Het streven naar een onafhankelijke macht binnen de grenzen van de stad ontwikkelt zich gaandeweg […]
Er is iets merkwaardig aan de gang in Vlaanderen. Er is altijd al wel wat […]
Ieper wordt in de 13de – 14de eeuw gerekend tot één van de “vijf goede […]
Dirk van den Elzas heeft de eed van trouw gezworen aan zijn volk. Hij legt […]
Nadat Boudewijn I diens dochter (zeer tegen de zin van haar vader) ontvoert en met […]
Voor ik het goed en wel besef, zit ik dus opnieuw verzeild in de jaren […]
Karel Martel heeft het geschopt tot opperheer van Frankrijk en heeft tijdens zijn leven de […]
Het jaar 1187. De toestand in het heilig land evolueert van kwaad naar erger. De Turkse […]
Zomer 1191. Na de dood van Filips van de Elzas valt het graafschap Vlaanderen nu in handen van zijn zuster Margareta van de Elzas. Die zoals jullie weten getrouwd is met Boudewijn VIII van Henegouwen. Vlaanderen en Henegouwen komen zo voor de tweede keer onder hetzelfde bestuur.
Filips van de Elzas lijkt in tegenstelling tot zijn vader niet erg gehaast om er in te vliegen en om de barbaren uit het land te verjagen. ‘Eerst wat sightseeing’ denkt hij, en dus neemt hij alle tijd om de heilige plaatsen waar hij al zo vaak over gehoord heeft te bezoeken.
Bij mijn bezoek aan het Ieperse stadsarchief stoot ik per toeval op een krantenknipsel uit 1930. Een heel erg informatief stukje journalistiek uit vroegere dagen. Spijtig genoeg kan ik niet rekenen op enige bronvermelding.
De situatie met al die kerken en godshuizen en de ongebreidelde macht van de proost van Sint-Maartens leidt tot ernstige misbruiken. De kanunniken laten bijvoorbeeld niet toe dat er meerdere huwelijken op het zelfde moment worden gehouden omdat ze zo meer offergaven in de wacht kunnen slepen. Huwelijken tussen personen van verschillende parochies worden enkel toegelaten als de proosdij hiervoor een zeker som geld krijgt. Wanneer lichamen van doden worden aangeboden tijdens een dienst, laten de kanunniken na deze een kerkelijke begrafenis te geven. Bovendien wordt voor de ‘kerkganc’, een soort huwelijksfeest, door de bevolking soms hogere bedragen betaald.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.