al zingen oek dikkers al wemelen
Een droppel wyg waeter maer oek een paere pintjes
De familie was daer en zelve “de kouzyntjes”
Die in ’t middel van ’n nacht hadde goeste van spelen!
Den heiligen Bernardus was begraven onder een steen, de wormen hebben hem opgegeten, maar zijn hart vergeten, zijn de wormen klein of groot, geel zwart of rood, zij zullen de aarde eten en mijn vruchten vergeten, drie onze vaders en drie weesgegroetjes.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.