banner
Jan 20, 2026
65 Views
Reacties uitgeschakeld voor Het bestuur van de oude Vlaamse steden

Het bestuur van de oude Vlaamse steden

Written by
banner

Het streven naar een onafhankelijke macht binnen de grenzen van de stad ontwikkelt zich gaandeweg in de Vlaamse steden Ieper, Gent, Brugge, … De politieke kaste van de lokale schepenen, ons kent ons, leidt zoals zo vaak het geval is, tot machtsmisbruik. Tirannie en verdrukking van het volk is het. Al snel zorgen de ongenuanceerde maatregelen van de schepenen voor revolutionaire gedachten bij de pauperende bevolking. Uiteindelijk zullen er ook meerdere keren gewelddadige opstanden uitbreken die zich vooral viseren op de machtskliek van de schepenen.

De graven van Vlaanderen begrijpen dat er verandering zal moeten aangebracht aan deze lokale structuren en mistoestanden. En natuurlijk zijn hun pogingen er op gericht om een einde te maken aan de ondermijning van hun gezag binnen de Vlaamse stadsmuren. De erfelijkheid van het schepenambt staat volgens de Vlaamse graven trouwens de ontwikkeling van de handel en nijverheid in de weg.

De poorters van Vlaanderen krijgen van de graaf regelmatig nieuwe vrijheden (privileges) toegekend die de intentie hebben om een einde te maken aan de willekeur en de verdrukking van de aristocratie ten opzichte van het gewone volk. Eén van die privileges zal uiteindelijk vastleggen hoe de schepenen zullen worden verkozen vanuit de bevolking van de stad. Ieper is de eerste Vlaamse stad die de aanstelling van haar schepenen (rechters) ziet veranderen.

In het jaar 1209 (de dinsdag na Sint-Pietersdag) geeft Filips van den Elzas, regent van Vlaanderen en Henegouwen, aan de stad Ieper het recht om zelf hun schepenen te kiezen. De ambtstermijn wordt teruggeschroefd tot één jaar. Er wordt een systeem opgelegd, een werkwijze om de jaarlijkse benoeming op een georganiseerde manier uit te voeren. Vijf van de voornaamste inwoners kiezen de eerste vijf schepenen. Het zijn die vijf schepenen die dan een keuze maken over de aanstelling van de acht resterende schepenen.

Het nieuwe systeem, dat kan je zo zien, is natuurlijk nog steeds niet echt democratisch te noemen want het blijven de vijf belangrijkste inwoners van de stad die aan de touwtjes blijven trekken. Toch wordt de procedure eveneens ingevoerd in Gent (1212), Douai (1228), en in Brugge en Damme in het jaar 1241. In 1228 wordt het systeem ietwat aangepast door het gravenkoppel Joanna van Constantinopel en Ferrand van Portugal.

Het lijkt er op dat de nieuwe manier van schepenenbenoeming een groot voordeel biedt aan de poorters van de steden. De vorst staat immers zijn benoemingsbevoegdheid af aan de burger; “burgensibus et communitati”. Het betekent een hele toenadering tot het volk. Maar al met al blijft de invloed van de mensen op de verkiezingen vrij beperkt. Zeg maar zo goed als nihil.

De tussenkomst van het volk bij de schepenverkiezing blijft inderdaad beperkt tot één enkele actie: het kiezen van de vijf mannen die op hun beurt de schepenen zullen aanduiden. Bij de volgende schepenverkiezing is het aan de aftredende schepenen om de eerste vijf nieuwe schepenen aan te duiden. De rol van de poorters is dus al volledig uitgespeeld.

Het laat zich raden dat het bestuur van de steden vrijwel onmiddellijk degradeert tot een zuiver kastesysteem, een aristocratische bedoening. In principe kan iedere Ieperse poorter schepen worden. Geen enkele sociale klasse wordt uitgesloten. Maar de patriciërs, met dank aan het kiessysteem, zorgen er wel voor dat zij aan de postjes blijven. Volksprotest en omwentelingen zullen er aan het begin van de 14de eeuw, en niet alleen in Ieper, een einde aan maken. Het kan er echter op lijken dat de band tussen de steden en de graaf losser aan het worden is. Maar dat is enkel schijn. Het gerecht vormt een heuse navelstreng tussen de graven en de steden. De graaf voert een voor de schepenen attractieve politiek om hen op die manier ook aan hem te binden en ze van hun onderdanigheid te verzekeren.

Als er een twist ontstaat rond de jurisdictie van de schepenen dan zal de graaf meestal de partij kiezen van de gemeente. De schepenen van hun kant willen zich wel onafhankelijk opstellen maar zitten geprangd tussen het kat-en-muisspel van de jaarlijkse herverkiezing. En we mogen ook niet vergeten dat de baljuw, als plaatsvervanger van de graaf, nauwlettend de soevereine rechten controleert en garandeert. Het principe van de jaarlijkse herbenoeming wordt door de latere graven herhaaldelijk aangevallen. Zelfs de Franse koning Filips de Schone wil er in 1301 een einde aan maken met zijn eis om de eerste zes schepenen te laten verkiezen door drie aftredende schepenen en drie afgevaardigden van het Franse hof. De Guldensporenslag met de gekende faliekante gevolgen voor de Fransen, gooit roet in het eten van dit nieuw systeem.

Hoe worden de schepenen eigenlijk vergoed voor hun diensten? Terwijl de stedelijke ambtenaren door de stad worden bezoldigd, krijgen de schepenen eigenlijk geen eigen wedde. De stadsrekeningen reppen geen enkel woord over betalingen aan welke schepen dan ook. Oefenen ze dan hun functie pro deo uit? De gemeente schenkt aan de schepenen in functie winter- en zomerkleding, lakens, wijn, huisgerief, verbruiksartikelen, kruiden om hun harde en vaak ondankbare taken enigszins te compenseren. Het zijn “douceurs”, cadeaus die de ondankbare taken verzachten.

De “douceurs” zijn zeker niet te versmaden maar de schepenen hebben natuurlijk nog andere bronnen van inkomsten. Ze strijken immers een deel van de boeten op die worden toegepast in de rechtbank. Al met al een behoorlijk ereloon. Naast de schepenen en de baljuw is er natuurlijk de aanwezigheid van de voogd. Welke rol speelt hij in de Ieperse vierschaer? De voogd heeft het recht om, in samenspraak met de baljuw en in naam van de stad, opsporingen en achtervolgingen te organiseren en verdachten in hechtenis te nemen.

Als hij dat echter op eigen houtje doet, loopt hij het risico dat de baljuw de verantwoordelijkheid van zich afschuift. Zo staat er eens geschreven “…up ’t welcke de hoochbaillu verantwoorde dat hij was ghedaen hechten bi mijn heeren voogd ende schepenen ende niet bij den heere”. De voogd dient na te gaan of er geen klachten lopen tegen de baljuw of zijn team. De vergadering van de vierschaer begint telkens met de vraag of de beklaagden bezwaren hebben ten opzichte van de baljuw.

Terwijl de functie van de voogd in de vierschaer vrij beperkt blijft, is deze van de klerk wel heel specifiek en bijzonder. Onontbeerlijk. Zijn aanwezigheid als griffier is essentieel. Hij houdt orde in de stadsregisters en is archivaris van de gemeente. Hij heeft een gedetailleerde kennis over het strafrecht, want telkens de schepenen enige ervaring beginnen op te doen, worden ze vervangen door nieuwe mensen die vrijwel geen kennis hebben over de geldende “costuymen en wetten”. De klerk (secretaris) is een persoon die tot en met vergroeid is met de rechtbank en met de voorbije decennia van uitgesproken vonnissen. Hij vormt als het ware een persoonlijk strafwetboek middenin de rechtbank van de Ieperse middeleeuwen.

Een bijzondere rol blijkt ook weggelegd voor de “peysmaekers”. Het zijn verzoeningsagenten, paiseurs, paisiers, paisanters en bij woordverbastering “besanders” genoemd. De peysmaekers moeten er al geweest zijn helemaal vanaf het begin. Filips van den Elzas maakt er al melding van in 1171. De peysmaekers worden vanaf die periode al gekozen door en dikwijls tussen de schepenen.

Ze worden belast met de handhaving van de orde en het bewaren van de vrede tussen de burgers. Een beetje zoals we de straathoekwerkers kennen in onze nieuwe tijden. Hun rol bestaat er in om vetes op te lossen tussen families en te werken aan verzoeningsprocedures. De actie van de peysmaeker heeft vooral een preventief karakter om privé oorlogen te voorkomen. Als er een twist ontstaat tussen twee burgers, of tussen een burger en een vreemdeling, dan moeten deze zich komen aanbieden bij de peysmaeker en hem plechtig beloven in het vervolg de vrede te bewaren.

Het breken van deze belofte aan de peysmaeker, zo zal later blijken, heeft zware gevolgen voor wie deze verdragsschennis pleegt. Zelfs de doodstraf behoort tot de mogelijkheden. Het dient er ook bij gezegd dat de benadeelde het recht heeft om na de procedure bij de peysmaeker de dader te laten vervolgen door de vierschaer.

Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 3
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.