De Nieuwpoortse straten rond de parken zijn meestal kaarsrecht en lopen van zuid naar noord. Precies zoals die op vandaag lopen. Van west naar oost is er sprake van de “grote crusstraete” die alle noord-zuid straten van de stad doorsnijdt. Anno 2012 is dit de Langestraat. Parallel, zowel zuidelijk als noordelijk van de grote crusstraete zien we nog een aantal dwarsstraten die zo verrukkelijk mooi “duerstraetkins” worden genoemd. Slechts één van die duerstraetkins is (deels) immuun gebleken tegen de tanden van de tijd; de Ankerstraat die loopt tussen de Astridlaan en de Arsenaalstraat. Alle andere oost-west straatjes zijn geleidelijk aan verdwenen. Volgebouwd en ingelijfd bij aanpalende eigendommen.
In 1914 (zeshonderd jaar na de opmetingen) zal er nog sprake zijn van één van die duerstraetkins. Namelijk het Sint-Antonestraatje aan de noordkant van de stad, dat de Oostendestraat verbindt met de Valkestraat. Na de eerste wereldoorlog zullen alle gronden in het noorden van Nieuwpoort opgeëist worden om het Kaaiplein te kunnen verbreden. De voorste percelen van de woningen die op vandaag uitgeven op de Kaai herinneren ons aan die middeleeuwse duerstraetkins.
De rechte noordzuidelijke straten bestaan wel nog op vandaag. De Marktstraat, de Hoogstraat en de Kokstraat maken al in 1314 deel uit van de kom van Nieuwpoort. Het oostkwartier en het vestkwartier zijn in de middeleeuwen totaal anders dan op vandaag. Er is totaal geen sprake van rechte straten hier. Om het oostkwartier te bereiken moeten de mensen over de “hane witkins brugghe”, de plek waar zich nu het kruispunt van de Arsenaalstraat met de Willem de Roolaan situeert. Van de “hane witkins brugghe” loopt het verder naar de Sint-Lauwereinskerk waar anno 2012 nog steeds de illustere Duivetoren herinnert aan die middeleeuwse kerk.
Sint-Lauwerijns is in 1314 een levendig en bruisend centrum. Vol volk. Een wirwar van steegjes en straatjes in alle mogelijke richtingen. Doorsneden door kanalen en vaarten allerhande. Aan water is hier geen tekort. Daar getuigen de steeds maar terugkerende termen zoals “brugghe”, “waterghanc”, “gracht” en “sluis”ons aan. We vinden er het “sinte laurens straetkine”, de “relmesbrugghe” en de “St Laurensbrugghe”. De kriskras aangelegde steegjes zijn het werk van de oudste generaties Nieuwpoortnaars en dateren nog van veel vroegere datum dan de perfect aangelegde en kaarsrechte straten in de kom van de stad.
Alles wat ten westen ligt van de “clikerstraete” (nu de Astridlaan) behoort tot het West-kwartier. Ook het West-kwartier toont diezelfde kenmerken. Lukraak gebouwde huisjes, steegjes alom. Simpel charmant. Zonder plan en zonder vooruitzicht. Maar hier is er geen sprake van water. Het West-kwartier staat gelijk met het “busschaerds” bosland. Er is zelfs sprake van een park en van duinen die ons nu nog herinnerd worden door de Parklaan en het Leopold II Park.
De meeste steegjes worden nooit bij naam genoemd. Het doet een beetje denken aan grootsteden zoals Tokio waar straatnamen geen deel uitmaken van adressen en de plek van een woning letterlijk wordt omschreven in de context van straatjes en steegjes en binnenpleintjes. Aan de westkant van Nieuwpoort is er die hele wirwar enkel sprake van de “willem quintinstraete” en van de “sinte hilde straete”. De clikerstraete loopt in die tijd tot aan de hedendaagse Langestraat.
Alles ten noorden van de Langestraat wordt “ijdel lant” genoemd, de Stadspolder, die gekocht werd van Jan van Namen met de bedoeling om hier de stad verder uit te breiden. De beschrijving “ijdel lant” toont in elk geval aan dat de Nieuwpoortenaars er aanvankelijk aan dachten om dat polderland eerst als landbouwgrond te gebruiken in afwachting van er huizen op te bouwen. Maar met de desastreuze decennia van geweld en armoede, zal het uiteindelijk nog duren tot in 1328 vooraleer er zal begonnen worden met de uitvoering van de bouwplannen.
In “de boec vanden hofsteden Lande vander Nieuwerpoort” van 1314 staan de gebouwen van de graaf en van de staat niet opgelijst. Ze zijn immers vrijgesteld van belastingen. Hetzelfde geldt voor de parochiekerken. Toch is er sprake van de Burg en van kerken als die gebruikt worden om de exacte ligging van bepaalde eigendommen beter te specificeren. De Burg ligt op het “burchland” tussen de “burchstraete” (nu de Potterstraat) en de Willem de Roolaan.
De sectie van de Willem de Roolaan, tussen Stella Maris en de Onze-Lieve-Vrouwkerk draagt de naam “oude sciptal” en is vermoedelijk een losplaats voor schepen. Er is dus vermoedelijk ook sprake van een “nieuwe sciptal”, in 1314 bekend als de “Dam”, de Kaai die zich op vandaag tegenover de Vismijn situeert.
Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek


