In het begin van de jaren 1400 klagen de opgesloten gevangenen steen en been over […]
Woensdag, 1 juli om 7 uren ’s morgens, heeft Karel-Lodewijk Kastelyn, te Ieper, de schelmstukken geboet voor dewelke hij door het assisenhof van West-Vlaanderen was ter dood veroordeeld geworden.
Op 20 mei 1596 bevestigde Laureinsekin Tulpen, ‘huysvrauwe’ van Jacques le Maire, ‘cipier ten steene’ onder eed, hoe ghisteren de vrauwe daer Leene woont, commende ter steene verkende dat Leene haer gheholpen hadde van een gheest die haer quelde die ze zeyde dattet haer mans gheest was die haer quam quellen. Zeght voorts dat de zelve vrauwe zegt, dat Leene ordeinairlic upstaet ter middernacht ende gaet ligghen in de veinster altijts alst schoon weder is, ende dat ze zeght dat ze daer alle dinghen ziet, ende dat ze ziet al de stadt over, ende dat ze dat al weet ende dat ze datte al in de lucht ziet…’