Al vijf eeuwen zijn de Romeinen heer en meester over België. De Frankische vorst Claudion, […]
Anno 1914, op de 2de november, maandag. Allerzielendag. In de sacristie zei mij een Franse […]
Dodelijk ongeluk in de tramstatie te Poperinge Een verschrikkelijk ongeluk is maandag 2de kerstdag, rond […]
Poperinge heeft met de nodige moeite de periode van de beeldenstorm overleefd. Tijdens de tweede helft van de 16de eeuw schudt en beeft Vlaanderen in elk geval op zijn grondvesten.
De Samenwerkende Bouwmaatschappij ‘De Mandel’, in 1920 gesticht, bouwde 337 werkmanswoningen op het Mandelkwartier (gezegd ‘Nieuw Kwartier’), herbouwde en herstelde de vernielde huizen op de Vredewijk en in andere straten, bond de strijd aan tegen de ‘krotwoningen’, en richtte een groep ouderlingenhuisjes op het zuidelijk uiteinde van de Mandellaan op.
Einde der week en ’s zondags is er een echte toevloed van Franse auto’s langs onze wegen en voornamelijk deze komende uit het noorden van Frankrijk. In die omstandigheden deed er zich zondag een verschrikkelijk auto-ongeluk voor op de weg van Ieper naar Veurne, op het grondgebied van Steenkerke.
Het begon in de herfst van 1578. Op de beroving en openbare verkoping van de inboedel volgde de afbraak en verwijdering van het hout- en metaalwerk van de gebouwen. Met zoveel vlijt dat de onttakeling bijna voltrokken was tegen de winter van 1579.
Maandag, in de vooravond kwam J. Deneire van Poperinge, met paard en koets van Ieper naar Poperinge.Niet ver van de herberg Breda, dicht tegen Vlamertinge, zag hij een motorfiets ontredderd ten gronde liggen en een tiental meter verder, aan de zijkant van de baan, zag hij een man bewusteloos en gekneusd uitgestrekt.
Sedert enige dagen waren twee personen van Izegem hier op zoek naar oorlogsbuit. Ze hadden het vooral gemunt op koperen koppen van obussen. Zaterdagnamiddag rond 3u30 waren ze wederom aan hun gevaarlijk werkje bezig dicht bij de wijk ‘Zwart Leen’.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.