Jan van Dadizele zwaait de scepter over de twaalf burggraafschappen, zo veel wordt duidelijk als […]
Kortrijk leunt dicht aan bij de Westhoek. Ik vraag me af of ik hier nog […]
10 februari 1915. ‘Nee! De Belgen waren niet te gauw gevlucht!’, antwoordde ik onlangs aan […]
Honderdzeventig jaar geleden, in 1798, werd het woelig in de streek. Reeds vier jaar leefde men toen onder de druk van commissarissen en sansculotten, de kerken waren gesloten en de godsdienstbeoefening verboden, de jonge mannen moesten dienst nemen in het Franse leger.
Jan van Dadizele was begerig van die twee weldaden aan zijn eigen heerlijkheid te bezorgen en hij kreeg van zijn opperheer Filips de Goede een brief van inrichting van jaar- en weekmarkten. Die brief werd gegeven te Brussel in de junimaand van 1462. Hij was geschreven in het Frans en is in onze Franse druk voortgebracht.
1295. Den zomer was zeer vrugtbaer, zoo dat een menigte oude graenen, die men uyt vreese van oorlog bewaerd had, wierden op de mesthoopen geworpen, om de schueren met nieuwe te vervollen.
De volgende windmolens bestonden nog op het grondgebied van Moorslede in 1914:
Ja Sinte Catherine wordt in Ledegem vereerd en daar komen ze dienen voor de Catherinewielen. Al dat ze doen is bidden aan haar beeld en in de sacristie gaan om gezegend te. worden en ze betalen een kaars.
Vrouw vermoordt haar man met een kapmes
Men zal zich nog herinneren de schrikkelijke misdaad, gepleegd op de avond van 14 januari, langs de steenweg van Geluwe naar Dadizele, op Delrue, werkman in de gaz te Menen. Deze voorbeeldige werkman, vader van zeven kinders, werd op weg naar zijn huis, rond 7 uur ’s avonds, verraderlijk aangevallen en ’s anderendaags dood gevonden in de sneeuw
Een meisje van een elftal jaar, E. Nuyten, was ’s morgens naar de school gegaan en het moest bij de schoenmaker 75 centiemen dragen voor vermaakte schoenen.
De pot met de inhoud weegt 1700 gram. De muntstukken zijn wel bewaard. Onder dewelke die men heeft onderzocht werd opschriften gevonden van C.M.U. Trajanus, C.M.O. Trajanus. Men weet dat Marcus Ulpius Trajanus, bijgenaamd Crinitus tot keizer van Rome gekroond werd in het jaar 97 en dat de senaat in het begin van zijn regering hem de titel gaf van Optimus, om hem later te veranderen in deze van Armenteus en van Parthicus. Het muntstuk C.M.O. Trajanus schijnt dus van de eerste eeuw te zijn.
Jan, heer van Dadizele, was geboren in 1432. Als hij 9 jaar oud was, verloor hij zijn vader en werd aan de schoolmeester Jan Pochon toevertrouwd, met wie hij vier jaar te Rijsel en twee jaar te Atrecht woonde.
Onze-Lieve-Vrouw, je weet wel; die maagd-moeder van Jezus, laat voor een eerste keer van zich spreken in het nabijgelegen Dadizele. ‘Eenen persoon van Kortrijk word miraculeuzelijk genezen van stomheid in de kerk van O.L. Vrouwe tot Dadizeele’. In 1413 wordt Vlaanderen opnieuw geplaagd door een soort van pest of besmettelijke ziekte, ‘beginnende met pijne in de kele en hoest
«Zé», zei Modesta, «dat moet en zal hier gedaan zijn op ’t hof; ’t weet hier van geen uitscheiden: de ene tegenslag na den anderen, eerst met de zwijns en dan met de koeibeesten. Cesarke, » zei ze tot ’t poesterke, «we gaan een van die dagen op beevaart naar Deizel», «Gaan dienen?» vroeg Cesarke. «En moet ik mee? Te voete? ’t Is meer of vier uren verre van Staên: viere deure en viere were! ‘k Zeggen maar dadde ! Goed om stijve kieten op te doene en de voeten vol blazen.»
De man is een kind van de Westhoek waar hij in Dadizele als Jan van Veerdeghem wordt geboren op 23 februari 1432. De Dadizelenaar schopt het tot soevereinbaljuw van Vlaanderen, hoogbaljuw van Gent, kapitein-generaal van het Vlaamse leger en kanselier van Maria van Bourgondië en Maximiliaan van Oostenrijk. Wikipedia vertelt me dat hij tijdens zijn leven in Dadizele blijft wonen, meer bepaald in het kasteel Mariënstede en dat hij begraven ligt in de basiliek van het dorp. Die ‘Jean van Dadizeele’ vervang ik uiteraard door ‘Jan van Dadizele’ en eigenlijk ook een beetje door het schattige ‘Mer Jan, Heere van Dadizeele’.
In 1861 was de Brugse bisschop Malou in Ieper en hij kreeg daar enorme buikpijn. Zijn dokter werd er uit Brugge bijgehaald en die verklaarde onomwonden: ‘c’est un homme perdu’. Maar de bisschop gaf het niet zo maar op en stuurde zijn zuster naar Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele, waar ze een ‘neuvaine de messes’ liet doen. Ze bracht een lint mee dat het genadebeeld aangeraakt had. De bisschop had dit lint nog maar een uur rond zijn lichaam gedragen of hij voelde zich beter. Drie weken later is hij in staat om in Dadizele een plechtige dankmis op te dragen.
Een belangrijke stof in de geschiedenis, ’t is de uitoefening van het gerecht. In de geschiedenis van Moeskroen hebben wij dit punt breedvoerig behandeld en wij hebben een groot getal vonnissen aangehaald. Hier zullen we enige der rechterlijke uitspraken voorstellen, die wij hebben kunnen vinden.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]