‘De Oostendse bezetters bleven de hele tijd doorgaan met hun strooptochten op het platteland. Ze voerden op 18 juli 1589 een algemene plundering uit door zowat het hele Brugse Vrije. Hun vermetelheid groeide na elke geslaagde uitval.
Dinsdag 9 augustus 1583. Tot 16u blijft het verdacht stil. Dan staan de Walen plots met paardenvolk en voetvolk aan onze paardenmarkt. Er volgen hevige gevechten met enkele doden en gewonden. Rond 21u vallen de katholieken het bolwerk aan de buitenzijde van de Diksmuidepoort aan. Dat bastion wordt zo goed en zo kwaad mogelijk verdedigd door een mix van burgers en soldaten
Elke morgen opnieuw rapen de stadsdiensten de doden op die de nacht niet hebben overleefd. Veel liggen al op het kerkhof waar ze het laatste bittere eind van een dramatisch verlopen leven ondergaan. De meesten hebben niets anders beleefd dan oorlog en geweld.
’t Is beter een veugel in de hand als twee op d’haeghe.
Wat baat de keerse en bril, als den uyl nie zien en wil.
Sedert het begin van de geuzerie Ik focus me op Veurne. Hoe verteert deze Westhoekstad […]
Het is een genot voor de geschiedvorser, in tijden van opstand en vervolging een geleerde man te ontmoeten, die moedig in de bres durft springen, om het recht en de waarheid te verdedigen. Zulk een man was Jacob tSantele, pastoor te Kortrijk van 1556 tot 1576, later deken van het kapittel in dezelfde stad. Aan hem worden deze bladzijden gewijd.
Het begon in de herfst van 1578. Op de beroving en openbare verkoping van de inboedel volgde de afbraak en verwijdering van het hout- en metaalwerk van de gebouwen. Met zoveel vlijt dat de onttakeling bijna voltrokken was tegen de winter van 1579.
De brandstichting in Nieuwkerke zorgt er voor grote consternatie. De vernieling van de kerk kan de mensen geen bal schelen. Veel erger is dat Simon Uyttenhove op komst is om in te grijpen. Uiteindelijk kiest de commandant ervoor om met zijn soldaten naar Mesen te trekken om de kerk daar van verder onheil te sparen. Hij en zijn manschappen blijven er de hele nacht.
Je plakt ’t hoope van de leugens
Viere die los staan en een die wikkelt (hij is niet helemaal normaal)
Steekt joene kop in een zak en bedankt de weireld
’t Is krotte met striepen
Eén haartje maakt geen permanente (uit één feit kan men geen algemene conclusies trekken)
Kwade klokke, kwade klepel (zulke ouders zulke kinderen)
De paster doet geen twee missen voor ’t zelfste geld (ik zal het geen twee keer zeggen)
De paster zegent zijn zelven het eerst (iedereen zorgt eerst voor zichzelf)