In 1488 is het voor de keizer van Duitsland welletjes geweest daar in Vlaanderen. De gevangenname van zijn zoon kan voor Frederik niet door de beugel. Hij zakt af naar de Nederlanden in het gezelschap van een groot leger met een resem keurvorsten op kop.
De Vlaming die in het zuidwestelijk gedeelte van Wales vertoeft is niet weinig verbaasd in die tamelijk ver gelegen streek een taal te horen spreken die hier en daar op het Vlaams gelijkt. Volgende woorden bijvoorbeeld zullen zijn aandacht opwekken – zuivere Vlaamse woorden die niet in het Engels gebruikt worden:
Verleden zaterdag stond een Engelsman omringd van een menigte volk voor het raam van een winkel in de Geldmuntstraat. Hij stond volop te schreeuwen en te roepen in het Engels.
De abt Elias van Coxyde (1189-1203) verwierf zo in 1191 het patronaatsrecht van Estchirche, een parochie op Sheppey, een zompig eiland op de monding van de Theems. Het was dus enkel een tiendenrecht, nog geen bezitting: maar de abdij kreeg daardoor wel voet in Engeland. Door aankoop en ontvangen schenkingen weet de Duinenabdij in den loop van de 13de eeuw een ‘Engels domein’ tot stand te brengen.
Op de dertigste juli is alhier ontstaan een grote troebel of plundering bijzonderlijk onder het vrouwengeslacht; deze troebel was ontstaan omdat er door het hof van Brussel was toegelaten de tarwe uit het land te laten vervoeren naar Engeland
Artevelde, de mythe en de man We stappen naar 17 december van het jaar 1322 […]
Op den 9en julius, ’s nuchtens met het opendoen van der poorte zoo kwam de mare dat Langemarck en ook geheel de plaetse mette kerke en het schoon huys van Francoys Van Houtte al afgebrand was, en dat door ’t volk van den legere, die op den viij van julius aldaer gekomen was en niemand daer vindende dan in de kerke eenige arme menschen, hebben in diversche huysen ’t vier gesteken, ja datter niet met alle, noch halle, noch huys, noch kerke gebleven was, zoo dat de arme menschen byna zouden verbrand zijn met hunne kinderen in de kerke.