Anno 553. Dit jaer wierd’er byna geenen winter gevoeld; dog daer volgde eenen grooten hongersnood […]
Het streven naar een onafhankelijke macht binnen de grenzen van de stad ontwikkelt zich gaandeweg […]
Naast Poperinghem situeren ook Steenvoorde, Elverdinge, Merkem en Torhout zich langs die Romeinse ‘steenstraete’. De […]
Ook kwaadspreken wordt niet getolereerd. Een man wordt voor vijftig jaar uit het land verwezen […]
Anno 1144. Dit jaer was wederom zeer rampspoedig door de menigvuldige regens, dog meest door […]
De trekpaarden zullen het gemakkelijk hebben op de goede wegen van het hooggelegen Artesische land. […]
Rond 1200 is de dynamiek van de Vlaamse steden amper te bevatten. Ze kunnen nog […]
De dag van vandaag kan een beschuldigde enkel veroordeeldworden indien er fysiek bewijs is van […]
In het begin van de jaren 1400 klagen de opgesloten gevangenen steen en been over […]
De Nieuwpoortse straten rond de parken zijn meestal kaarsrecht en lopen van zuid naar noord. […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
Hij komt van Kanegem betekent zoveel als: hij weet alweer van niets. Volgens een oude […]
12 december 1367. Tegen de avond steekt er een verschrikkelijke storm op, in de middeleeuwen omschreven als een ‘geweldig tempeest’. Het noodweer komt vanuit het noorden en teistert Vlaanderen, Brabant en zelfs Picardië.
Zo is het jaar 1869 met wel en wee weer in de eeuwige kolk van de tijden verzwolgen. 1869 heeft zijn rol vervuld, 1870 is geroepen om de zijne te vervullen.
Hoofdstuk twee van dit boeiend boek gaat over de herkomst van onze maanden. Die worden hier beschreven als de twaalf gezellen van de oppergod Wodan. Die Wodan mag je best beschouwen als de voorloper van onze God. Een onbekend fenomeen achter de schermen van het menselijk leven, waar ooit nog het eerste bewijs van zijn bestaan moet worden van geleverd.
Dat in de middeleeuwen en nog lang daarna lijfstraffen meermaals gepaard gingen met de een andere straf, waardoor de veroordeelde in zijn eer werd aangetast of aan de bespotting van zijn medeburgers prijsgegeven, is algemeen bekend.
In het oude Roeselare was het voor eenieder plicht de straten en wegen rein en ongeschonden te bewaren, en door de stadsmagistraat waren, te dien einde, strenge verordeningen uitgevaardigd
In de middeleeuwen waren alle binnen het Roeselaarse schependom geboren poorterskinderen van nature ‘poorters’ of burgers van de ‘poort’ of ‘stad’ Roeselare: ‘alle kinderen van poorters ofte poorterssen der voornomde stede zoo wel ghetraude als bastaerde syn gehouden voor poorters’.
Anno 289. Men vind aengeteekend, dat’er dit jaer zoo eenen langduerigen en harden vorst gevoelt is, dat de land-vrugten tot geenen rypdom konden geraeken. 290 is daer-en-tegen zeer vrugtbaer geweest.
God nochtans sloeg niet onverhoeds. De mensen werden vooraf verwittigd door verschrikkelijke voortekenen en wondere luchtverschijnselen, ten einde tijdig boete te doen voor hun zonden, zo dachten ze.
De lucht verschrompelt
tot flitsen van haat en woede
die vandaag het hart verschroeit
van zij die het met de ogen moeten aanschouwen.
Vuur en as die kronkelen en schreeuwen naar de hemel.
Als we op vandaag luisteren naar de Nieuwpoortenaar, dan omschrijft hij trouwens zijn stad als Niepoort, in tegenstelling tot de toerist en de buitenstaander die de stad omschrijft als Nieuwpoort.
Misdaden zoals overspel, bloedschande en woeker zijn meestal een zaak van de kerkelijke rechtbank. Dit is niet het geval in Ieper. Zo vinden we in de Ieperse annalen het volgende terug over woeker:
Het mag eigenlijk wel verwondering wekken dat over de geschiedenis van Harelbeke tijdens de middeleeuwen nog bijna geen studies gemaakt werden. Er zijn toch genoeg archiefbronnen voorhanden. Wat gepubliceerd is, beperkt zich tot de z.g. forestiers en het kapittel. Wel bevindt zich heel wat handschriftelijk werk uit de rode eeuw en het begin van de 1oste eeuw in het kerkarchief; vooral J. Ferrant heeft heel wat aantekeningen nagelaten.